Midden-Oostenspecialist Michael Field; De fundamentalisten komen niet aan de macht

De Arabische regimes hebben Israel niet kunnen vernietigen en hebben het volk geen welvaart gebracht. Volgens Midden-Oostenkenner Michael Field begint het volk zich af te vragen met welk recht de leiders er nog zitten. Deze week ging Algerije naar de stembus. Field: 'Er zijn drie manieren om aan de macht te komen: een revolutie, een coup en verkiezingen. Het zal de islamitische bewegingen waarschijnlijk op geen van de drie manieren lukken'.

Inside the Arab world, Michael Field, John Murray Publishers ltd., ƒ 55,-, 439 blz.

“Ik denk niet dat radicaal-islamitische bewegingen in de Arabische wereld de macht grijpen.” Terwijl Europese en Amerikaanse politici steeds bezorgder worden over de gevaren van de radicale islam in het Midden-Oosten en de Maghreb, zegt de Britse historicus en Midden-Oostenkenner Michael Field: “De politici lopen jaren achter. De fundamentalisten zijn over hun piek heen.”

Field (46) heeft een nuchterheid over zich die je bij Midden-Oostenvorsers zelden aantreft. In zijn bescheiden appartement in Londen is behalve een Perzisch kleed geen souvenir van zijn reizen te vinden. Terwijl sommige collega's zich als moderne Lawrence of Arabia's hebben verschanst in kamers vol Egyptisch aardewerk, plattegronden van de souk in Damascus en vergeelde kiekjes van hun aristocratische grootvaders op bezoek bij een sjeik, heeft Field twee zeventiende-eeuwse Hollandse meesters aan de wand. Koeien, riviertjes. Ze spreken hem aan, zegt hij, omdat ze voor de middenklasse schilderden en niet voor de aristocratie. De romantiek van de good old days van het Britse imperium zegt hem niets. Field is gefascineerd door het feit dat de Arabieren steeds pragmatischer werden.

Het was wel 'de magie van de Oriënt' die hem uiteindelijk lokte. Na zijn eindexamen, bijna dertig jaar geleden, trok hij met een rugzak door Turkije, Syrië en Iran. Hij keerde er als student elke zomer terug. Om de kosten te dekken begon hij stukjes te schrijven naar de Financial Times. Tot zijn verbazing werden ze allemaal afgedrukt. Toen hij afstudeerde, was hij min of meer vaste medewerker van de krant. Dat is hij 25 jaar gebleven. Nu adviseert hij Amerikaanse, Japanse en Britse bedrijven die willen investeren in de Arabische wereld.

Schrijven voor een zakenkrant, zegt Field, lukt niet met een romantische bril op. In plaats van in bedoeïenententen de waterpijp te roken of met Palestijnse vrijheidstrijders in guerrillakampen te vertoeven, interviewde hij potassiumfabrikanten en havenbaronnen en olieboorders. Dat bezorgde hem de onthechte kijk op dingen waarmee hij later ook over politieke en sociale onderwerpen ging schrijven. Zijn boeken A Hundred Million Dollars A Day, over de geldstroom in het Midden-Oosten, en The Merchants, een profiel van de grote Arabische zakenfamilies, zijn mooie schetsen van de Middeneuropese samenlevingen. Ook Inside the Arab World, dat vorig jaar in Engeland verscheen en vorige maand in Amerika, is uitstekend ontvangen. Daarin beschrijft Field hoe de Arabische wereld sinds de Golfoorlog is veranderd. Veel regimes moeten bezuinigen. Staatssubsidies op huizen en eten vervallen. Iedereen moet belasting betalen. Om het volk in toom te houden introduceren de regimes politieke hervormingen. Radicaal-islamitische bewegingen willen daarin een rol spelen. Dus, zegt Field, zijn ze zichtbaarder.

Is politieke islam een crisisverschijnsel?

“Ja. De Arabische wereld maakt twee crises tegelijk door: een crisis van legitimiteit en een economische crisis.

Met 'crisis van legitimiteit' bedoel ik dat de regeringen gefaald hebben. Ze hebben Israel niet kunnen vernietigen, wat toch altijd hun doel is geweest. Ze hebben het volk geen welvaart gebracht. Verder zijn ze pretty nasty geweest: arrestaties, verdwijningen, moorden, zinloze oorlogen als die tussen Irak en Iran. Het volk beseft dat de regimes nergens meer voor staan. Er is zelfs geen toekomst-ideaal meer waar iedereen in kan geloven, zoals in de hoogtijdagen van het socialisme. Het volk begint zich af te vragen met welk recht de leiders er nog zitten. Zij vertegenwoordigen hun familie en een paar machtige kolonels en generaals, meer niet.

Dan de economische crisis. Door giften uit de oliestaten en buitenlandse leningen hebben veel Arabische landen lang boven hun stand geleefd. Er waren nauwelijks belastingen, telefoneren was vaak gratis, huren en brood werden met subsidies goedkoop gehouden. Als je van school kwam kreeg je vanzelf een baan. Sinds de Golfoorlog is dat gestopt. De Golfstaten hadden geen zin meer om landen te sponsoren die Saddam steunden. Bovendien moesten ze zelf bezuinigen, de oorlog kostte hun een fortuin. Omdat de Koude Oorlog voorbij was, had het Westen er politiek geen belang meer bij om de Arabieren geld te lenen waar ze nooit een cent van terugzagen. Het IMF begon landen als Egypte, Algerije en Jordanië hervormingen op te leggen. De subsidies werden gekort. Er werd meer belasting geheven - BTW, want de openbare diensten in het Midden-Oosten zijn zo zwak dat het onbegonnen werk is inkomstenbelasting te innen. De prijzen gingen dus omhoog. De topzware bureaucratieën moesten worden afgeslankt. Mensen kregen niet te horen dat ze voortaan niet meer vanzelf een baan kregen. Arabieren kunnen niet met slecht nieuws leven. In Egypte voerden ze stilletjes de maatregel in dat je die baan niet meer direct na school krijgt, maar na vijf jaar. Dan ben je desperaat en heb je iets in de privésector gevonden of in het buitenland.''

Politieke loyaliteit werd vroeger met banen gekocht?

“Het plan was niet om mensen kansen te geven, maar om een middenklasse te kweken die loyaal was aan de staat. De Egyptische president Nasser kocht zo zijn eigen achterban. Alle Arabische leiders speelde de Great Providers. Zo konden ze autoritair regeren zonder dat het volk in opstand kwam.

Toen dat ophield gaven de leiders het volk politieke vrijheid.''

Was het zo simpel?

“De regimes wilden hun iets geven wat niets mocht kosten. In Egypte werd de pers vrijer dan ooit. De Jordaanse koning was in Amerika toen de voedselsubsidies werden gekort. Er braken meteen rellen uit. De koning vloog naar huis en kondigde binnen een week de eerste algemene verkiezingen sinds 22 jaar af. Toen werd het weer rustig.”

In Algerije gebeurde hetzelfde. Maar daar werd het niet rustig.

“In Jordanië ging het geleidelijk. De verkiezingen waren niet echt vrij. In Algerije wel. De senior officials in de regering hebben te snel hervormd. Noordafrikaanse intellectuelen zijn net Franse intellectuelen. Frans is hun moedertaal, ze hebben aan de Sorbonne gestudeerd, denken op zijn Frans. Deze mensen hadden een te blind vertrouwen in principes. Zij beseffen niet dat democratie zich langzaam moet ontwikkelen.”

Waren de Algerijnen niet klaar voor democratie?

“De politieke partijen waren er niet klaar voor. Ze kwamen uit het niets, waren altijd verboden geweest, en moesten snel een politiek programma bedenken. De seculiere lijsttrekkers waren intellectuelen en ex-ministers. Niemand wist wie de intellectuelen waren en de ex-ministers vertrouwden ze niet. Omdat ze genoeg hadden van de regering stemden veel mensen op het FIS. Dat was de enige partij die een sterke band had met het volk. Al jaren haden ze, vanuit de moskeeën, sociaal werk gedaan, werk dat de regering had laten liggen. Ziekenzorg, kinderopvang, sportscholen - goed werk. Mensen wisten waar het FIS voor stond. Het FIS had een netwerk om campagne te voeren: ze hielden politieke preken in de moskee.”

Hoe had het dan gemoeten in Algerije?

“Langzaam, zoals in Jordanië. Daar kwamen na de verkiezingen twee moslimbroeders in de regering. Dat deed de koning bewust. Een zat op Onderwijs. Kinderen kregen meer Koranlessen dan geschiedenis. Zelfs ouders die op de Broeders hadden gestemd, vonden het een ramp. De Broeders smeekten de koning om hun geen ministersposten meer te geven.”

In Algerije heeft het FIS niet de kans gekregen om af te gaan.

“De vraag is of ze überhaupt aan de verkiezingen mee hadden mogen doen. Volgens de grondwet mogen partijen niet geënt zijn op etnische, religieuze of taalverschillen. Het FIS stoelt op religie. De Algerijnse regering wilde democratisch zijn en liet het FIS toe. Een democratie zonder het FIS was beter geweest dan wat er nu is: een burgeroorlog en een militair regime dat nog steeds wreder wordt. Omdat de hervormingen in Algerije uit de hand liepen, stagneren de hervormingen elders in de Arabische wereld. Het heeft alle leiders huiverig gemaakt voor verandering.”

Gebruiken Egypte of Marokko het Algerijnse echec niet als excuus om geen politieke hervormingen te hoeven doorvoeren?

“Zeker, Arabische leiders hebben een obsessie met controle. De presidentiële adviseurs nog meer. Dat zijn de meest behoudende Arabieren die ik ken. Zij willen alles bij het oude houden. Filteren alle problemen weg. 'Excellentie, er is oppositie, maar dat zijn oproerkraaiers, dus die arresteren we en dan zijn we ervan af'. Ze zijn niet bang te worden gestraft als ze iets verkeerds zeggen. Ze zijn bang dat ze hun baan verliezen. Arabieren beschouwen hun baan als hun eigendom. Soms gaat zo'n baan later op hun zoon over. Als er een nieuwe regering komt worden alle bureaucraten vervangen. Niemand heeft het instortende systeem in Oost-Europa met zoveel angst gevolgd als deze mensen.”

Zij zeggen dat ze radicale islam onder controle hebben. Is dat zo?

“Ja, behalve in Algerije. Zelfs in Egypte hebben ze de radicale islamieten militair in de hoek gedreven.”

Maar de maatschappij islamiseert er. Net als in andere landen.

“Dat heeft niets met radicalisme te maken. Veel Arabieren hebben ontdekt dat de westerse gedragscodes die ze hebben overgenomen, niet bij hun cultuur passen. Ze grijpen terug op islamitische codes. Aangezien ze bijna allemaal moslim zijn en de Koran gedetailleerd voorschrijft hoe je moet leven, voelen ze zich daar beter bij. Daar is niets mis mee. Het is makkelijker om de opmars van de islam te registreren dan de reacties van de mensen daarop. Je ziet dat er op de TV ineens gebedsonderbrekingen zijn. Of dat er meer vrouwen gesluierd lopen dan vroeger. Als outsider denk je: weer een gesluierde vrouw, zij zal wel op de Moslimbroeders stemmen. Maar als je haar vraagt wat ze vindt van islamitiche politici en aanslagen op toeristen of op de president, zegt ze: “I'm so fed up with this”. Dat hoor ik veel Arabieren zeggen. Radicale islam grijpt in in het leven van mensen. Daar houden Arabieren niet van. In Saoedi-Arabië viel de religieuze politie mensen lastig, dwong ze te bidden. Men had er zo genoeg van dat de regering ze nu onder streng toezicht heeft geplaatst. In Iran idem dito. En in Jordanië zei iemand: 'Ik leef goed, bid, vast met Ramadan, ga op bedevaart, geef aan de liefdadigheid. Ik hoef geen morele lessen - en zeker niet van die bebaarde, hypocriete jongelui'.

Nog iets. Omdat de pers overal door de staat wordt gecontroleerd krijgen de Arabieren een vreselijk beeld van de militante islam voorgeschoteld. Een jaar geleden dwong het FIS twee vrouwen om achter elkaar met FIS-leden te trouwen, zodat ze allemaal met die vrouwen naar bed konden. Later hebben ze ze vermoord en verminkt. Overal in de regio werden detailfoto's van de lijken, in kleur, in de krant afgedrukt. Dat deed de islamitische bewegingen geen goed.''

Waarom zouden de Arabieren de fundamentalisten geen kans geven, als ze zijn uitgekeken op de huidige leiders?

“De islamitische revolutie is haar glans kwijt. De Revolutie heeft Iran van de regen in de drup geholpen. Het enige andere voorbeeld, Soedan, is een nog grotere ramp. Niemand wil die landen kopiëren. Zelfs Hezbollah of het FIS niet meer.”

Die hebben toch een eigen idee over de ideale samenleving?

“Was het maar waar. Ik heb veel islamitische leiders ontmoet. Het zijn wolven in schaapskleren. Politici, verkleed als weldoeners. Uit op macht. Het zijn vaak ex-marxisten, maar nu het marxisme uit de mode is hebben ze hun baard laten staan.”

U heeft weinig respect voor ze.

“Ik ben niet anti-religieus, begrijp me niet verkeerd. Als de Church of England zo was gebleven als in de tijd dat ik geboren was, was ik trouw lid. Aanvankelijk vond ik de fundamentalisten sympathiek. Ze waren niet corrupt. Ze wilden 'schoon' blijven om het volk te laten zien hoe corrupt het regime was.”

En toen?

“Toen heb ik religieuze leiders opgezocht. Ik herinner me Abassi Madani, van het FIS. Ik vroeg hem wat je een politicus hoort te vragen. Zoudt u buitenlandse investeringen toestaan als u de macht zou hebben? Wat voor economisch beleid wilt u voeren? In Iran zijn daar verhitte debatten over. Madani had er geen antwoord op. Hij grossierde in islamitische cliché's.”

Toch luisterden veel Arabieren naar die cliché's.

“Er zijn drie manieren om aan de macht te komen: een revolutie, een coup en verkiezingen. Het zal de islamitische bewegingen waarschijnlijk op geen van de drie manieren lukken.

Voor een revolutie heb je de brede steun van het volk nodig. De sjah viel omdat heel Iran tegen hem was: soldaten, bazari's, intellectuelen, arbeiders, studenten. Ze sloegen de handen ineen om hem weg te krijgen. Zoveel oppositie heeft geen enkel Arabisch regime, op geen stukken na. In Jordanië werken de koning, de stammen, de liberalen en de conservatieven samen om de Moslimbroeders te isoleren. Radicale islam is op de Arabische universiteiten veel minder populair dan het marxisme destijds. In Iran dacht de middenklasse: we haten de sjah, we geven de ayatollah's een kans. De Arabische middenklassen zullen die fout niet maken. Ze weten wat ervan komt.''

En waarom geen coup?

“Daarvoor heb je de steun nodig van het leger. In Egypte zijn de islamitische radicalen redelijk geïnfiltreerd, maar niet genoeg. Sinds de coups van de jaren vijftig en zestig worden Arabische legers permanent gescreend. Alle kazernes en commandoposten in en om de hoofdstad worden streng bewaakt. Sinds 1970, toen Assad aan de macht kwam, is er maar één staatsgreep in de regio geweest: in 1989 in Soedan.”

En Saddam in 1979?

“Dat was geen coup. Hij was vice-president en schoof de president opzij.”

Verkiezingen sluit u ook uit.

“Sinds Algerije manipuleren de regimes verkiezingen op een meesterlijke manier. In het beste geval wijzen ze een aantal parlementariërs van tevoren aan, en de rest is 'vrij' maar kan nooit een meerderheid halen. Niemand zal de radicale islamieten zo aan de macht laten komen.”

Wat betekent het voor het Westen als ze toch aan de macht komen?

“Nog zo'n vraag waar religieuze leiders nooit antwoord op geven. Wat me wel opvalt is dat zij ongelooflijk weinig van het Westen weten. Zij geloven echt dat het Westen de rest van de wereld als slaven wil uitbuiten.”

Veel van die leiders hebben toch lang in het Westen gewoond. Of ze wonen er nog.

“Londen zit er vol mee. Londen is de hoofdstad van de Arabische wereld. Hier worden de kranten gedrukt, hier vinden de wapendeals plaats. Veel Arabieren zoeken alleen maar elkaar op. Het is een gesloten circuit. Als wij naar de Arabische wereld reizen, willen we er wat van opsteken. Britten schrijven dissertaties over Mesopotamische dynastieën. Er is geen Arabier die hetzelfde doet over de contra-reformatie in zestiende-eeuws Nederland. Het interesseert ze niet.

“Ze geloven dat hun ellende de schuld is van de kolonialen. Ze voelen zich verkracht door het Westen. Het Arabisch-Israelische conflict heeft dat doel versterkt. Meer begrip voor het Westen betekent dat ze mede-verantwoordelijkheid moeten nemen voor de misère. Dat is pijnlijk.

“Alleen Saoedi's zijn beter van het Westen op de hoogte. Dat komt door Aramco, de Amerikaanse oliemaatschappij. Ze kwamen Saoedi-Arabië binnen met die geweldige etnische kleurenblindheid die Amerikanen kunnen hebben. Ze wisten niet eens het verschil tussen sunnieten en sji'ieten. Ze bevrijdden de sji'ieten die tot dan toe altijd kort waren gehouden. Aramco nam ze gewoon in dienst. “You want this job, right!” En een dag later stonden de sji'ieten te drillen. Aramco heeft een geweldig opvoedend effect gehad op Saoedi-Arabië.”

Toch zijn er nu spanningen tussen Londen en Riyadh.

“We hebben de hele Saoedische islamitische oppositie hier. De koning begrijpt niet dat wij de geheime politie niet op ze afsturen en de beweging oprollen. Daarom maakt Saoedi-Arabië geen haast met nieuwe Britse contracten.”

Is het niet vreemd dat het Westen islamitische radicalen onderdak geeft, en toch steeds bezorgder wordt over de islam?

“De Saoedi's hebben een beetje gelijk, bedoelt u? Natuurlijk.”

Spelen westerse politici in op de angstgevoelens van het volk? De laatste film van Arnold Schwarzenegger gaat over een Jihad-beweging die een atoombom aan het maken is, en is een kassucces.

“Zo smerig is het niet. Amerikaanse en Europese politici denken echt dat depolitieke islam sterker wordt. Aanslagen in Frankrijk, de autobom in Riyadh - is het vreemd dat ze dat denken? Frankrijk maakt zich zorgen over Algerije. Italië is bezorgd over de influx van Noordafrikaanse moslims. Spanje had deze zomer een visoorlog met Marokko. De vissers mochten de Marokkaanse wateren niet in. Dat heeft impact op het demoniseren van de islam.

Stel, je moet een nieuwe strategie voor de NAVO ontwerpen. Dat is een militaire organisatie, dus je kijkt eerst naar de dreiging. Je zegt niet: het valt mee, laten we onszelf opheffen. Het Midden-Oosten is geen onlogische keus. Het is naast de deur, instabiel, er wonen mensen die het Westen haten en er is een militante islam. Als je dat hebt vastgesteld, bepaalt dat je gedachten. Het is verklaarbaar dat Willy Claes met islam 'als nieuwe vijand' op de proppen kwam. Het Britse leger hield al eind jaren tachtig oefeningen tegen een denkbeeldige Arabische vijand. Europese politici zijn niet anders dan de Arabieren zelf: ze zijn bezig met hun eigen baan.''

En de Amerikanen?

“Amerikanen hebben de neiging alles wat er in de wereld gebeurt in verband te brengen met wat er in Amerika gebeurt. Toen mijn boek in Amerika verscheen, zat ik in een talkshow. De interviewer zag een verband tussen de opkomst van religieuze bewegingen in Amerika en militante islam in het Midden-Oosten. Hij wilde Waco en de Oklahoma-bom in een internationale context plaatsen. Ik zag de connectie niet, maar hij ging maar door. Amerikanen zijn fashion minded. Het thema 'religieuze revival' is in de mode in Amerika. Iedereen die er nu iets over schrijft, wordt beroemd. In Londen is meer reserve. Hier worden meer ideeën besproken, zonder dat er een de overhand krijgt.”

Voedt vrede met Israel de islamitische bewegingen?

“Integendeel. Toen Rabin vermoord was, eerden veel Arabieren hem als held van de vrede. Zelfs Arafat. Nu het Arabisch-Israelische conflict langzaam dooft, verdwijnt het belangrijkste gevoel van falen in de Arabische wereld. Er valt een last van hun schouders. Veel Egyptenaren vonden het mooi dat Mubarak in Jeruzalem zat op de begrafenis, tussen de wereldleiders. Sinds Arafat met Israel onderhandelt en punten scoort, stijgt zijn populariteit onder de Palestijnen. De oplossing van het conflict met Israel trekt het kleed langzaam onder de islamitische beweging weg. Militante islam wordt gevoed met een gevoel van falen.”

Gelooft u, met Shimon Peres, in een 'nieuw Midden-Oosten'?

“Peres denkt dat vrede de Arabieren welvaart brengt. Ik niet. Vrede vermindert hun gevoel van falen. Ook economische hervormingen die sowieso moesten plaatsvinden, dragen daartoe bij. In Marokko zijn de hervormingen een voorzichtig succes. Ik moet zelfs prognoses maken voor potentiële Britse investeerders. Je kunt nu al zien dat de Marokkanen weer iets hebben om trots op te zijn. Onderschat de de politieke impact van economische hervormingen niet. Zelfs Syrië waar geen vrede is, waar een rigide bewind is, is de economie aan het liberaliseren. Particuliere bedrijven zetten de regering onder druk. Zij eisen belasting- en investeringswetten waar ze van op aan kunnen. Anders investeren ze niet en kunnen ze niet met buitenlandse bedrijven in zee. Ze willen dat staatsinstellingen efficiënter worden, ze aansprakelijk kunnen stellen als er iets fout gaat. Dat betekent dat de politieke elite, die het economische leven beheerste, minder vaak met een stroke of the pen kan beslissen wat zij goed acht voor zichzelf. Zij moet de macht met anderen gaan delen. Het gaat trager dan ik dacht toen ik mijn boek schreef. Maar het gebeurt.”

U klinkt optimistisch.

“Ja, maar er zit een paradoxaal staartje aan. Veel westerlingen denken dat een democratischer Midden-Oosten onze verhoudingen met de Arabieren ten goede komt. Ze vergissen zich. Een, zeg, semi-democratisch Midden-Oosten zal de relaties juist bemoeilijken. Zo wilde de Jordaanse koning, die pro-westers is, tijdens de Golfoorlog de geallieerden steunen. Maar het parlement, dat net geïnstalleerd was, was pro-Iraaks. Hij kon het niet negeren. Tenslotte vonden ze een compromis, een 'neutrale' houding. Trouwe bondgenoten van het Westen kunnen straks niet om de wil van het volk heen. Daar zal het Westen het nog moeilijk mee krijgen.”