Nieuwe indeling kernploegen geeft specialisten kans

ROTTERDAM, 18 NOV. Eind juli en begin augustus van dit jaar, toen half Nederland aan zee verkoeling zocht voor de hitte, leek schaatsen bijna een zomersport. Door de aanhoudende perikelen tussen de Konklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond en de toprijders Rintje Ritsma en Falko Zandstra was de sport steeds in het nieuws. Terwijl de andere kernploegleden zich met het oog op het nieuwe seizoen al in het zweet werkten, probeerden Ritsma en Zandstra in onderhandelingen met de bond betere financiële voorwaarden voor zichzelf af te dwingen.

Ritsma, de Europees- en wereldkampioen van eerder dit jaar, kon niet tot overeenstemming komen met de bond. De Fries besloot zich onder leiding van oud-bondscoach Wopke de Vegt buiten de kernploeg om voor te bereiden op dit seizoen. Zandstra, de tweevoudig Europees kampioen die in 1993 ook de beste allrounder van de wereld was, kwam wel tot een vergelijk met de KNSB. Sinds half augustus traint hij met de nationale selectie lange afstanden, die wordt gecoacht door Henk Gemser.

Vandaag ontmoeten de oud-ploeggenoten elkaar bij de gewestelijke wedstrijden om de IJsselcup, de traditionele opening van het schaatsseizoen. Ook de andere nationale toppers, die net als Zandstra zijn ondergebracht in de verschillende kernploegen, zijn in Deventer present.

De schaatsbond heeft dit seizoen gekozen voor een andere opzet van de kernploegen. De stricte scheiding tussen allrounders en sprinters heeft bij zowel de mannen als vrouwen plaats gemaakt voor een kernploeg lange afstanden (vooral allrounders) en een kernploeg korte- en middenafstanden. De nieuwe indeling is het gevolg van een internationale ontwikkeling waarbij een grotere nadruk is komen te liggen op specialisten, schaatsers die als toernooi-rijder te kort schieten maar op één of twee afstanden wel tot de absolute wereldtop behoren.

Zij kunnen dit seizoen ook een gooi naar de wereldtitel op hun favoriete afstand doen, omdat van 15 tot 18 maart op de olympische baan van Hamar het eerste wereldkampioenschap afstanden wordt gehouden. Schaatsers kunnen zich voor deze titelstrijd kwalificeren door voldoende punten te verdienen in het Wereldbekercircuit of goed te presteren bij andere door de internationale schaatsbond ISU aangewezen wedstrijden. Per afstand mag een land maximaal drie rijders afvaardigen.

Op de Europese- en wereldkampioenschappen voor allround mannen en vrouwen, begin volgend jaar in Heerenveen en het Duitse Inzell, is Nederland door de resultaten in het vorig seizoen al verzekerd van het maximum aantal van drie deelnemers. Naar aanleiding van de resultaten in de komende maanden zal de schaatsbond bepalen welke mannen en vrouwen aan de start zullen verschijnen.

In eigen land lijkt vooral Carla Zijlstra te kunnen profiteren van de WK-afstanden. De schaatster uit de kernploeg van bondscoach Ab Krook behoort internationaal al jaren tot de betere rijdsters op de 3.000 en 5.000 meter. Maar op de allround-kampioenschappen kon Zijlstra nooit een rol van betekenis spelen omdat haar korte afstanden ronduit zwak zijn. Als sprinter Gerard van Velde een goede dag heeft, moet hij op het WK-afstanden ook tot aansprekende prestaties kunnen komen. Hetzelfde geldt voor Annamarie Thomas en Tonny de Jong, die vorig seizoen doorbraken met een verrassende tweede en derde plaats op het EK. Enkele weken later reed Thomas ook nog naar de bronzen medaille op het WK.

Op grond van hun prestaties in het verleden lijken Ritsma en Zandstra de voornaamste kandidaten om Nederland op de twee allroundtoernooien te vertegenwoordigen. Maar eerder deze week, bij wedstrijden op de Thialfbaan in Heerenveen, moesten zij Ids Postma op de 500 en 1.500 meter ruim voor zich laten. Vooral op de kortste sprintafstand imponeerde de 21-jarige Fries met een winnende tijd van 37,51 seconden.

Postma brak begin 1994 internationaal door met een vierde plaats op het EK en een al even verrassende tweede positie - ruim achter drievoudig olympisch kampioen Johann Olav Koss - op het WK. De talentvolle Fries werd meteen een grote schaatstoekomst voorspeld.

Maar het vorige seizoen draaide voor Postma uit op een grote teleurstelling. Vroeg in het seizoen werd hij getroffen door de ziekte van Pfeiffer, waardoor hij een te grote trainingsachterstand opliep om later nog een rol van betekenis te kunnen spelen. Voor Ritsma en Zandstra is het te hopen dat zij dit seizoen door alle perikelen met de bond niet op net zo'n onoverbrugbare achterstand zijn gezet.