Bomberjacks verzieken sfeer op Haagse school

DEN HAAG, 18 NOV. Vrijdagmiddag. De leerlingen van het Haagse Hofstadcollege haasten zich door een striemende hagelbui naar de tramhalte. “De sfeer is goed verziekt op school”, klaagt Sabrina onder het afdakje. “Laatst riep er iemand in de kantine tegen een Surinaamse jongen dat hij dankbaar moest zijn om in Nederland te zijn. Die Surinamer deelde een klap uit, en een dag later stond er opeens een hele groep skinheads voor de school. Met messen en een pistool.”

Op Sabrina's school, evenals een andere Haagse scholengemeenschap, werd deze week een verbod afgekondigd op het dragen van Nederlandse vlaggetjes op zogeheten bomberjacks, pilotenjasjes die sinds een jaar of drie weer in de mode zijn. De vlaggetjes op de jacks, gedragen door blanke jongeren, zijn een uiting van afkeer tegen vreemdelingen. Sabrina wil niets te maken hebben met de kaalgeschoren jongens in hun zwarte bomberjacks. De sfeer op school is door hun toedoen beneden het nulpunt gedaald, vindt ze. “De directie is opeens heel streng. Je mag niks meer.”

Het vlaggetje werd zo'n jaar of drie geleden voor het eerst gesignaleerd in Rotterdam, in kringen van de neo-nazistische CP'86. Nu heeft het zich over de hele zuidrand van de Randstad verspreid. Het zou een symbool van 'White Power' zijn, van blanke verbroedering tegen buitenlanders.

Afdelingsdirecteur J. van der Meer van het Hofstadcollege stelde deze week het verbod in na een vechtpartij tussen een Nederlandse leerling en scholieren van buitenlandse komaf. De Nederlandse jongen dolf het onderspit. Enkele dagen later werd een donkere leerling door een groep in jacks-met-vlaggetje geklede jongens in elkaar geslagen. De vechtersbazen, geen leerlingen van de school, waren “ingehuurd” door de Nederlandse leerling.

Van der Meer: “Zodra we begrepen dat kinderen zich door de dracht bedreigd voelden, hebben we ingegrepen. Dat deden we vorig jaar ook, toen bij ons op school leden van de rivaliserende jeugdbendes Crips en de Bloods blauwe en rode sjaaltjes gingen dragen.” De school schakelde ook de politie in. Sindsdien wordt er “nadrukkelijk in pauzes en voor en na schooltijd om de school gesurveilleerd”, zegt een woordvoerder van de politie Haaglanden.

Op het Hofstadcollege zijn de meningen verdeeld over het kledingverbod. “Gewoon dom”, vindt een kortgeschoren scholier. “Wat kan zo'n vlaggetje nou voor kwaad?” Een Marokkaanse scholier trapt op zijn beurt strijdlustig tegen het schoolhek. “Laat ze maar komen met die rotkoppen, als ze willen vechten. Er zijn hier toch meer buitenlanders dan Nederlanders.”

Pag.2: Misbruiken nationale driekleur 'nieuw en uiterst doortrapt'

Shazad, een zestienjarige mavo-leerling, bewandelt de middenweg. Volgens hem is het niet juist dat de 'Nederlanders' alle schuld krijgen. “Turken, Surinamers, ze hebben allemaal bendes met mooie namen als Bloods en Crips. Als ze een probleem hebben, laten ze dat buiten uitvechten.”

De Haagse scholen Hofstadcollege in de wijk Duinoord en De Populier in de Bomenbuurt staan niet alleen in hun strijd tegen de vlaggetjes. De kwestie blijkt bij navraag op tientallen scholen in het zuiden van de Randstad te spelen. In Rotterdam, Spijkenisse, Barendrecht, Delft, Zoetermeer, Voorburg en Den Haag wordt er op scholen nagedacht over een gepaste reactie.

Het Zoetermeerse Pallascollege heeft vier weken geleden de ouders in een brief gewaarschuwd voor bomberjacks, vertelt directeur Stekelenburg. “Een bomberjack als zodanig vormt geen gevaar”, zo valt in zijn brief te lezen. “De gedachte erachter kan gevaarlijk zijn.” Want “het misbruiken van de nationale driekleur als alternatief symbool voor White Power is nieuw en ... uiterst doortrapt!”

Allochtone leerlingen vertelden Stekelenburg dat ze zich bedreigd voelden door de jacks met de vlaggetjes. Toen hij een vlaggetjesdrager vroeg naar het waarom, kreeg hij te horen “dat ze voor White Power waren”. Tezelfdertijd zag hij in het hart van Zoetermeer graffity waarin 'White Power' voorbijgangers aanspoorde “bomberjacks met vlag te dragen”. Toch blijft hij tegen een kledingsverbod. “Dat lokt discussies uit over hoofddoekjes.”

Op het Pentacollege in de Rotterdamse wijk Hoogvliet doken ze na deze zomer opeens op: rood-wit-blauwe-trainingspakken, bomberjacks met Nederlandse vlag, kettinkjes met rood-wit-blauwe kraaltjes, rood-wit-blauwe oorbellen. De nieuwste dresscode voor gabbers, zo leek het. Vooral populair onder kinderen van veertien en vijftien jaar, die “kleding kiezen om erbij te horen”, aldus coordinator Kranendonk. “Ik dacht eerst alleen, verroest, opvallende mode. Totdat de Antilliaanse kinderen opeens alles in het rood-geel-groen kopieerden. In de lessen is toen terloops gevraagd waar die klederdracht op slaat. Niemand wist een goed antwoord, en zo zijn die idiote symbolen de school uitgepraat.”

Het Scheepvaart en Transportcollege in Rotterdam-Zuid besloot wel een kledingverbod uit te vaardigen, vertelt studieleider P. Bezemer. Hij riep de vlaggendragers “een week of drie geleden” in zijn kamertje. Zijn weergave van het vraaggesprek:

“Is de vlag een uiting tegen buitenlanders?”

“Ja. Die arm met vlag douwen we in de neus van een allochtoon als ie voorbij loopt.”

“Moet ik rekening houden met de mogelijkheid dat dit betekent: Nederland voor de Nederlanders?”

“Ja meneer.”

“Vinden jullie dat?”

“Ja meneer.”

Uitgebannen heeft Bezemer de mode niet helemaal. “Nu dragen ze groen-wit-groen. Rotterdam voor de Rotterdammers, weet je wel.”

Het Thorbecke Lyceum in Alexanderpolder wist vlaggendragers te overreden de insignia thuis te laten. “Het waren er maar een stuk of vijf, maar anderen voelden zich bedreigd”, zegt 'lokatiedirecteur' R. Fens. “Eén leerling weigerde het vlaggetje af te doen, zijn vader vond dat onzin. Die heb ik ook overtuigd.” Met praten los je het wel op, denkt Fens. Maar hij laat er geen misverstand over bestaan dat bij volharding van het vlagvertoon “we sterk zouden suggeren een andere school te zoeken”.

Fens tilt niet er overigens niet al te zwaar aan. “Het ebt wel weer weg.” Zo denkt verkoper M. Gollmer van dumpwinkel Dump 2000 in winkelcentrum Alexandrium II er ook over. In zijn zaak hangen lange rekken met bomberjacks in groen, blauw en zwart. Onder de toonbank liggen Nederlandse vlaggetjes in vier uitvoeringen. “Zwarte bomberjacks zijn nu in”, weet Gollmer. “We verkopen tien tot twintig per dag. De Nederlandse vlaggetjes werden er bijna standaard bij gevraagd.”

Daar komt de laatste tijd de klad in. “Al die scholen hier verbieden het. Dus nu kopen ze Rotterdam-emblemen.” Een andere oplossing: de vlaggetjes worden niet langer vastgenaaid, maar met klitteband aan de mouw bevestigd. “Scheur je ze er zo af voor je de school ingaat.” Het betekent allemaal weinig, aldus Gollmer. “Gewoon mode. We verkopen ook wel eens een driekleur aan zwarte jongens.”

Is het zo onschuldig? Op het eerste gezicht lijken de Nederlandse vlaggetje niet meer dan het meest recente voorbeeld van extreem-rechtse symboliek die in de mainstream van de jeugdcultuur terecht komt. Na de kaalgeschoren koppen, de legerlaarzen en de bomberjacks, in de jaren zeventig en tachtig typische onderscheidingstekens van een subcultuur van rechtsradicale skinheads, nu het vlaggetje. Is het in de ogen van de trendvolgers nog een anti-buitenlanders symbool? En moet het vlaggetje in het kader van het anti-discriminatiebeleid worden verboden?

Bij het Haagse meldpunt Discriminatiezaken is men niet enthousiast over zo'n verbod. “Voor je het weet, maak je het erger”, zegt een woordvoerder. Zijn tegenvoeter M. Maris van het Rotterdamse discriminatiemeldpunt RADAR sluit zich daarbij aan. Zij kreeg veel telefoontjes van boze ouders, die zich afvroegen waarom de driekleur overal werd verboden terwijl rastapetjes of hoofddoekjes wel waren toegestaan. Maris: “De vlaggen zijn heel sterk in opkomst, en dat is zorgelijk. Maar een kledingverbod kan alleen als noodmaatregel. Het is me liever als de leerlingen zelf een gedragscode opstellen. Waarin dan niet alleen Nederlandse vlaggen worden verboden, maar ook symbolen van de Grijze Wolven waarmee je Turkse jongetjes ziet.”

Bij vrijwel alle scholen haast men zich te verklaren dat veel 'meelopers' geen idee hebben wat ze precies dragen. Dat kan de zorgen van hoofdagent R. Wassink van het Jeugdteam Sandelingplein in Rotterdam-Zuid niet wegnemen. Steeds vaker melden allochtone jongens zich bij hem die door skinheads zijn gemolesteerd, of skinheads die door buitenlandse jongeren in elkaar zijn geslagen. “Scholen hebben soms de neiging de kop in het zand te steken. Het gaat goed met de integratie, hoor je dan, want ze willen geen vervelende publiciteit. Op straat zien we iets heel anders. Daar zien we steeds meer groepsvorming op basis van huidskleur en nationaliteit. Het gaat gewoon slecht hier.”

De achtergrond van het Nederlandse vlagvertoon ligt in die wederzijdse bendevorming, vreest Wassink. “Onlangs hebben we een Antilliaanse bende opgerold, zo'n 130 jonge jongens die van alles deden. Inbraken, drugshandel, groepsverkrachtingen. Er vormen zich gangs naar Amerikaans model. En de blanke jongens doen nu ook mee.”

H. Paulides van Haagse welzijnsbureau HOF geeft een gelijksoortige verklaring. “We hebben vorig jaar onderzoek gedaan onder jeugdbendes in Den Haag. Toen riepen we al: er komt een tegenreactie. Misschien is het niet meer dan Spielerei. De Crips vroegen om aandacht met die kledingcode, en die kregen ze. Dit is mogelijk een stukje reactie.” Vrijdagnacht. Het winkelcentrum aan de Julianalaan in Voorburg baadt in kil neonlicht. Een groepje pubers test de scooters. Ernaast praten twee jongens en een meisje in een wolk van hasjlucht. Ze willen naar een feest op het St. Maartenscollege, twee straten verderop.

“Het is kanker, weet je, ik kom er nooit in”, zegt het meisje in een zwart bomberjack. Het haar in een strak, vettig staartje, amper twee turven hoog, op het oog net twaalf. ,Ik ben niet van die school. Ze zeggen dat er wouten rondlopen en fouilleren.”

“Kun je wel schudden, Denise”, grijnst een van de jongens, in eenzelfde jack. Hij wijst naar zijn rechtermouw met een vlaggetje ter grootte van een postzegel en een Haagse ooievaar ernaast. “Hier staat 69 gulden boete op. En ze nemen je jas in beslag.”

“Ja hallo, ze kunnen de tering krijgen. Joyce heeft er ook een, en zij kan wel naar binnen. We gaan gewoon, ze draaien onwijs gave house.”

Voor de deur het St.-Maartenscollege kruisen twee agenten door de menigte scholieren. Op jacht naar vlaggetjes? “Nee hoor, jongelui, groepsvorming, je weet hoe dat gaat”, zegt een woordvoerder van de politie Voorburg. “We letten wel op wat de kinderen dragen. Van Den Haag hoorden we dat er vechtpartijen ontstaan tussen jongeren die bomberjacks dragen en buitenlandse jongeren.”

Rector P. Houdewind blijkt ook al een kledingverbod te overwegen. “Baseballpetjes hebben we al verboden in de klas. Het oogt agressief en voordat je het weet laat je gangs ontstaan, als in de Verenigde Staten. Daar voelen we niets voor.” Met medewerking van Job van de Sande