Haasje over

DE SNELWEG wordt een 'traagweg', want de politie voert actie. Dat is niet de eerste keer. Ook de klip waarop het arbeidsvoorwaardenoverleg is gestrand is bekend: de inconveniëntenregeling. Dus dansen politiemensen op de Coolsingel, zegt de altijd alerte Amsterdamse korpschef Nordholt desnoods zelf te zullen meelopen in een protestoptocht en worden allerlei overtredingen niet geverbaliseerd.

Tijdens de 'novemberstorm' van de ambtenarenstakingen in november 1983 verbood de president van de Utrechtse rechtbank nog iedere politieactie die een louter “demonstratief karakter” te boven ging. Iedere afwijking van de normale taakvervulling had volgens hem de onaanvaardbare consequentie dat de burger ook buiten de acties gaat twijfelen aan de rechtmatigheid van politie-optreden. Als voorbeeld noemde de rechter “volledige ontwrichting van lokaal of regionaal verkeer” - de traagweg dus.

Tussen de Utrechtse uitspraak en nu ligt de hete herfst van 1988 toen ministers op werkbezoek werden onthaald op oorverdovende fluitconcerten van boze politiemensen. Moet kunnen, was de reactie van premier Lubbers. Het jaar daarop was hij echter opeens opmerkelijk gemotiveerd om de slepende reorganisatie van het politiebestel ter hand te nemen.

De ingrijpende herziening van het politiebestel die tijdens de vorige kabinetsperiode zijn beslag kreeg, heeft de sluimerende controverse over de onregelmatigheidstoeslagen niet opgelost maar eerder verscherpt. De medewerking van het personeel is in veel gevallen 'gekocht' ten koste van de flexibiliteit van de bedrijfsvoering, zo stelde een officiële werkgroep vorig jaar vast. Voorzitter was de oud-minister van binnenlandse zaken Van Dijk, die in zijn ambtsperiode al hardhandig kennis had gemaakt met het inconveniëntenprobleem.

TOCH STELDE HIJ reeds in september 1986 - met volledige instemming van de politievakorganisaties - vast dat de inconveniëntenregeling toe is aan een “fundamentele herziening”. De nieuwe regeling zou de flexibiliteit niet in de weg mogen staan en een directe relatie moeten leggen tussen ongemak en vergoeding. Het vaste deel van de inconveniëntenregeling dient echter nog steeds als een verborgen extra salarisschaal. En wat de flexibiliteit betreft: “Al te vaak is de meeste politiecapaciteit beschikbaar op dinsdag tot en met donderdag tijdens kantooruren”, zoals de redactie van het Tijdschrift voor de Politie het elegant doch niet mis te verstaan heeft uitgedrukt.

Natuurlijk kunnen de vaste toeslagen niet van de ene dag op de andere worden afgeschaft. Afschaffing brengt ook de fundamentele ontevredenheid met de salarisstructuur aan de oppervlakte die tot dusver stiekem is gecompenseerd door het toelagensysteem. Dat zijn lastige kwesties. Maar het voortdurende “haasje over” dat de politiebonden in de rake typering van Van Dijk cum suis spelen met de korpsbeheerders, leidt tot niets.