'Faraoniek' vliegveld wekt weerstand in Argentinië

De aanleg van een vliegveld op een kunstmatig eiland bij Buenos Aires is in Argentini¨ een omstreden project in Argentinië. President Menem wordt ervan beschuldigd AeroIsla te gebruiken om vrienden te spekken met lucratieve onroerend goed-transacties.

BUENOS AIRES, 18 NOV. De Nederlandse overheid is, via de ministeries van economische zaken en verkeer en waterstaat, betrokken geraakt bij een controversieel infrastructureel project in Argentinië. Het gaat om de aanleg van een vliegveld op een kunstmatig eiland in de monding van de Río de la Plata bij de hoofdstad Buenos Aires.

Het op ongeveer 1 miljard dollar begrote project onder de naam AeroIsla ('vliegeiland') is een idee van de Nederlandse baggermaatschappijen Boskalis en Ballast Nedam/Hochtief. In een consortium dat speciaal voor dit project is gevormd, nemen verder deel het in luchthavens gespecialiseerde consultancybedrijf Naco, Schiphol Management en het Amerikaanse Johnson Controls. De Nederlandse overheid heeft in dit particuliere project “een paar ton” gestopt, aldus een woordvoerder van Economische zaken. Het geld is afkomstig uit een departementaal stimuleringsfonds voor haalbaarheidsstudies. Rijkswaterstaat en de Nederlandse ambassade in Buenos Aires zijn actief betrokken bij het project.

AeroIsla zou moeten dienen ter vervanging van het huidige vliegveld, Aeroparque Jorge Newberry, dat grotendeels voor binnenlandse vluchten wordt gebruikt. Het vliegveld nadert een verzadigingspunt en is bovendien ongunstig gelegen in de stedelijke agglomeratie. Maar tegenstanders van het AeroIsla-project vrezen dat dit plan, evenals andere grote infrastructurele projecten in Argentinië, zal worden aangewend door personen die goede relaties onderhouden met president Carlos Menem om zich op een oneigenlijke manier te verrijken. Bovendien wordt het idee gekritiseerd als een 'faraoniek project' van het Argentijnse staatshoofd in een tijd waarin het in een diepe recessie verkerende land wel belangrijker zaken aan het hoofd heeft.

De controverse betreft vooral de wijze waarop AeroIsla moet worden gefinancierd. De aanleg van het 323 hectare grote kunstmatige eiland in de Río de la Plata en de bouw van een luchthaven voor maximaal 7,5 miljoen passagiers per jaar kosten elk rond de 450 tot 500 miljoen dollar. Financiering voor de luchthaven lijkt geen probleem te zijn. Onder leiding van de bank CS First Boston kan een groep worden samengesteld die het benodigde bedrag investeert en deze investering terugverdient door de revenuen van het vliegveld. Maar op de particuliere kapitaalmarkt bestaat er geen bereidheid de aanleg van het eiland te betalen. De Argentijnse overheid, die vecht tegen een groeiend tekort op de begroting, heeft hier geen geld voor. “Het is economisch haalbaar, maar we krijgen de financiering niet rond”, zegt Michael Horsburgh van Intmaco S.A. dat de Nederlandse aannemers in Argentinië vertegenwoordigt.

De constructie die nu door de proponenten van het plan wordt voorgesteld, is dat van de ongeveer 150 hectare die het huidige Aeroparque beslaat, zo'n veertig procent zal worden gebruikt voor onroerend-goedprojecten. Gelegen aan de Río de la Plata, met het centrum van de hoofdstad op enkele minuten afstand en met goede verbindingen naar andere delen van Buenos Aires en de provincies zou het Aeroparque een zeer gewilde lokatie vormen voor de bouw van luxe appartements- en kantoorgebouwen. De resterende zestig procent van de grond zou een park moeten worden. Maar één van de controversiële punten betreft nu juist de vraag wie de eigenaar is van de grond waar Aeroparque op is gebouwd.

Het plan voor de aanleg van AeroIsla werd op 6 oktober 1994 gepresenteerd aan president Carlos Menem. Op die bijeenkomst waren behalve vertegenwoordigers van het aannemersconsortium ook aanwezig de Nederlandse ambassadeur in Argentinië, mr. A.J.A.M. Nooij, en de secretaris-generaal van Verkeer en Waterstaat, ir. A.B.M. van der Plas. Menem toonde zich volgens betrokkenen direct zeer enthousiast over het project. Ambassadeur Nooij heeft na die bijeenkomst in oktober '94, in augustus dit jaar opnieuw met Menem over het plan gesproken, aldus een woordvoerder van de ambassade. Begin augustus dit jaar kondigde de Argentijnse president een reeks infrastructurele projecten aan ter bestrijding van de torenhoge werkeloosheid. AeroIsla was daar één van.

De ontvangst door pers en publiek van het project AeroIsla stond in schril contrast met het enthousiasme van Menem, de aannemers en de Nederlandse overheid. Eén van de felste tegenstanders is de ombudsman van de hoofdstad, notaris Antonio Cartaña, een voormalige socialistische politicus die door het leven gaat als El defensor (de verdediger) van Buenos Aires. Volgens Cartaña, die een nieuw vliegveld “nodig, maar niet urgent” vindt, is anderhalve maand vóór de presentatie van het AeroIsla-plan bij president Menem de grond van het huidige Aeroparque op onjuiste wijze overgegaan van de gemeente Buenos Aires naar de luchtmacht. Deze heeft in Argentinië de functie van een rijksluchtvaartdienst en was volgens Cartaña sinds 1935, toen de bouw van Aeroparque begon, concessiehouder van de gemeente. Cartaña: “Dit is opnieuw een voorbeeld van een opzetje van de regering en haar politieke vrienden. De bedoeling is om een onroerend-goedhandel te verbergen achter een publiek project”.

Cartaña, die heeft aankondigd dat hij de dubieuze grondtransactie bij de rechtbank zal aanvechten, stelt dat het consortium van Intmaco een nauwe relatie onderhoudt met Alvaro Alsogaray, de man die door president Menem is aangesteld om het project te evalueren. Oud-minister Alsogaray is een omstreden figuur in de Argentijnse politiek. In kringen van de oppositie tegen president Menem wordt hij er onder andere van beticht een onzuivere rol te hebben gespeeld bij de privatisering van de nationale telefoonmaatschappij.

Bij het consortium Intmaco ontkent men, dat onder één hoedje wordt gespeeld met Alsogaray. Maar, zo zegt directeur ir. Sergio Zetera, “ik erken dat Alsogaray dit project met sympathie bekijkt”. Zijn collega Horsburgh gaat een stapje verder: “Hij staat beslist aan onze kant”. Naar verwachting zal de presidentiële adviseur eind deze maand met zijn conclusies naar buiten komen. De overdracht van de grond van Aeroparque aan de luchtmacht kort vóór de presentatie van het project aan Menem wordt door directeur Zetera van Intmaco afgedaan als “stom toeval”. Volgens Zetera is er niets bijzonders aan de hand met de eigendomsrechten.

Behalve de kwestie van de financiering en de eigendom van de grond van Aeroparque speelt ook de vraag in hoeverre de aanleg van een 323 hectare groot eiland in de Río de la Plata schade aan het milieu kan berokkenen. Gevreesd wordt onder meer, dat het kunstmatige object het proces van deltavorming in de riviermond zal bespoedigen. Navraag bij het ministerie van economische zaken in Den Haag leert, dat het consortium zelf een studie heeft verricht naar onder andere de mogelijke gevolgen voor het milieu. Van een volledige milieu-effectrapportage is geen sprake geweest. Volgens Verkeer en Waterstaat is dat ook geen vereiste in Argentinië.

De Argentijnse minister van milieuzaken, ir. María Julia Alsogaray, heeft zich al in een vroeg stadium enthousiast over het project AeroIsla uitgelaten. De minister is een dochter van Alvaro Alsogaray, de adviseur van Menem inzake AeroIsla. De Argentijnse milieuminister is niet onomstreden in haar land. Zo poseerde zij een paar jaar geleden op de omslag van het weekblad Noticias, slechts gekleed in een mantel van bont van een bedreigde diersoort. Kort vóór de wereldmilieutop in Rio de Janeiro haalde ze opnieuw op negatieve wijze de pers door president Menem een portefeuille van krokodilleleer kado te doen. Het ministerie van milieuzaken wilde niet ingaan op herhaalde verzoeken voor een vraaggesprek met de minister.

Verschillende waarnemers geloven inmiddels dat het project AeroIsla letterlijk 'dood in het water' is. De rol van Nederland wordt gekritiseerd. “Nederland had zich veel meer op de achtergrond moeten houden”, zo zegt een financiële analist desgevraagd. “Nu wordt het ervan beschuldigd speciale belangen te behartigen. Het is nu verpest”. Bij de ambassade in Buenos Aires wordt het omstreden karakter van het project onderkend. “Vergelijk het maar met het debat dat we in Nederland over de Betuwelijn hebben gehad”, zegt een ambassadewoordvoeder.

Bij Intmaco wordt alle negatieve publiciteit over het project geweten aan een doelbewuste campagne van Alfredo Yabán, onder andere eigenaar van de platformdiensten op de internationale luchthaven Ministro Pistarini nabij Ezeiza op ruim dertig kilometer van Buenos Aires. Volgens directeur Zetera van Intmaco betaalt Yabán Argentijnse journalisten om het project AeroIsla in de grond te boren. Yabán zou willen bewerkstelligen dat in de toekomst alle vliegverkeer van en naar Buenos Aires op (een gemoderniseerd) Ezeiza zal plaatshebben. Yabáns naam is eerder in verband gebracht met drugshandel. Onlangs hekelde minister Domingo Cavallo van economische zaken Yabán in het Congres toen hij de in Argentinië actieve mafia's aan de kaak stelde. De Amerikaanse Drugs Enforcement Agency (DEA) zou een uitgebreid dossier over Yabán hebben samengesteld.

AeroIsla is overigens als project niet uniek. Ook de nieuwe luchthaven van Hongkong zal op een kunstmatig eiland worden gebouwd. Het vliegveld van Osaka, dat ook op deze wijze is aangelegd, is langzaam aan het zinken. “Maar dat is dan ook niet door Nederlanders gebouwd”, zegt Michael Horsburgh van Intmaco. Het vliegveld zal in eerste aanleg een start- en landingsbaan van 2.500 meter krijgen met de mogelijkheid tot uitbreiding naar 2.800 meter. Behalve binnenlandse vluchten moet de luchthaven ook het intensieve vliegverkeer tussen Buenos Aires en de op een steenworp afstand gelegen Uruguayaanse hoofdstad Montevideo kunnen afhandelen. Momenteel reizen dagelijks zo'n zesduizend passagiers tussen beide bestemmingen. Bij een uitbreiding naar een baan van 2.800 meter kunnen ook lange-afstandsvluchten worden afgehandeld.

De aanleg van eiland en luchthaven zal volgens Intmaco respectievelijk drie en twee jaar in beslag nemen en voor naar schatting vijfduizend tijdelijke arbeidsplaatsen zorgen. Het consortium heeft tot nu toe drie miljoen dollar in het project gestoken. Onduidelijk is nog op welke wijze de aanbesteding zal plaatshebben, indien de Argentijnse regering besluit akkoord te gaan met AeroIsla. Bij een open tender kunnen ook andere Nederlandse aannemers intekenen. In dat geval zal de Nederlandse overheid zich terugtrekken om niet de indruk te wekken één bepaalde groep particuliere ondernemers te willen bevoordelen.