Niets houdt hervormde kerk nog bijeen

De Hervormde Synode vergaderde gisteren ruim vijf uur. Voor het eerst durfden de hervormden zichzelf en elkaar de vraag te stellen wat hen nog bijeen houdt.

DRIEBERGEN, 18 NOV. De sinds 1816 bestaande Nederlandse Hervormde Kerk is zo pluriform en zo intens verdeeld geworden, dat haar bestuurders zich langzamerhand afvragen of de circa tweeëneenhalf miljoen hervormden nog wel “in dezelfde God geloven”. Zou dat niet het geval zijn, dan zou de hervormde kerk alleen nog maar in naam een eenheid vormen.

Aan deze vraag heeft de Hervormde Synode gisteren in het Hydepark, het kerkelijk opleidingscentrum in Driebergen waar al sinds jaar en dag de bestuursvergaderingen worden gehouden, ruim vijf vergaderuren besteed. De vraagstelling was pijnlijk omdat er ook in de hervormde kerk nog altijd vanuit werd gegaan dat er “eenheid in Christus” bestaat, terwijl iedereen weet dat de aanhangers van de rechter-, midden- en linkerflank van deze kerk nauwelijks meer “door één en dezelfde deur” kunnen en elkaar in de praktijk van het kerkelijk leven voortdurend en hartstochtelijk bestrijden, zoals ter plekke werd gesignaleerd.

Begint een synodevergadering met een kapel- en avondmaalsdienst onder leiding van een vrouwelijke predikant dan hebben, zo werd gisteren gememoreerd, orthodoxe synodeleden soms te veel hoofdpijn of anderszins geen animo om daaraan deel te nemen. En andersom vrezen de vrijzinniger hervormden hun rechtzinnige geloofsbroeders omdat die de waarheid of de Waarheid in pacht menen te hebben.

Gisteren was het voor het eerst zover en durfden hervormden zichzelf en elkaar de vraag te stellen wat hen nog bijeen houdt. Volgens secretaris-generaal, dr. K. Blei, blijkt telkens weer hoe uiteenlopend of zelfs diametraal onder hervormden hun gedachten over geloof, over de toekomst van hun kerk en over ethische vragen (bijvoorbeeld homoseksualiteit) zijn. De negentig jaar oude 'Gereformeerde Bond (tot verbreiding en veredediging van de Waarheid in de Nederlandsae Hervormde Kerk)', de anti-liberale Confessionele Vereniging uit 1864 van geestelijke leiders als Bilderdijk en Groen van Prinsterer en de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden vertegenwoordrigen ieder een heel eigen standpunt. En dan zijn er volgens Blei nog degenen die nergens toe behoren maar met de weinig zeggende term 'midden-orthodoxie' worden aangeduid.

Wat verdeelt deze hervormden of wat houdt hen nog bij elkaar? Als het niet een gemeenschappelijke visie op de officiele belijdenis is en ook niet een gemeenschappelijk aanvaard idee over de kerkstuctuur, wat dan nog wel, vraagt Blei zich af. Is de hervormde kerk dan niet meer dan “een samenraapsel van de meest uiteenlopende opvattingen” en niets meer dan dan een administratief verband?

Omdat de kerleiding op zulke vragen ook geen duidelijk antwoord heeft en niet weet hoe zij met de geloofstegenstellingen moet omgaan, werd gisteren op de synode het boekje 'Geloven wij nog in dezelfde God' besproken dat in 1994 door Theo Klein werd samengesteld. In deze publikatie komen achtereenvolgens vier hervormden aan het woord die zich stuk voor stuk intens met hun kerk verbonden voelen, maar zich daarvan voor een deel ook sterk vervreemd voelen. Zo meent de Leidse hervormde dogmaticus, prof. dr. A. van de Beek dat de aanhangers van de verschillende geloofsrichtingen in zijn kerk “als op andere planeten leven”, waar “God wordt verkocht in oude of traditionele waarden zoals de visboer gerookte makreel verkoopt in vetvrij papier”. Toch vindt hij niet de onderlinge kerkelijke meningsverschillen het grootste probleem, maar het feit dat mensen in de kerk niet meer getroost en nog minder gesticht worden. Ze kunnen het in de kerk niet volhouden en haken tenslotte af.

De tweede auteur in het boekje, de Groningse theologe dr. Riet Bons-Storm (hoogleraar vanwege de Hervormde kerk in vrouwenstudies met betrekking tot het pastoraat), maakte de synode deelgenoot van haar intense haat-liefdegevoelens jegens de hervormde kerk. Wat haar daarin het meest dwarszit, is dat de kerkleiding niet openstaat voor theologische vernieuwing als ook dat de hervormde kerk zo 'man-middelpuntig' en patriarchaal is, omdat men vrouwen niet zit zitten. Prof. Bons vond het wel mooi dat de hervormde kerk tegenwoordig een 'vrouwenbureau' heeft. Minder fraai vond ze echter dat er - omdat mannen en kerk zo naadloos op elkaar passen - geen kerkelijk 'mannenbureau' is en dat er ook geen aandacht voor zoiets als 'mannenpastoraat' bestaat. Toch blijft Riet Bons-Storm hervormd. “Omdat mijn moeder en grootmoeder hervormd waren. Omdat ik ook in de hervormde kerk God kan ontmoeten in en door het gezicht van de naaste. Maar het blijft een haat-liefde verhouding”.

Bij de Rotterdamse vrijzinnige hervormde dominee drs. Taco Noorman, die deels ook studentenpredikant is, lag het weer anders. Niet alleen koestert hij veel liefde voor de kerk, ook al is die een echte 'functionarissenkerk'. Maar hij heeft ook veel wantrouwen tegen de orthodoxe broeders die de 'waarheid' in pacht denken te hebben. Dat de hervormde kerk zo veelkleurig is volgens Noorman niet haar zwakte, maar haar kracht.

Dr. ir. Jan van der Graaf, secretaris van de Gereformeerde Bond, poneerde dat de kerk van alle eeuwen is, maar haar bekroning heeft gevonden in de vaderlandse kerk van de Reformatie in de zestiende eeuw. Volgens hem heeft “God in ons land iets met die kerk gewild. Daaraan dienen wij ons te houden. Het moet uit zijn met de vrijblijvendheid van geloven en met de breedte van de kerk”.

Gedurende de morgen- en middagzitting van de synode bleek weinig meer van de verdeeldheid waar de hervormde kerk dagelijks onder gebukt gaat. Behalve dan dat de gereformeerde bondspredikant W.P. van der Aa uit Herwijnen het absoluut ongeoorloofd vindt dat mensen die niet in het maagdschap van Maria geloven, Kerstmis (Jezus' geboortefeest) wagen te vieren.