Gespannen wachten op een regenboog

Er zijn woorden die zich ongemerkt in het geheugen haken en daar woekeren als parasieten. Ze vermenigvuldigen zich, trekken andere woorden aan, veroorzaken tijdelijke malligheid. Dichters kunnen er mee uit de voeten, anderen raken er door van slag. Het begon bij mij dit voorjaar met het alarmerende bericht in een provinciaal dagblad over de komst van het Amerikaanse vuilbroed, een bijzonder besmettelijke ziekte die imkers in een mum van tijd brodeloos maakt. Bijenhouders werd aangeraden geïnfecteerde volken onmiddellijk in brand te steken.

Vuilbroed, ook broedpest genoemd, kenmerkt zich door een verschrikkelijke stank, leert het Handboek der moderne bijenteelt. Zakbroed, een verwante en voor het eerst in 1898 gedetermineerde ziekte, is daarentegen geurloos. Ook de incubatietijd verschilt, na besmetting heeft zakbroed er zes dagen voor nodig, het Europees vuilbroed slechts drie en het Amerikaans vuilbroed doet er een week over om een volk uit te roeien. Schokkend, wat u zegt. En een ramp, ook voor mij, hoewel geen zoetekauw, want het woord bleef in mijn hoofd rondzingen. Eerst trok het Vuiltongen aan - 'onzedigen klap, achterklap vertellen, kwaadspreken, lastertongen' volgens L.W. Schuermans' Algemeen Vlaamsch Idioticon. Al snel kwam vuile zaadloop er bij en kreeg ik last van slapeloosheid: 'De gonorroea virulenta of vuile zaadloop en druipert is eigentlijk eene afvloeijng van scherpe etteragtige stoffe, uit den waterweg der mannelijke roede' (Chomel, 1769). 'Vuile karonje, ge stinkt!' dichtte Guido Gezelle en ik, vuilak, raakte de kluts kwijt, kreeg last van smetvrees en overwoog in mijn atelier een bidet te installeren, terwijl ik alleen maar een woord had opgelopen! In mijn moestuin werd voortaan niet het onkruid, maar het vuilkruid gewied; vuile nagels werden drie maal daags duchtig gereinigd. Van alles en nog wat werd in mijn ogen werkelijk te vuil voor woorden.

De aanblik van een in fluorescerende kleuren gehulde wielrenner of jogger veroorzaakte braakneigingen, ranzige reclame en luide muziek van hetzelfde laken een pak. Per ongeluk noemde ik mijn aanbiddelijke echtgenote vuilakje in plaats van doddekopje. Van de weeromstuit werd ik kuiser dan de paus, zelfs de grond kussen werd onmogelijk. 'God weet, hoe zeer ik trachtte de vuile wanbedryven, de vlekken myner zonde uit myn gemoed te wryven' (F. de Haes). Slechts eenzaamheid en stilte boden soelaas. Het gezoem verdween. Midden in de zomer begon het weer doordat de schapen van de buurman opeens op hun knieën graasden, de veearts constateerde hoefrot. Na behandeling liepen ze een paar weken later weer oprecht monter te blaten, maar het kwaad had zich reeds verspreid: twee weilanden verder stond een kreupel en klaaglijk loeiend kalf in de isolatie. De hoeven wit van de zalf. Tijdens een ommetje had ik het onfortuinlijke dier ter wereld zien komen. Een koe kromde de rug alsof er krachtig geürineerd ging worden: gespannen bleef ik wachten op de miniatuur regenboog. Maar de vliezen braken en elegant gleed er een kalf in het gras. De koe likte haar boreling schoon en stond daarna urenlang dromerig op de moederkoek te kauwen. De zomer vergleed zonder noemenswaardige malligheid, alleen de wespen en de bijen zoemden.

Maar vorige maand kopte deze krant: Bruinrot trof al 34 landbouwbedrijven. Bruinrot! Oeps, daar begon het weer: rotzooi, betonrot, rot als een mispel, o rot toch op, vuile rancuneuze rattekop. Jawel, ook bruinrot is besmettelijk. Vooral de aardappelrassen Bildstar, Désirée, Spunta en Bartina zijn gevoelig voor de ziekte. Rond kerstmis zal de Planteziektekundige Dienst pas een raming van de ramp hebben, de door bruinrot veroorzaakte schade wordt nu al geschat op 10 miljoen gulden. Kan Bruintje dat wel trekken? De krant meldde dat aangetaste aardappelen nog verwerkt kunnen worden tot patat, chips of aardappelmeel. Fijn, vuile friet. En de boer? Hij ploetert voort, voor hem geen zinloos rondzingende woorden - maar daden.