Hoge Raad verbetert in arrest positie slachtoffers incest

DEN HAAG, 18 NOV. De Hoge Raad heeft gisteren in een arrest de bewijspositie van slachtoffers van incest verbeterd. Volgens de Hoge Raad mag niet worden uitgesloten dat rechters verklaringen van deskundigen als psychiaters en psychologen mede als bewijsmateriaal gebruiken tegen verdachten van seksueel geweld. Tot nu toe was dat wel uitgesloten, omdat die experts het verhaal slechts van één kant, het slachtoffer, hoorden.

Volgens advocate G. van Driem uit Amsterdam, die de zaak bij de Hoge Raad aanhangig maakte, is de uitspraak een doorbraak. “Ik ben enorm blij. Rechters zullen verklaringen van deskundigen moeten zien als aanvullend bewijsmateriaal. Slachtoffers van incest of seksueel geweld kunnen hun veelal jaren tevoren ondergane leed slechts door middel van deskundigenbewijs aannemelijk maken. Er zijn tenslotte bijna nooit rechtstreekse getuigen bij het misbruik aanwezig.”

In het 'proefproces' stond de zaak van een incest-slachtoffer centraal. De vrouw vroeg in kort geding de rechtbank en het hof in Leeuwarden om 5.000 gulden schadevergoeding van haar broer, die haar jaren zou hebben misbruikt. Zij staafde haar beschuldigingen onder meer met deskundigenrapportages, die de verhalen van de vrouw als alleszins geloofwaardig bestempelden. Maar beide rechtscolleges wezen de eis om schadevergoeding af, omdat de vrouw onvoldoende bewijsmiddelen kon leveren. De deskundigenrapportages werden daarbij als niet relevant voor het bewijs opzij gezet. De Hoge Raad verwierp die houding. (ANP)