'Inmenging is nodig op de Antillen'

DEN HAAG, 18 NOV. Nederland krijgt voor het eerst rechtstreeks te maken met de harde hand van het Internationale Monetaire Fonds (IMF). De sanering van de economie van de Nederlandse Antillen, onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden, wordt uitbesteed aan de strenge heelmeesters van het IMF. De Antillen onderhandelen met het IMF over de laatste details van een stand by-programma, de aanpak van het IMF voor een land in economische crisis. Aangezien de Antillen zelf geen lid zijn van het Fonds wordt de bijbehorende deviezensteun verstrekt door De Nederlandsche Bank, met garantie van de Nederlandse staat.

Vrijwel de hele Tweede Kamer steunt het inschakelen van het IMF. De fractiespecialist Antilliaanse zaken van het CDA, Mulder-van Dam, gelooft dat het Fonds kan ingrijpen op een manier waartoe de Nederlandse regering niet in staat is. “Inmenging van buitenaf is nodig, want strenge maatregelen door onze regering zouden door de Antillianen kunnen worden gezien als een ongewenste vorm van inmenging”, zegt ze. Volgens VVD-woordvoerder A.J. te Veldhuis is de betrokkenheid van het IMF “een signaal naar de Antillianen dat de tijd van pappen en nathouden voorbij is”.

Ook PvdA-woordvoerder Van Oven en Rosenmöller (GroenLinks) vinden dat het Fonds terecht is ingeschakeld. Volgens Scheltema (D66) “moet er echt iets gebeuren”, maar over de manier waarop is wat haar betreft nader overleg noodzakelijk.

Niet bekend

De economische situatie op de Antillen verslechtert met de dag. Het overheidstekort loopt op, de Antilliaanse overheid is niet in staat zijn schulden te betalen en de deviezenvoorraad slinkt.

Het recept dat het IMF voor dergelijke situaties in talloze andere probleemlanden hanteert, bestaat uit bezuinigingen op de overheidsuitgaven, sanering van de overheidsfinanciën en een devaluatie van de wisselkoers. Dat laatste is op de Antillen (de Antilliaanse gulden is gekoppeld aan de dollar) nog niet aan de orde. Wel zal waarschijnlijk sprake zijn van aanbevelingen om het aantal ambtenaren te verminderen, te korten op hun salarissen en betere belastingheffing. Het effect op korte termijn is een daling van de levensstandaard. Als de Antillen hiertegen zouden protesteren, kan Nederland zich achter de brede rug van het IMF verschuilen.

De meeste Kamerfracties zijn zich ervan bewust dat de Antillianen weerstand zullen bieden tegen de inwilliging van de IMF-eisen. Wat het CDA en de VVD betreft, moet de bevolking door de zure appel bijten, vergelijkbaar met de kritieke situatie in Nederland begin jaren tachtig. Te Veldhuis (VVD): “Toen hadden we hier het strenge maar rechtvaardige beleid van Lubbers en Ruding. We kunnen trouwens tegen de Antilliaanse regering zeggen dat zo'n houding hun geen windeieren hoeft te leggen: Lubbers en Ruding waren de populairste mannen van het land.”

Van Oven (PvdA) en Rosenmöller (GroenLinks) zien dat anders. Zij vrezen voor sociale onrust als gevolg van de eisen die het IMF stelt aan hun ingrijpen. Van Oven: “Er kunnen problemen ontstaan als ze van de Antilliaanse regering eist de uitgaven te beperken.”

Op Curacao hebben de vakbonden van het overheidspersoneel, verenigd in de Kamera Sindikal onder leiding van de invloedrijke Erroll Cova, veel macht. De bonden kunnen het eiland moeiteloos platleggen en daarmee het IMF-programma ontregelen. Op de achtergrond speelt bovendien altijd nog de herinnering aan de volksopstand van 30 mei 1969 in Willemstad. Nederland stuurde toen mariniers naar het eiland om de orde te herstellen.

Samenwerking tussen de Antilliaanse regering onder leiding van premier M. Pourier en de vakbeweging is volgens de Tweede-Kamerfracties cruciaal om een herhaling van 1969 te voorkomen. Vakbondsleider Cova, die via enkele 'vakbondsvriendelijke' ministers ook een stevige stem heeft in de Antilliaanse regering, vervult daarbij volgens Mulder-van Dam “een nuttige dubbelfunctie”. Tegenover hem staat de alom gerespecteerde premier Pourier. “Hij onderneemt pogingen de bevolking van de ernst van de situatie te doordringen”, meent Rosenmöller. Pourier moet de bevolking duidelijk maken dat de verantwoordelijkheid de problemen op te lossen primair bij de Antillianen zelf ligt.

De IMF-missie die in oktober de Antillen bezocht ter voorbereiding van het aanpassingsprogramma, heeft niet alleen met de regering en de centrale bank overlegd, maar zich veel moeite getroost ook de vakbeweging en politieke partijen te overtuigen van de ernst van de situatie. Uit ervaring weet het IMF dat het belangrijk is om een breed draagvlak voor een aanpassingsprogramma te scheppen in een land.