Convenant moet lozingen in de Rijn gaan beperken

ROTTERDAM, 18 NOV. De Duitse chemische industrie gaat minder verontreinigende stoffen lozen in de Rijn. Een convenant hierover is gisteren in Rotterdam ondertekend door dr. W. Sahm, hoofddirecteur van het Duitse Verband der Chemischen Industrie (VCI) en dr.J.H.A. van de Muijsenberg, de Rotterdamse wethouder van milieu.

In 1991 sloten deze partijen al een eerste convenant, waardoor de vervuiling van het havenslib aan de bron kon worden aangepakt. De kwaliteit van het Rijnwater werd daardoor aanzienlijk beter, en de beide partijen zetten dit beleid nu voort met een tweede convenant tot het jaar 2000.

Doordat de baggerspecie minder vervuild wordt, hoeft de komende jaren minder verontreinigd slib te worden gestort in het depot 'De Slufter' op de Maasvlakte. De Slufter is 260 hectare groot, 28 meter diep en omgeven door een dijk van 24 meter hoog. Van de ene kant naar de andere strekt het bassin zich uit over een kilometer. Dit depot, met een capaciteit van 150 miljoen kubieke meter, is in 1987 aangelegd.

Het Rotterdamse havenbedrijf hield er destijds rekening mee dat het depot in het jaar 2002 vol zou zijn. Op een aantal plaatsen reikt het gedeponeerde slib al tot twee meter onder de waterspiegel, maar De Slufter kan nu mee tot het jaar 2010. Die acht jaar respijt zijn een direct gevolg van de verbeterde kwaliteit van het havenslib. Er hoeft minder slib gestort te worden, en meer slib kan nu in zee worden geloosd. In de jaren na 1987 moest nog 10 miljoen kubieke meter havenslib per jaar worden gestort, maar die hoeveelheid is na het eerste convenant van 1991 inmiddels afgenomen tot 5 miljoen kubieke meter per jaar.

De VCI belooft in het nieuwe convenant in het jaar 2000 tussen de 50 en 87 procent minder verontreinigende stoffen te zullen lozen vergeleken met 1986. Het betreft lozingen van zink, chroom, koper, nikkel, kwik, cadmium en organochloorverbindingen.

Enkele voorbeelden: De hoeveelheid zink (in tonnen) ging van 450 in 1986 terug tot 270 en het gestelde doel voor 2000 is 100 (ton). Voor organochloorverbindingen zijn die getallen respectievelijk 1.500, 900 en 300, en voor cadmium 1,2, 0.8 en 0,5 (ton).

De nu toegezegde reducties voor nikkel, arseen, chroom en kwik zijn zo groot dat Rotterdam tot het jaar 2010 zal afzien van zijn aanspraken op schadevergoeding.

De totale omzet van de Duitse chemische industrie bedraagt 170 miljard D-mark, en de vijftig belangrijkste producenten zijn bij het convenant met Rotterdam betrokken. Samen zijn zij goed voor circa tweederde van de totale omzet, circa 100 à 120 miljard D-mark.

De gemeente Rotterdam heeft indertijd de Duitse chemische bedrijven geconfronteerd met de kosten voor het opruimen van verontreinigde baggerspecie. Na intensief overleg met de vervuilers heeft de gemeente Rotterdam afgezien van het indienen van schadeclaims, en konden de betrokken partijen elkaar vinden in een convenant, een privaatrechtelijke overeenkomst.

Wethouder Van den Muijsenberg wees er bij de ondertekening van het convenant op dat de gemeente geen tweede slufter wil bouwen. Die ene moet genoeg zijn. Einddoel is dat al het opgebaggerde havenslib uiteindelijk zo schoon is dat het zonder bezwaar in zee kan worden geloosd. Het doel is nu dat in het jaar 2000 maximaal 3 miljoen kubieke meter schoon slib in zee wordt geloosd.

De wethouder toonde zich zeer verheugd over de bereikte resultaten tot nu toe, maar hij wees ook op nieuwe problemen. Terwijl de verontreiniging door de chemische industrie sterk is afgenomen, neemt het aandeel van diffuse bronnen in die verontreiniging, zoals de landbouw en de huishoudens, toe. Volgens Van den Muijseberg is het moeilijker om met die vervuilers afspraken te maken dan met de VCI. Hij wees erop dat de Duitse chemische industrie het gestelde doel in het convenant van 1991 een jaar eerder heeft gerealiseerd dan was voorzien.

Overigens rekent de wethouder er op dat de rijksoverheid niet zal tornen aan de normen die thans worden gesteld aan 'schoon' havenslib dat in zee mag worden gestort. Als die normen zouden worden aangescherpt, heeft Rotterdam opnieuw een probleem waarvan thans de oplossing is zicht is.

Dr. Sahm van de VCI wees er op dat nu ook concrete afspraken zijn gemaakt over de verminderde lozing van lood en arseen. Hij zegde toe dat de Duitse chemische industrie ook na het jaar 2000 met de gemeente wil overleggen om, zo dat noodzakelijk wordt geacht, de vervuiling nog verder terug te dringen.

Sahm brak een lans voor de gekozen vorm van het convenant. Hij acht die aanpak veel efficiënter dan de wirwar van wetten, regelingen en verordeningen waarmee de politici het bedrijfsleven willen dwingen tot milieuhygiënisch verantoord optreden. Maar Sahm ziet daardoor produktie uit Europa verdwijnen naar landen waar nog veel minder rekening wordt gehouden met het milieu.