Museumbrand ramp

ARNHEM, 18 NOV. Mistroostig, met de hand boven de ogen, staart hij over de rokende puinhopen. “Vreselijk”, mompelt hij, “vreselijk.” Een brandweerman houdt de boel nat. Het voorhuis staat nog overeind, maar de po onder de bedstee staat al vol water.

Dat was dan Kloostergare, de Oldambster boerderij uit het Groningse Beerta. Een heel belangrijke boerderij, zegt directeur J. Vaessen van het Openluchtmuseum in Arnhem geëmotioneerd. Gisterochtend ging het gebouw geheel in vlammen op. Nagenoeg alles van boerderij en interieur ging verloren.

“Heel langzaam begin ik te begrijpen wat er is gebeurd”, vervolgt Vaessen, terwijl hij de stinkende chaos overziet. “Eén ding weet ik wel: dit is het ergste wat een museumdirecteur kan overkomen.” Zowel het gebouw als de collecties die zich binnen bevonden, waren rijkseigendom en onverzekerd. De brandweer kon twee Friese paarden, die tijdelijk in de stallen van Kloostergare waren ondergebracht, bijtijds uit het monumentale gebouw halen.

De boerderij uit Beerta was vrijwel uniek in zijn soort. Gebouwd in 1796, werd hij in 1981 in Groningen afgebroken en in Arnhem steen voor steen weer opgebouwd. Alle latere bouwkundige ingrepen in het pand waren goed bewaard gebleven, zodat het “een geweldig beeld gaf van de modernisering die de Groningse land- en akkerbouw de afgelopen eeuwen heeft meegemaakt”. Vaessen slikt. “Cultuur-historisch en museaal was deze boerderij van onschatbare waarde. De inrichting stamt in z'n geheel uit 1930. De financiële schade? Als je zo'n zelfde boerderij zou moeten kopen en weer opbouwen, ben je minstens vier miljoen gulden kwijt.”

Met het afbranden was de beker echter nog niet leeg. Het gehele interieur bleek niet te redden. Ook een aantal waardevolle collecties is verloren gegaan. Zoals een grote verzameling industrieel vervaardigde landbouwwerktuigen uit de vorige eeuw, een collectie houten dorsmachines en een, zoals Vaessen het noemt, “zeer unieke maai-machine uit 1830”.

Ronduit dramatisch noemt de directeur het verbranden van een honderdtal handbeschilderde karren, wagens, sleden en kruiwagens uit de zeventiende en achttiende eeuw. De collectie moest in januari wegens het hoge water uit het Tielse depot van het Openluchtmuseum weggehaald worden en was tijdelijk ondergebracht in de schuur van de boerderij.