'Componisten af van meerjarige beloning'

AMSTERDAM, 18 NOV. Het Fonds voor de Scheppende Toonkunst, een overheidsinstelling die subsidie verstrekt aan componisten, moet anders gaan functioneren, vindt een werkgroep van het Genootschap van Nederlandse Componisten (Geneco). Er moet een duidelijker relatie komen tussen produktie en honorering. De werkgroep pleit daarom voor het afschaffen van de 'meerjarige honorering', een vast inkomen dat steeds voor drie jaar wordt gegarandeerd en dat dus niet rechtstreeks is verbonden met het maken van nieuwe composities.

Het rapport van de werkgroep, dat in hoofdlijnen door het bestuur van het Geneco wordt gesteund, heeft geleid tot grote onrust binnen het genootschap. Componisten die nu een meerjarige honorering of een stipendium krijgen, verzetten zich tegen de conclusies van de werkgroep en hebben gedreigd om bij de ledenvergadering op 9 december uit het Geneco te stappen. Daardoor zou het Geneco ongeveer veertig van zijn meest prominente leden verliezen.

Het Fonds voor de Scheppende Toonkunst werd in 1982 opgericht om 'het tot stand komen van werken van scheppende toonkunst te bevorderen'. De laatste jaren is het gemor onder de toondichters toegenomen. Volgens sommige, vooral 'traditioneel' georiënteerde componisten worden altijd dezelfde componisten gehonoreerd. Een klein clubje 'modernisten' uit de Randstad zou elkaar het geld toeschuiven. De kritici eisen heldere beoordelingscriteria.

Behalve deze traditionalisten zijn er de laatste tijd meer componisten die kritiek hebben op het huidige toekenningsbeleid. Vooral de zogenaamde 'meerjarige honorering', die samen met stipendia voor jonge componisten ruim de helft van het fonds-budget opslokt, is volgens hen aan herwaardering toe. Inmiddels worden 25 componisten betaald op basis van een meerjarige honorering - variërend van Peter Schat tot Rob Zuidam. Aangezien het fonds jaarlijks slechts 2,8 miljoen gulden te verdelen heeft, gaat dat ten koste van het geld dat overblijft voor losse 'opdrachten'.

Hiertegen bestaat veel bezwaar. 'Bij critici (is) de overtuiging ontstaan dat de categorieën niet zozeer gebruikt worden om op maat in de behoeften van de componisten te voorzien, als wel om de aanvragers op te delen in goede en minder goede componisten,' aldus het rapport.

Volgens Peter-Jan Wagemans, die een meerjarige honorering van het Fonds ontvangt, is het rapport 'een slag in de lucht'. Het wordt niet gestaafd met cijfers en het zit vol met vage insinueringen over vriendjespolitiek. Wagemans heeft de indruk dat componisten die kwalitatief niet veel voorstellen van de meerjarige honorering afwillen in de hoop daarna zelf een graantje mee te pikken.

Ook Guus Janssen (meerjarig gehonoreerd) verzet zich tegen de conclusies van het rapport. Janssen: “In het voorjaar besloot het Geneco tot een onderzoek naar de klachten van componisten over het functioneren van het fonds. Daar was ik een voorstander van. Maar de klachten zijn niet wezenlijk onderzocht en er is niet gekeken of ze werkelijk gegrond zijn.”

Volgens Wim de Ruiter, lid van de werkgroep en voorzitter van het Geneco, zijn de beschuldigingen ongegrond: “We willen een duidelijke relatie tussen wat componisten schrijven en hoeveel geld ze daarvoor krijgen. Ook moet er meer rekening worden gehouden met componisten die bijvoorbeeld een redelijk inkomen hebben als docent aan een conservatorium. Voor componisten die het waard zijn willen we een opdrachtgarantie-regeling invoeren, waardoor ze verzekerd zijn van een inkomen als ze regelmatig een nieuw werk afleveren. Daarbij mag er in de honorering best rekening mee worden gehouden dat sommige componisten langzamer werken dan andere.”

Volgens Guus Janssen zou zo'n opdrachtgarantie-regeling in de praktijk wel eens op hetzelfde neer kunnen komen als de meerjarige honorering, “maar cijfers ontbreken, dus er valt eigenlijk niets zinnigs over te zeggen.”

De Ruiter ontkent dat niet: “Het rapport is geen reactie op bestaande klachten - die worden onderzocht in de reguliere doorlichting van het Fonds door het ministerie van OC&W. Waar het ons om gaat is dat het Fonds in de toekomst goed blijft functioneren. Ook het rapport staat een beoordeling op basis van kwaliteit voor. Ook het rapport vindt dat sommige componisten op continuïteit moeten kunnen rekenen. Maar we willen voorkomen dat bestaande regelingen 'dichtslibben' en dat het Fonds steeds grotere problemen krijgt met klagende componisten. Teleurgestelde toondichters zullen er altijd wel blijven.”

Het bestuur van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst neemt voorlopig geen standpunt in over het rapport. Het wacht tot de ledenvergadering van het Geneco zich erover heeft uitgesproken.