Zuid-Korea verliest voorgoed zijn geloof in politici

De voormalige president van Zuid-Korea Roh Tae Woo zit sinds gisteren in de stadsgevangenis van Seoul op beschuldiging van miljoenencorruptie. Roh bekende eerder al schuld. Vanmorgen werd ook het voormalige hoofd van zijn lijfwacht gearresteerd op verdenking van corruptie. Het schandaal kan verstrekkende gevolgen hebben voor Zuidkoreaanse politici en zakenlieden.

Chaebols is het woord voor de grote industriële conglomeraten in Zuid-Korea. De namen daarvan zijn inmiddels via hun belangrijkste produkten, zoals auto's, elektronica en computers, wereldwijd bekend: Hyundai, Daewoo, Samsung, LG Group (vroeger Lucky Goldstar geheten) en concerns met aanstaande bekendheid als Kia, SsanYong. Het gaat om gigantische familiebedrijven, met een veelheid aan activiteiten in de secundaire en tertiaire sector. De vier grootste chaebols hebben plannen aangekondigd voor de investering van 20 miljard dollar in het buitenland in de komende vijf jaar.

Een in het buitenland minder bekende, maar allang bestaande 'activiteit' van de concerns betreft hun smeergeldpraktijk. Eind vorige maand kwam na onthullingen in de pers de volle waarheid aan het licht over één specifiek geval van handjeklap tussen de Zuidkoreaanse zakenwereld en de politici/ambtenaren: de steekpenningen die de voormalige president Roh Tae Woo had ontvangen. Roh gaf op 27 oktober in een openbare schuldbelijdenis volmondig toe tijdens zijn regeerperiode (1988-1993) voor 500 miljard won (650 miljoen dollar) aan smeergeld te hebben ontvangen van de chaebols. Roh huilde krokodilletranen en zei nog 222 miljoen dollar over te hebben van zijn potje. Het geld staat onder valse namen op verscheidene buitenlandse bankrekeningen. De 62-jarige Roh dacht mogelijk met zijn publieke bekentenis rechtsvervolging te ontlopen maar dat was een misrekening. Gisteren werd hij, in afwachting van zijn proces, door het openbaar ministerie in Seoul in voorlopige hechtenis genomen.

Met smeergeld is in de Republiek Korea (gesticht in 1948) altijd sprake van tweerichtingsverkeer geweest. Politici en ambtenaren verwachten van het bedrijfsleven een 'zakcent' te krijgen toegestopt in ruil voor zakelijke gunsten als het verstrekken van bouwvergunningen of het verlenen van contracten; de zakenwereld op haar beurt trekt de portemonnee al voordat daar om is gevraagd.

De zaak-Roh heeft in Zuid-Korea geleid tot een uitbarsting van publieke woede. Boze burgers belaagden gebouwen van de overheid en van de regerende Democratisch-Liberale Partij (DLP) waarvan Roh lid is. Als de corruptie wijd en zijd bekend was en al decennia aanhoudt, waarom is 'het volk' dan niet eerder in opstand gekomen?

Zuid-Korea werd tot 1987 hoofdzakelijk geregeerd door militaire regimes, die elke vorm van verzet met zeer harde hand onderdrukten. Er heerste corruptie onder de militairen, maar deze had geen destructief of contraproduktief karakter, anders dan bij voorbeeld in de Filippijnen onder Ferdinand Marcos, waar de destructieve corruptie het land te gronde richtte.

In Zuid-Korea werd veel van het illegaal verkregen kapitaal weer geïnvesteerd in de industrie. De gewone Koreaan zag daarvan het resultaat: in het tijdsbestek van één generatie werd Zuid-Korea uit de armoede verheven tot het huidige niveau van een ontwikkeld land op Westers/Japans niveau. De innige samenwerking tussen chaebols en leger speelde daarbij een belangrijke rol. Zuid-Korea zal naar verwachting volgend jaar worden toegelaten tot de club van rijke landen, de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling).

De roep om democratie, volgend op de snelle economische ontwikkeling, leidde er in 1987 toe dat de militairen vrijwillig de macht opgaven. Uitgerekend de nu gevangengenomen Roh Tae Woh, een voormalige generaal, was eind 1987 de eerste president in lange tijd die democratisch aan de macht kwam. Weliswaar was Roh een medewerker geweest van de autoritaire Chun Doo Hwan, maar hij kreeg van de kiezers toch het vertrouwen.

Chun, die tussen 1979 en 1988 de macht had, werd een jaar na zijn aftreden schuldig bevonden aan corruptie op grote schaal. Maar Chun beleed in het openbaar zijn zonden. Hij was zo goed enige miljarden wons in de staatskas te storten en verbleef vrijwillig, als een zelf-opgelegde kastijding, een jaar lang in een boeddhistisch klooster. Daarmee was voor Chun de kous af; tegen hem werden geen juridische stappen genomen. En van de opbloeiende corruptie onder Roh had, behalve de direct betrokkenen, niemand weet.

Zuid-Korea is nu een democratisch land, met vrijheid van meningsuiting, zodat de onthullingen over Roh en de woedende reactie daarop van het publiek mogelijk werden.

De schade voor Roh als inactief politicus ligt vooral op het persoonlijke en mogelijk ook financiële vlak. Veel dreigender is de situatie voor de captains of industry en de politici die nu nog actief zijn. Het schandaal rondom Roh heeft het karakter van een ontplofte fragmentatiebom, die slachtoffers in alle geledingen van de Koreaanse politiek en zakenwereld heeft gemaakt. Ook de chaebols hebben al schuld bekend en het is niet uitgesloten dat een aantal topzakenlieden als afschrikwekkend voorbeeld een tijdje achter de tralies zal moeten doorbrengen.

En dan oppositieleider Kim Dae Jung, jarenlang hèt symbool van verzet tegen de militaire dictatuur en nu een gerespecteerd lid van de Democratische Partij. Hij biechtte op dat hij voor zijn presidentscampagne in 1992 van Roh 2,5 miljoen dollar had ontvangen. De kandidaat van de oppositie die geld ontvangt van de zittende president - wat gebeurt hier, vroegen de Zuidkoreanen zich verbijsterd af. De enig denkbare verklaring is voorlopig dat de politici een elite vormen, die een spel van regeren en oppositie heeft opgevoerd, maar intussen een goede verdeling van de baantjes en vooral van de inkomsten overeenkwam.

Mogelijk valt zo ook de onverwachte, curieuze fusie te verklaren, in 1990, van de regeringspartij van Roh Tae Woo met twee oppositiepartijen - waaronder die van Kim Young Sam - tot de DLP. Kim Young Sam versloeg in 1992 Kim Dae Jung bij de presidentsverkiezingen. Regering of oppositie: het maakte niet uit.

Kim Dae Jung zegt nu dat ook president Kim Young Sam in 1992 financieel is ondersteund door Roh en wel op veel grotere schaal (“honderden miljoenen dollars”) dan hijzelf. Kim Young Sam heeft in een furieuze reactie gezegd “geen rooie cent” te hebben ontvangen uit het potje van Roh en beloofde in oktober al de zaak “tot op de bodem” uit te zoeken.

De Zuidkoreaanse rechterlijke macht lijkt intussen een onafhankelijke koers te kunnen varen. De corruptie wordt tot nu toe grondig onderzocht en niets wijst erop dat het deksel op de doofpot gaat. Reikhalzend kijkt Zuid-Korea nu uit naar eventuele onthullingen over de financiële handel en wandel van president Kim. Want als de oppositiekandidaat geld uit Rohs smeergeldfonds ontving, dan kan het bijna niet missen of ook Kim Young Sam heeft zich laten betalen, al is daarvoor geen bewijs.

Maar de man in het Blauwe Huis, de president van de Republiek Korea, is een machtig man. De eindcontrole over het justitieel onderzoek, ook naar zijn eigen gedrag, berust bij de president zelf. Kim Young Sam lijkt ervan uit te gaan dat met het opsluiten van Roh Tae Woo en enige executives van de zakenconglomeraten de zaak verder zal zijn afgedaan. Maar de Zuidkoreanen hebben het kleine beetje vertrouwen dat ze nog hadden in de huidige lichting machthebbers voorgoed verloren.