Moeder Teresa als ongemakkelijk symbool van barmhartigheid; Het dilemma Teresa

Sinds zij besloot haar leven in dienst te stellen van de allerarmsten van Calcutta, heeft de levensgeschiedenis van Moeder Teresa mythische proporties aangenomen. 'Een potlood in de handen van God', noemt ze zichzelf in haar boek 'De weg van eenvoud'. Maar in een schotschrift dat tegelijkertijd verscheen, wordt zij afgeschilderd als een religieuze fundamentalist met politieke bijbedoelingen. Het toonbeeld van levende heiligheid ligt onder vuur.

In de Amerikaanse film Naked Gun 33 1/3, net als zijn twee voorgangers meer een verzameling uitgekiende, melige grappen dan een komedie, komt een parodie op een Oscar-uitreiking voor. Genomineerd in de categorie speelfilms is een film van Sir Richard Attenborough. Het is Mother Teresa, the Musical. Je krijgt er ook nog zogenaamd een fragment van te zien: uitgelaten vrouwtjes met de bekende witblauwe kapjes op hun hoofd, die zingend door een bordkartonnen sloppenwijk huppelen.

Langer dan een paar seconden duurt het niet; precies lang genoeg om in de lach te schieten. Die lach zit 'm in de satirische knipoog naar Hollywood als de industrie van het warme humanistische gevoel (Sir Richard Attenborough is maker van verheffende bio-pics als Gandhi en Chaplin), maar ook in de oneerbiedigheid jegens een figuur die sinds jaar en dag een wereldwijde eerbied afdwingt: Agnes Gonxha Bojaxhiu, alias Moeder Teresa van Calcutta.

Net als Gandhi is Moeder Teresa een van die mensen die al tijdens hun leven een flink stuk boven de werkelijkheid lijken te zweven. Haar levensgeschiedenis heeft mythische proporties aangenomen, haar naam is in een trefwoord veranderd. Het gebogen, verschrompelde vrouwtje in haar eenvoudig habijt is tot een embleem geworden van wat we ons voorstellen bij levende heiligheid. Opofferingsgezindheid, eenvoud, deemoed, vertroosting, barmhartigheid, gezuiverde liefde, al die begrippen die na de ontkerstening van de westerse wereld in het luchtledige zijn komen te hangen, hebben zich in de loop van de afgelopen decennia vastgehecht aan de Albanese non die in 1948 in de trein naar Darjeeling voor een tweede keer het licht zag en toen besloot haar leven in dienst te stellen van de allerarmsten in de sloppen van Calcutta. Van alle goede doelen geldt de door haar opgerichte congegratie de Missionaries of Charity, die tegenwoordig ruim vierduizend leden telt en over de hele wereld is verspreid, wel als het beste doel. Talloos zijn de getuigenissen van westerlingen die in Calcutta het tehuis voor de stervenden bezochten en hun tranen niet konden bedwingen. In 1979 kreeg Moeder Teresa de Nobelprijs voor de Vrede, een wat onmachtig gebaar, aangezien zij zich nooit en nergens als taak heeft gesteld een einde te maken aan oorlogen. Die prijs moet dan ook vooral gezien worden als een eerbetoon van de wereld aan een vrouw die algemeen gezien wordt als de belichaming van de ongrijpbaarste van alle menselijke eigenschappen: goedheid.

Het was aan Moeder Teresa zelf om de wereld eraan te herinneren dat ze nog steeds een mens was; een bejaarde katholieke non, om precies te zijn. In haar dankwoord bij de ontvangst van de Nobelprijs schokte ze de weldenkende westerse goegemeente door een felle aanklacht tegen wat zij beschouwde als de grootste massamoord aller tijden: abortus. “Velen bekommeren zich om de kinderen, zoals die in Afrika, die in grote getalen sterven van de honger of aan iets anders. Maar miljoenen kinderen sterven opzettelijk door de wil van hun moeders. Want wanneer een moeder haar eigen kind kan doden, wat zal ons er dan van weerhouden onszelf te doden, of elkaar? Niets.”

Sinds die rede is Moeder Teresa nog altijd een symbool van barmhartigheid, maar wel een beetje een ongemakkelijk symbool. Dat zo iemand zijn leven in dienst stelt van de armen en verweesden die niets anders dan het tragische resultaat zijn van het gebrek aan geboortebeperking, is nog steeds heel mooi, maar ook een beetje achterlijk - niet erg logisch gedacht, in ieder geval. Voor sommigen is wat zij als een hypocriete tegenstrijdigheid beschouwen, slechts een teken van een diepgewortelde onoprechtheid die achter het oude gezicht onder het blauw-witte hoofddoek zou schuilgaan.

Toen de bekende Engels-Amerikaanse journalist en columnist Christopher Hitchens enkele jaren geleden tijdens een verblijf in Calcutta een rondleiding kreeg door het weeshuis van de Missionaries of Charity door niemand minder dan Moeder Teresa zelf, was hij zeer onder de indruk, tot het moment waarop zij zich tot hem richtte en zei: “Ziet u, zo strijden wij tegen abortus en contraceptie.” Dat ene zinnetje moet zoiets als een negatieve bekering tot gevolg hebben gehad. Sindsdien is Hitchens afkeer van moeder Teresa uitgegroeid tot een gloeiende haat. Hij kan zich erop beroepen een van de eersten te zijn die Moeder Teresa openlijk heeft durven bekritiseren, want hij was een van de makers van Hell's Angel, een BBC-documentaire met een uiterst kritische toon over leven en werken van de Nobelprijswinnares, die vorig jaar in Engeland veel verontwaardiging opriep. Afdoende was dat niet voor hem. Onlangs verscheen van zijn hand een pamflet tegen Moeder Teresa, met een nog flauwere woordspeling als titel en een nog fellere toon: The Missionary Position. Achter het door de media gekoesterde beeld van de eenvoudige non die hard op weg is een heilige te worden, houdt zich volgens Hitchens een heel andere persoonlijkheid schuil. Voor hem is de ware Moeder Teresa 'een religieuze fundamentalist, een politieke agent, een primitieve prediker en een handlangster van wereldse, niet-religieuze machten.'

Het toeval wil dat Hitchens schotschrift vrijwel tegelijkertijd verschijnt met A Simple Path (fout vertaald als De weg van eenvoud, wat dogmatisch klinkt in plaats van deemoedig, en zojuist gepubliceerd door Veen Uitgevers Groep), dat als auteur Moeder Teresa vermeldt en ons 'een uitzonderlijk levensverhaal' belooft. Die gelijktijdigheid maakt wantrouwig. Het zou me dan ook niets verbazen als een van beide partijen het toeval een handje geholpen heeft.

In wereldse termen is Moeder Teresa niets minder dan een superster en A Simple Path ademt dan ook de geest waarvan tegenwoordig zoveel mega-memoires van de groten van deze wereld doortrokken zijn; flets, onpersoonlijk proza, op het wezenloze af, ieder woord gefilterd en gesteriliseerd door ghost-writers en redacteuren. Het geheel geeft de indruk van een onhandige nasynchronisatie. Van het beloofde levensverhaal is geen sprake. De samenstellers, John Cairns en 'de religieuze schrijfster' Lucinda Vardey, hebben losse flarden tekst uit de mond van Moeder Teresa opgetekend en die op een uiterst onnatuurlijke manier gecombineerd met de bespiegelingen van nonnen, broeders en vrijwilligers die deel uit maken van de Missionaries of Charity, van wie in de meeste gevallen alleen de naam vermeld wordt. Moeder Teresa zelf had niet veel te vertellen: 'Ik kan je over mijn weg vertellen [...] maar ik ben niet meer dan een klein draadje. God is mijn kracht. Praat maar met de anderen, de zusters en de broeders, en met de mensen die met hen samenwerken. Sommigen zijn geen christenen, praat ook met hen. Je zult het wel merken als je het ziet. Het is prachtig.'

Wat is prachtig? Moeder Teresa en haar volgelingen laten er geen misverstand over bestaan: God is prachtig. Moeder Teresa is 'niet meer dan een draadje', 'een potlood in de handen van God'. Al haar werk op aarde, dat wordt steeds weer gezegd, is erop gericht dichter bij Hem te komen: 'Onze taak is het aanmoedigen van christenen en niet-christenen om werken van barmhartigheid te verrichten. Ieder werk van barmhartigheid, vol toewijding gedaan, brengt een mens dichter bij God.' God dient niet het werk, het werk dient God. De missionarissen gruwen van de gedachte maatschappelijk werkers te zijn: 'Zonder ons lijden zouden we alleen maatschappelijk werk verichtten'. En: 'De vrucht van het werk is de extra genade die je ziel wordt geschonken.' God houdt zich schuil in de ziel van de allerarmsten en de zieken, in de ongeboren kinderen ook, en door hen nederig je diensten aan te bieden, dien je Hem. Het menselijk lijden biedt je de mogelijkheid je liefde voor God te tonen door liefdevolle daden te verrichten. 'Ik geloof dat God ons door middel van aids iets probeert te vertellen, dat Hij ons een gelegenheid wil geven onze liefde te tonen. De mensen met aids hebben een tedere liefde opgewekt in mensen die die liefde misschien hadden uitgebannen en vergeten.'

Praktische hulp is voor de Missionaries of Charity ondergeschikt aan een hoger doel: het tonen van liefde door daden. Wie A Simple Path leest, wordt gaandeweg bekropen door het ongemakkelijke gevoel dat de zieken en armen er toch vooral zijn om de spirituele zelfverwezenlijking van de gelovigen te bevorderen. Armoede is een ideaal, geen schandvlek op het aangezicht van de maatschappij: 'Armoede is een prachtig geschenk, omdat het ons vrij maakt. Dan staan er minder obstakels tussen ons en God.' De opvangtehuizen worden dan ook met nadruk 'tehuizen' genoemd, en geen ziekenhuizen. Het is de Missionaries er dan ook niet om te doen de armen te bevrijden van hun armoede, hen maatschappelijk te verheffen. Ze doen niet aan ontwikkelingshulp. 'Broeder Geoff', een Australiër die aan het hoofd staat van alle broeders, geeft er de volgende draai aan:

“Ons werk is heel anders dan dat van andere organisaties voor de armen. Niet dat de een beter is dan de ander [...] maar anderen doen hun best om de armen uit het slop te halen, uit die omstandigheden die hen in de eerste plaats arm hebben gemaakt. Dat is een waardevolle inspanning, vooral als ze geschoold worden, maar het kan een politieke betekenis krijgen. De armen voor wie de missionarissen zich geroepen voelen te werken, zijn degenenen die, wàt je ook voor ze doet, altijd op de een of andere manier afhankelijk blijven. Er wordt ons voortdurend gevraagd: 'Waarom leer je iemand niet vissen in plaats van hem vis te geven?' Dan antwoorden we dat de meeste van onze mensen nog niet eens de kracht hebben om een hengel vast te houden. Volgens mij heerst er daarom vaak verwarring over ons werk en worden we bekritiseerd, omdat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen onze armen en een ander soort.'

Onze armen. Anders dan 'broeder Geoff' denkt, komt de verwarring over het werk van de Missionaries of Charity niet voort uit de verschillende gradaties van armoede, maar uit hun geloof dat de liefde, of God, oneindig veel belangrijker is dan de wereld. In A Simple Path vertelt Moeder Teresa een veelzeggende anekdote. Op een dag bood een bedelaar in de straten van Calcutta haar al zijn verdiensten van die dag aan, 29 paise om precies te zijn, nog geen derde van een roepie. Moeder Teresa nam die gift aan. 'Het was iets heel moois: 29 paise was zo weinig dat ik er niets voor kon kopen, maar toen hij ze aanbood en ik ze aannam, werden het er duizenden omdat ze met zoveel liefde gegeven waren.'

Zulke verhalen zijn een doorn in het oog van wereldse critici als Christopher Hitchens. In The Missionary Position; Mother Teresa in Theory and Practice (Uitg. Verso) neemt hij keer op keer de zo nadrukkelijk beleden onwereldsheid van Moeder Teresa en haar organisatie op de korrel. Van al het prijzengeld dat ze in de loop der jaren heeft ontvangen, had ze gemakkelijk een van de beste ziekenhuizen ter wereld in Calcutta kunnen bouwen; in plaats daarvan zijn er nog altijd de eenvoudige, vaak gebrekkige gebouwen, waar de medische zorg veel te wensen over laat. Bovendien voert het eenvoudige pad waarover Moeder Teresa wandelt, op zoek naar giften voor haar organisatie, haar langs dictators als de Duvaliers op Haïti en meesteroplichters als Robert Maxwell en Charles Keating. Ze verleent actieve politieke steun aan politici die tegen abortus zijn. Ze laat haar naam gebruiken door Albanese nationalisten die dromen van een Groot-Albanië. Haar bemoeienis met de wereld, stelt Hitchens, is veel groter dan zij toegeeft en haar handen zijn allesbehalve brandschoon.

De Moeder Teresa die oprijst uit het pamflet van Hitchens vormt inderdaad een scherp contrast met de vergeestelijkte persoonlijkheid die in A Simple Path aan het woord komt. In haar eigen boek weigert Moeder Teresa consequent welke uitspraak dan ook te doen die enige maatschappelijke relevantie zou kunnen hebben. Ook hete katholieke hangijzers worden door haar niet aangeraakt: 'Men vraagt mij vaak naar mijn mening over de rol van de Kerk in het hedendaagse leven, de toekomst van de Kerk en de plaats van de vrouw daarin. Dan antwoord ik dat ik geen tijd heb me over al die zaken druk te maken omdat ik het in mijn dagelijkse werk al druk genoeg heb. We dienen Christus.'

Hitchens kan in zo'n houding slechts schijnheiligheid zien, Roomse machtswellust achter een masker van deemoed. Moeder Teresa doet alsof zij compassie toont, ze doet voorkomen of ze meelijdt met verschoppelingen. Hijzelf werpt zich op als verdediger van een rationeel humanisme. Zijn polemiek tegen Moeder Teresa beschouwt hij als 'een kleine episode in een oneindige strijd tussen degenen die weten dat ze gelijk hebben en daarom het mandaat van de hemel opeisen, en diegenen die vermoeden dat de mensheid niets anders dan de arme kaars van de rede heeft om hem op zijn weg bij te lichten.'

Maar is het zo eenvoudig? Ook de wereldse, geslepen katholieke moeder Teresa uit The Missionary Position komt mij niet geloofwaardig voor, door Hitchens' onvermogen te accepteren dat de roeping van Moeder Teresa, ondanks ontsporingen, ondanks een vage, verwarde retoriek, oprecht zou kunnen zijn. Het licht van de rede is voor hem een flakkerende kaars, maar de liefde zoals die beleden wordt door Moeder Teresa en haar nonnen en broeders geeft voor hem geen licht, is niets anders dan een optische illusie, een valse goocheltruc. Terecht stelt hij dat Moeder Teresa niet de pragmatische hulpverleenster is, die gesteund door de beste waarden van het christendom de ellende op de wereld bestrijdt. Maar dat beweert Moeder Teresa ook nergens in haar boek, en ze heeft het ook nooit beweerd. Hitchens moet dat toegeven en vervolgens gaat hij op zoek naar hypocrisie en slechte bedoelingen. De taal van A Simple Path blinkt weliswaar uit in vaagheid die aan de nietszeggendheid grenst, maar de wereldse retoriek van Hitchens sluit iedere erkenning van een oprecht verlangen naar transcendentie uit. In zijn visie is het inderdaad onmogelijk dat de bedelaar er beter van wordt door zijn schamele dagopbrengst aan een bejaarde non te geven, die al meer dan genoeg van zichzelf heeft.

Wie is de echte Moeder Teresa? De reactionaire katholieke bloedhond uit The Missionary Position of het monument van heiligheid uit A Simple Path? De megaster die door iedere politicus kan worden aangeroepen om het goede aan zijn kant te krijgen? Of heeft haar werk werkelijk een spirituele betekenis?

Helemaal aan het eind van de roman Diepe rivier van de Japanse katholieke schrijver Shusaku Endo uit 1994 duiken een paar nonnen op die met Moeder Teresa samenwerken. Ze tillen een doodzieke vrouw op die op straat in het Indiase Varanasi bezweken is en brengen haar naar het Tehuis voor de stervenden, waar ze haar tot haar dood zullen verzorgen. De Japanse toeriste die haar gadeslaat heeft zich in de loop van de roman geconfronteerd gezien met de overweldigende zinloosheid van het bestaan, de lukrake wreedheid waarmee iedere illusie verstoord wordt en ieder streven om goed te doen teniet wordt gedaan. Het begeleiden van die ene vrouw naar haar onherroepelijke dood ziet ze als een daad die geen enkel maatschappelijke verbetering met zich meebrengt, beseft ze, die geen enkel praktisch nut heeft. Ze stapt op een van de nonnen af en vraagt waarom ze dit werk doet. De non kijkt verbaasd, aarzelt een moment en zegt dan: 'Omdat er behalve dit... niets in de wereld bestaat waarin we kunnen geloven.'

Is dat dan de stem van de ware Moeder Teresa? Of is het de interpretatie van een kunstenaar, een schrijver, en lijkt ze veel meer op het tegenovergestelde, de zielloze icoon van een massacultuur, die geparodieerd wordt in Mother Teresa, the Musical?

Misschien ligt de grootste verdienste van Moeder Teresa wel in de vragen die zij oproept.