Mubutu Sese Seko; Mythomaan luipaard van Zaïre

WALTER ZINZEN: Mobutu, van mirakel tot malaise

207 blz., Hadewijch 1995, ƒ 34,90

Op 24 november herdenkt Zaïre de dertigste verjaardag van het regime van zijn president Joseph-Désiré Mobutu, of Mobutu Sese Seko Kuku Ngbendu Wa Za Banga, zoals hij voluit heet sinds de in 1971 geproclameerde zaïrinisering. In de eerste jaren na zijn aantreden waren de harten vervuld van bijna Messiaanse verwachtingen. Kongo zou op korte tijd de leidende natie op het Afrikaanse continent worden, was toen de hoop. Nu wacht de wereld al meer dan twintig jaar op het aftreden van de man die al snel ontmaskerd werd als een dictator, maar blijkbaar een of andere hogere bescherming genoot.

Een overzicht van die dertig jaar geeft Walter Zinzen in zijn onlangs verschenen biografie van Mobutu. Zinzen behoort niet tot de bewonderaars van de president. Hij stelt vast welke schade Mobutu heeft aangericht aan de economie van Zaïre, aan het democratisch potentieel van het land, aan het respect voor de mensenrechten. Hij geeft vooral inzicht in de duurzaamheid van het regime: de buitenlandse steun, Mobutu's eigen vaardigheid in manipulatie en misleiding, de zwakheid van de opposanten.

De schrijver was sinds het begin van de jaren zestig getuige, eerst als leraar Germaanse talen aan een meisjesschool in Katanga, nadien als tv-journalist bij de BRTN. Hij was erbij toen Mobutu na zijn machtsgreep in 1965 een parade hield door de straten van Elisabethstad. Jarenlang was hij als een van de speerpunten van de Belgische kritische pers in Zaïre ongewenst. Thans is hij er dank zij de grenzeloze grootmoedigheid van het staatshoofd opnieuw een aanvaarde gast.

Atheïst

De autodidact Mobutu, geboren in 1930, kreeg in de jaren vijftig enige bekendheid als journalist bij het anti-klerikale koloniale blad l'Avenir. In die tijd ging hij in Brussel sociologie studeren. Het was een opvallende figuur die zich uitgaf voor waarschijnlijk de enige Kongolese atheïst.

De populaire politicus Patrice Lumumba koos hem uit als diens permanente vertegenwoordiger in Brussel. Zo speelde Mobutu een rol bij de gesprekken die leidden tot de onafhankelijkheid van Kongo op 30 juni 1960. Lumumba mocht Mobutu wel en na zijn verkiezing tot eerste minister benoemde Lumumba hem tot kolonel en stafchef van het leger. Had hij dat niet gedaan, dan leefde hij vandaag misschien nog. De afscheiding van Katanga (Shaba) in september 1960 verleidde de jonge kolonel tot een bescheiden genocide. Een maand later kreeg hij de eer Lumumba te arresteren als de verantwoordelijke bewindsman. De premier werd uiteraard niet terechtgesteld, maar 'bij vergissing' uitgeleverd aan zijn vijanden.

In 1965 verkeerde de democratie opnieuw in een crisis door de onenigheid tussen de premier, de Katangees Moïse Tshombe, en president Kasa Vubu. Mobutu bracht met de zegen van de CIA de definitieve oplossing. Hij nam zelf de macht en voorgoed.

Op de omslag van Zinzens boek staat een bankbriefje van 1 Zaïre uit de beginjaren van Mobutu's bewind. De beeldenaar toont de jonge generaal terwijl hij dynamisch de mouwen van zijn legerhemd oprolt. Op de achtergrond volgt een hele generatie hoger opgeleide, want gebrilde, Kongolezen het voorbeeld van de chef d'Etat in een sfeer van optimisme, belangeloosheid en verantwoordelijkheidsgevoel. Met dit retroussons les manches begon Mobutu met het imago van een tovenaar.

Maar wat hij betoverde, was niet de economie doch de geest van zijn landgenoten en van buitenlandse waarnemers. Gehuld in verblindende voorspellingen, altijd appellerend aan la dignité Africaine, 'die geschaad was door het neo-kolonialisme', werden grootse meer-jarenplannen afgekondigd die men nooit van plan was uit te voeren. Maar het gaf een indruk van doortastendheid.

De schijn, de misleiding, de acteerkunst behoren tot Mobutu's fijnst geslepen wapens. Bij interviews of openbaar optreden is hij als een acteur die zich zozeer inleeft in zijn rol dat hij zelf niet meer de scheidslijn tussen waan en werkelijkheid kent. Zijn interesse, medeleven of bezorgdheid lijken echt; menigeen is er ingelopen. Woede of verontwaardiging zijn weliswaar gespeeld, maar zo doorleefd dat hij zelf gaat geloven dat hij er reden voor heeft. Mobutu's mythomanie is een schild waarop de kritische vraag, een confrontatie met de waarheid afschampt.

Wij hadden hem van het begin af kunnen doorzien, bekent Zinzen, maar iedereen verkeerde in de wolken, koesterde zich in zijn geloof aan het economische mirakel. De Belgische zakenlui waren vergenoegd omdat ze in de praktijk de kolonisatie konden voortzetten, als maar tegelijk een of andere aan het regime te binden Kongolees als nominaal hoofd van het bedrijf veel geld toegestopt kreeg.

Politici boden gedienstig de steun van hun land aan: die van de Verenigde Staten omdat het uranium van Katanga niet in de handen mocht vallen van Angola, de steun van Frankrijk ook, altijd op zoek naar de uitbreiding van zijn markt, die van België natuurlijk, gechanteerd met de aanwezigheid van landgenoten en met de Belgische werkgelegenheid en tenslotte, God weet waarom, de steun van het Vaticaan. In 1972 wordt de kritische kardinaal Malula naar Rome geroepen en enkele maanden later vervangen door een verre verwant van Mobutu.

De meeste journalisten waren ingenomen met Mobutu's Afrikaanse présence, zijn geestigheid, zijn lepe flair. En allemaal waren ze bijzonder gecharmeerd door zijn attente geschenkjes, een kistje diamanten of een leuke reis. Kritiek werd altijd vergoelijkt met een beroep op realiteitszin, de noodzaak van een krachtige hand, de mythe van de Afrikaanse autoritaire stijl.

Wie last had van Mobutu's royale vrijgevigheid, zagen zij niet. Slechts een enkeling trok het binnenland in en daar pas gingen zijn ogen open. Die kwam dan terug met een vervelende reportage die de goede betrekkingen kon schaden, en gold als een gauchist, iemand die de zon niet in het water kon zien schijnen. Zinzen onthult in zijn boek hoe vaak hij door angstvallige meerderen gesommeerd werd zijn berichtgeving aan te passen, hoe op een keer zelfs op het dringende verzoek van premier Tindemans om het Zaïrese staatshoofd te ontzien een tv-reportage werd geschrapt.

Niets Afrikaans

De auteur hekelt ook scherp de gewillige voorstelling van de dictatuur als authentiek Afrikaans. Mobutu, toont hij, gedraagt zich in de eerste plaats als de erfgenaam van Leopold II: “Het huidige Zaïre is in zijn opvatting Mobutu's persoonlijk bezit. Dat houdt in (...) dat hij vrijelijk kan beschikken over alle rijkdommen van het land.” De grootheid van het land weerspiegelt zich in die van het staatshoofd.

Met deze koloniale stijl combineert Mobutu de één-partijstaat van de communistische regimes, de ijdele komedie van een schrikbewind à la Nero, de propaganda van het nazisme en de persoonsverheerlijking van het Genie van de Karpaten, niets Afrikaans dus. Trouwens, op de Franse ex-president Giscard d'Estaing na, was wijlen Ceausescu Mobutu's beste vriend.

Was het ook de val van de Roemeen die Mobutu tot bezinning bracht? In elk geval, in april 1990 kondigde hij een overgang naar de democratie af. Die overgangsperiode is nu vijf jaar oud. Het proces is gestokt, het geloof in veranderingen is aan het verzinken. Met de oude methoden handhaaft de luipaard zijn macht, met handigheid, achterdocht en wreedheid, met de tactiek van 'de stok en de wortel', van de straffende toorn en de verzoenende mildheid.

Voor de Zaïrese bevolking is sindsdien in ieder geval weinig veranderd. Militairen vormen roversbenden, veiligheid wordt betaald. Kinshasa lijkt een openbaar urinoir. Slaapziekte en rode diarree worden epidemisch. De nijverheid ligt stil, geen erts wordt nog gedolven. Maar in die toestand voltrekt zich het echte mirakel: de Zaïrese creativiteit om te overleven, het legendarische On se débrouille, of hoe mensen die al maanden niet betaald worden in ziekenhuizen of scholen toch blijven werken en in leven blijven. Het is ook de morele kracht van de niet-gouvernementele organisaties en van de Kerk.

Hoe lang zal het nog duren? Het is een open vraag, door Zinzen beantwoord op pagina 4 met een reeks chronologisch gerangschikte citaten, waarvan het oudste al zegt: geen jaar nog houdt hij stand. Mobutu zelf zei ooit in een interview: “Deze post verlaat ik alleen met een kogel door mijn hoofd.”