Botsing van twee Haagse jeugdvrienden; Advocaat en De Mos tegenover elkaar met PSV en Werder

Twee ras-Haagse jongens, Dick Advocaat (PSV) en Aad de Mos (Werder Bremen), staan volgende week dinsdag in het UEFA-Cuptoernooi met hun elftallen tegenover elkaar. De trainers komen uit dezelfde volksbuurt, speelden bij ADO in dezelfde jeugdteams en gingen samen op vakantie. 'We deden niets anders dan voetballen.'

Het was de grote liefde voor voetbal, en in het bijzonder voor ADO, die ze tot vrienden maakte. Want qua karakter waren Dick Advocaat en Aad de Mos tegenpolen. Een andere vriend, Harrie Vos, herinnert zich Advocaat als “een bescheiden jongen die liever niet op de voorgrond trad”, terwijl De Mos “graag in de picture stond”. Vos, zelf ex-profvoetballer van ADO, Feyenoord en PSV: “Maar toen kon iedereen met elkaar opschieten. We hadden flexibele karakters. En we hadden voetbal. We deden niets anders.”

Ze woonden allebei in de Transvaalbuurt, Advocaat in de Majubastraat, De Mos aan de Moerweg, vijf lopen van elkaar. De Mos kon vanuit zijn huiskamer het Zuiderpark, waarin het stadion van ADO is gelegen, zien. Advocaat moest daarvoor eerst de Schalk Burgerstraat door. Voor de school aan de overkant van de etagewoning van de Advocaten werd altijd gevoetbald. De Mos kwam er ook vaak. “Ik kon dichter bij huis ook voetballen, op 't Landje, zoals dat werd genoemd. Maar daar stond altijd veel wind en als de bal dan op de Troelstrakade terecht kwam, had je de kans dat hij lek werd gereden.”

Maar de meeste tijd waren ze bij ADO te vinden. De club was dé trots van Den Haag. Wie daar lid mocht worden had aanzien bij zijn vrienden. Advocaat en De Mos, toen nog Adrie genoemd, trainden en voetbalden er niet alleen, maar ze hielpen ook vaak de beheerder, Ome Jaap, met allerlei klusjes: hekken teren, papier prikken, enzovoort. En ze adoreerden de sterren van toen, Clavan, Schuurman en Timmermans. Ze keken naar hun trainingen, trapten trots ballen terug die werden overgeschoten en tijdens de thuiswedstrijden van het eerste elftal stonden ze in de zogenaamde 'kippenren', het speciale vak voor de jeugdleden van ADO achter één van de doelen. “Daar heb ik de mooiste momenten van mijn leven beleefd”, realiseert De Mos zich nu. “Je kon er de spelers van dichtbij zien”, aldus Advocaat.

Als ze geld hadden gingen ze in de rust van de wedstrijden patat kopen op de rolschaatsbaan tegenover het stadion. De baldadige De Mos liep vaak dwars over het veld heen als er een rolhockeywedstrijd werd gespeeld. “Zo was Aad. Dick zou dat nooit doen”, aldus Harrie Vos.

Iemand die ze zich nog goed kunnen herinneren is 'Leen de IJscoman'. Die stond met zijn kar in het Zuiderpark. Hij werd altijd gepest door de jonge ADO'ers. De Mos kent zelfs de namen nog van de populaire ijsjes uit die tijd. “Een Puckie, chocola en vanille, was tien cent. Een Liberty, een bakkie aardbeienijs, was 25 cent.” Advocaat: “Voor mijn gevoel heeft Leen er honderd jaar gestaan.”

Voor een kwartje konden ze toen ook met één van de bussen mee naar uitwedstrijden van ADO 1. “Als je het geld niet had, ging je er met een zielig gezicht bij staan. Vaak mocht je dan gratis mee als er nog plaatsen over waren”, vertelt De Mos. Later mochten ze zelf met hun elftal voorwedstrijden in het stadion spelen. Dat was een feest. “We waren altijd als de dood dat het werd afgekeurd”, aldus Advocaat. “Er hoefde maar een druppel regen te vallen en de voorwedstrijd ging niet door. Daarom zetten we 's nachts weleens een leeg kopje buiten op het balcon. Dan konden we de volgende ochtend zien of het had geregend.”

Andere hoogtepunten waren de jeugdtoernooien in Cannes. Dan ging Theo Timmermans mee als leider. Hij had als prof in Zuid-Frankrijk gespeeld en was daar een beroemdheid. ADO werd in Cannes ook niet onder zijn eigen naam aangekondigd, maar als 'l'Equipe de Timmermans'. In 1963 wonnen de Hagenaars het toernooi. Een jaar later werden ze uitgeschakeld door Fiorentina. Het staat Advocaat en De Mos beiden nog helder voor ogen dat de wedstrijd in 0-0 eindigde. Maar omdat Fiorentina meer corners had gekregen, won het. “Dat was eigenlijk geen slechte regel”, realiseert De Mos zich 31 jaar later. Advocaat: “Ik probeerde in de laatste minuut nog een corner te krijgen. Ik wilde tegen een jongen opschieten, maar hij sprong omhoog. Toen was het afgelopen.”

'Adrie' de Mos was centrale verdediger, Dick Advocaat rechtshalf. “Dick was een harde werker, een geweldige teamspeler”, oordeelt De Mos over zijn jeugdvriend. “Aad was technisch een fantastische speler met een goed inzicht. Hij miste alleen explosieve snelheid”, aldus Advocaat over De Mos. Ze hadden beiden een heel goede trap. Dat was vooral te danken aan trainer Rinus Loof. “Meneer Loof liet je het eerste half uur van de training alleen maar naar elkaar trappen. Zoiets doe ik bij PSV nu zelf ook. De passing is de basis van het voetbalspel”, zegt Advocaat. De Mos: “Je kon aan iemands traptechniek zien dat hij van ADO kwam.”

Zowel Advocaat als De Mos herinnert zich ene 'Kareltje' Brantz als het grootste talent van hun lichting. Deze rechtsback speelde in de nationale UEFA-ploeg samen met latere toppers als Cruijff en Van der Kuijlen. “Kareltje had alles”, weet Advocaat nog. Maar Brantz prefereerde een militaire carrière en stopte van de ene op de andere dag met voetballen. De kolonel 'Charles' Brantz was onlangs nog ruimschoots in het nieuws als VN-commandant in voormalig Joegoslavië.

Advocaat en De Mos begrepen niet dat iemand zo maar kon stoppen. Voetbal was hun leven. Ze kregen gelijktijdig hun eerste A-contract van manager Eddy Hartman. Advocaat werd een vaste kracht in het eerste elftal van ADO, vertrok in 1973 naar Roda JC, maar keerde later nog even terug in Zuiderpark. Hij was profvoetballer tot zijn 36ste jaar. De Mos redde het bij ADO niet. Hij had eerst Jan Villerius en daarna de grote Aad Mansveld voor zich. De Mos speelde later nog één jaar betaald voetbal bij Excelsior, maar legde zich vervolgens helemaal toe op het trainersvak.

Voor zijn dertigste had De Mos het hoogste diploma. “Je zag al snel dat hij die interesse toonde. Hij noteerde alles”, weet Harrie Vos. De Mos was zelf nog jeugdspeler toen hij al trainer werd van de pupillen van ADO, onder wie de zoon van trainer Ernst Happel. Daardoor kreeg De Mos veel contact met de legendarische Oostenrijker. Vos: “Aad adoreerde Happel.”

Advocaat werd pas veel later echt gegrepen door het trainersvak. Hij kwam toevallig bij DSVP uit Pijnacker terecht, dat eerst bij zijn broer Jaap had aangeklopt. Hoewel beide Hagenaars een andere weg bewandelden, kruisen hun wegen elkaar nu in de top van het voetbal. Advocaat volgde De Mos op bij PSV. Een overeenkomst is dat beiden opvielen toen ze de trainerscursus volgden in Zeist. Zo kwam De Mos bij Ajax nadat docent Siem Plooijer de Amsterdamse club op 'die lange Hagenaar' attendeerde. En zo werd Advocaat door bondscoach Rinus Michels als diens assistent gevraagd.

De twee trainers hebben tegenwoordig bijna nooit meer contact, maar ze volgen met interesse elkaars loopbaan. De Mos spreekt nog steeds vertederend over 'Dickie'. Advocaat verdedigt De Mos als er over diens recente ontslag wordt gesproken. “Als je zoals hij zo'n carrière hebt gehad, ben je in mijn ogen een hele grote trainer.”

Is het toeval dat de twee jeugdvrienden beiden toptrainers werden? “Ze hadden een enorme bezieling”, zegt Vos. “We hadden alleen maar voetbal”, stelt De Mos. “Er was alleen ADO, verder niets. ADO betekent Alles Door Oefening en zo was het ook.” Toch deden ze heel af en toe nog iets anders dan voetballen. In de zomer werd er weleens gefietst, de Tour de Hoek van Holland, met als prijs een door één van de vaders geschonken gele trui. Ook speelden ze honkbal, waarbij Advocaat opviel als een goede catcher.

En ze gingen een keer samen op vakantie. Kamperen in Lunteren, in een tent van vader De Mos. Ze waren met z'n vieren, de onafscheidelijke buurjongens Advocaat en Vos, De Mos en Ton van der Voorn, een zwager van Advocaat. Het is een veelvuldig opgerakeld verhaal want 'Dickie' had enorme last van heimwee en keerde al na twee dagen terug met de trein. “Ik hield het niet meer uit”, herinnert Advocaat zich. “Hij kon niet buiten Den Haag”, aldus Vos. Daarom verbaasde het hem dat Adcocaat later helemaal naar Amerika ging om te voetballen. Nu hij trainer is van PSV woont hij toch nog steeds in de Haagse regio, in Voorburg.

Harrie Vos, zelf werkzaam bij de belastingdienst, realiseert zich lachend dat “twee jongens uit die tent in Lunteren miljonair zijn geworden”. “En dat gun ik ze van harte. Ze hebben er alles voor gedaan.”

DICK ADVOCAAT, 27-9-1947, Den Haag

Speler bij: ADO, FC Den Haag, Roda JC, VVV, Chicago Sting, FC Den Haag, Sparta, Berchem Sport en FC Utrecht

Trainer bij: DSVP, KNVB (assistent-bondscoach), Haarlem, SVV, KNVB (eerst assistent-bondscoach, daarna bondscoach) en PSV

AAD DE MOS, 27-3-1947, Den Haag

Speler bij: ADO, RVC, Wilhelmus en Excelsior

Trainer bij: Wilhelmus, De Valkeniers, RVC, Ajax (eerst jeugdtrainer, daarna assistent-trainer en hoofdcoach), KV Mechelen, Anderlecht, PSV en Werder Bremen.