Kosten polissen voor koopsom schokkend hoog

AMSTERDAM, 18 NOV. Verzekeringsmaatschappijen maken fiscaal aantrekkelijke koopsom-polissen opzettelijk ondoorzichtig en onvergelijkbaar. Daardoor zijn ze in staat op het moment van storting, van iedere gulden rond de twintig cent aan kosten in rekening te brengen.

Van het belastingvoordeel komt gemiddeld minder aan de verzekerde toe, dan aan de verzekeraar waarbij de polis is afgesloten. Tot deze conclusie komt dr. A.W.A. Boot, hoogleraar ondernemingsfinanciering en financiële markten aan de Universiteit van Amsterdam, na een onderzoek naar de kosten van koopsom-polissen, dat maandag wordt gepubliceerd. “De kosten zijn schokkend hoog”, vindt hij. “Er is een enkele polis die in de buurt van de 10 procent komt, maar er zijn er veel meer, met name bij maandelijkse premiestortingen, die de 30 procent halen of zelfs meer.”

Boot richtte zijn onderzoek op de polissen waarmee verzekeraars de laatste tijd frequent paginagroot adverteren: die waarvan de toekomstige uitkering afhankelijk is van aandelenbeleggingen. Omdat het koffiedik kijken is welke aandelen het best zullen renderen, biedt de kostenstructuur van dergelijke polissen een objectief aanknopingspunt om ze met elkaar te vergelijken. Voor de andere categorie polissen, die met een gegarandeerd eindkapitaal, is dat eenvoudig. De Consumentenbond vergelijkt deze regelmatig.

Een zegsman van de Verzekeringskamer, de toezichthouder op de verzekeraars, geeft aan bekend te zijn met Boots grieven over de ondoorzichtigheid. “We hebben de verzekeraars al eens gewaarschuwd, maar we kunnen ze tot niets verplichten. De wet biedt daartoe geen mogelijkheden”.

Het Verbond van Verzekeraars, waarbij nagenoeg alle verzekeraars zijn aangesloten, noemt in een reactie Boots bevindingen “onwaarschijnlijk”. Op de hoge kosten wil de woordvoerder niet ingaan voor hij van het onderzoek heeft kennisgenomen. Het Verbond werkt wel aan een code die verzekeraars verplicht in advertentiemateriaal heldere maatstaven op te nemen betreffende onder meer kosten en rendementen, zodat de consument “meer eenduidig inzicht krijgt in de verschillen tussen aanbiedingen”. De code wordt in het voorjaar geïntroduceerd.

Pag.20: Verzekeraar profiteert meest van fiscus

Een voorbeeld uit Boots onderzoek. Een particulier stort als koopsom 10.000 gulden, maar ziet op zijn eerste rekeningoverzicht 8.500 gulden. Bij maandelijkse stortingen blijkt de verzekeraar probleemloos eenderde of meer achter te houden. Hoewel ze suggereren dat daarmee alle kosten in één keer in rekening zijn gebracht, is dat niet het geval. Het ingelegde geld wordt namelijk doorgaans in een beleggingsfonds gestoken. Het rendement dat dit fonds maakt komt toe aan de verzekerde, althans het netto-rendement. Want het fonds brengt ook kosten in rekening.

Belangrijke vraag is waarom de tucht van de markt verzekeraars niet dwingt de kosten van koopsom-polissen te verlagen èn inzichtelijker te maken. Boot meent dat het antwoord ligt in de oligopolistische structuur van de markt. Het relatief kleine aantal grote aanbieders dat de dienst uitmaakt beschermt zich tegen concurrentie door polissen onvergelijkbaar te maken, in advertenties wordt veelal met geen woord over kosten gerept.

Het woord koopsom slaat op de bijbehorende fiscale status van een dergelijke polis. Elke Nederlander heeft het recht om jaarlijks 5.634 gulden vóór belasting te storten als koopsom-polis (voor een echtpaar 11.268 gulden). Wil de koper van zo'n polis over het geld beschikken na een vastgesteld aantal jaren dan moet over het hele opgebouwde vermogen belasting worden betaald. Het beschikken over het geld kan alleen door middel van een lijfrente, een periodieke uitkering. Ter indicatie: in augustus werd voor een bedrag van 1,03 miljard gulden aan lijfrente-produkten afgesloten.

Is voor de verzekeraar een koopsom-polis vrijwel identiek aan een normaal beleggingsprodukt, voor de spaarder is er een belangrijk verschil vanwege de uitgestelde belastingheffing. Het behaalde voordeel kan bijvoorbeeld liggen in het feit dat de koper bij uitkering na tien jaar een lager belastingtarief betaalt dan hij nu doet. Maar ook zaken als dividend- en rentevrijstellingen spelen een rol. De onbelaste vermogensaanwas gedurende de looptijd van de polis is te allen tijde een voordeel.

De hoogleraar begrijpt niet wat de overheid heeft bewogen om koopsom-polissen toe te staan, als gemiddeld genomen de verzekerde minder profiteert dan de verzekeraar. “Niemand zal ontkennen dat het bevorderen van besparingen en het stimuleren van een eigen pensioenopbouw legitieme doelstellingen zijn”, merkt Boot op. “Maar hoe verhoudt zich dit tot de praktijk waar van elke gulden belastingvermindering soms slechts 33 cent bij de verzekerde komt en 67 cent bij de verzekeringsmaatschappij?”