Vroeger liepen de kinderen in het gelid

Diefje met verlos en Krijgertje. Dat speelden we. En als we naar huis gingen, liepen we in het gelid. Het is hier zoals vroeger. De ommuring en de bomen staan er nog. Alleen was vroeger alles zo somber en donker. Fijn was het niet. Ik zou liever in deze tijd naar school gaan.''

Na 55 jaar staat de tekstdichter en verhalenschrijver Herman Pieter de Boer (67), zwarte hoed en geel gekleed, weer op zijn oude schoolplein aan de Vredehofweg in het Rotterdamse Kralingen. De Boer zat op de school van zijn negende tot zijn twaalfde, in de periode 1938-1940.

“Nu ik hier sta, schiet mij te binnen dat er ook joodse kinderen op school zaten die uit Duitsland waren gevlucht. De laatste maanden dat ik hier nog op school zat, was het oorlog en moesten ze weg. Ook een joodse leraar moest weg”, zegt De Boer op weemoedige toon.

Deze week bezochten bekende Nederlanders hun vroegere lagere school in het kader van de viering van het tienjarige bestaan van het basisonderwijs. Herman Pieter de Boer werd ontvangen door de Montessori School Kralingen, die al 66 jaar bestaat en daarmee een van de eerste Montessorischolen in Nederland is. Erik van Viersen (41) is directeur van de school. “Voor ons is eigenlijk niet veel veranderd. Die wet had voor ons niet gehoeven. Het idee van het basisonderwijs was in feite afgeleid van wat 'traditionele vernieuwingsscholen', zoals wij, allang deden. Wij gaven al individueel les.”

Vroeger was de Montessori School gevestigd in een naburig, oud gebouw, eveneens aan de Vredehofweg. Sinds elf jaar is de school gevestigd in nieuwbouw, precies aan de overkant van de oude jongensschool waar De Boer vroeger op zat en waar nu een Vrije School is gehuisvest.

Herman Pieter de Boer (1928, Rotterdam) is vooral bekend door zijn liedjes en verhalenbundels. De 230 kinderen van de Montessori School verwelkomen de auteur met twee van zijn liedjes 'Op een onbewoond eiland' en 'Ik heb zo waanzinnig gedroomd'. Als tegenprestatie vertelt De Boer een verhaaltje van een vreemde, doch onberispelijk geklede man die in een tram ongegeneerd en demonstratief scheten zit te laten. De kinderen lachen.

“Het is zeer ontroerend. Die kinderen zingen zo maar mijn liedjes. Ik ken de teksten van mijn eigen liedjes niet eens uit het hoofd”, zegt De Boer enigszins geëmotioneerd. “Kinderen zijn tegenwoordig veel vrijer. Ik was bang voor mijn ouders en de leerkrachten. Alleen al bij de vraag 'Wie heeft...?!' kreeg ik een kleur, zonder dat ik iets gedaan had. Als kind was ik erg onrustig en voortdurend aan het friemelen.”

De schooldirecteur laat De Boer het schoolpleintje voor de kleuters zien en begeleidt hem vervolgens naar het schoolorkest dat uit eerbetoon aan de auteur een bluesnummer speelt. De directeur is erg trots op zijn school. “De groepsgrootte is gemiddeld 28. We hebben achttien leerkrachten, waaronder vakleerkrachten voor muziek, gymnastiek en een remedial teacher.” De scholieren van Kralingen gelden volgens de ambtelijke regels als 'gewoon', de school krijgt dus geen extra geld voor achterstandskinderen.

Ook is Van Viersen tevreden over de schoolprestaties. “Ons resultaat voor de Cito-toets is 543,7. Dat is ruim boven het landelijke gemiddelde. Wat de overheid met het basisonderwijs wil, doen we op het Montessori al jaren: een onafgebroken leerlijn van vier tot twaalf jaar, individueel en gedifferentieerd onderwijs. En de doorverwijzing naar het speciaal onderwijs is zeer gering”, zegt Van Viersen.

De ouderparticipatie is groot: leesmoeders, bibliotheekouders, oversteekouders. Ook de tuin wordt door ouders onderhouden. Onlangs heeft de school twee schoolhulpen aangesteld. Van Viersen: “Die beginnen in december. Het zijn Melkertbanen”, aldus Van Viersen. “Voor de toekomst ben ik niet bang. We hebben enorme wachtlijsten. Jaarlijks moet ik zo'n zestig kinderen teleurstellen. Als ik de sfeer maar goed houd op school, zodat de kinderen met plezier naar school gaan. Andere wensen heb ik niet.”

Enkele leerlingen hebben een vraaggesprek voorbereid. “Hoe komt u aan uw ideeën voor uw liederen en boeken?” Herman Pieter de Boer: “Ik sluit mij op in een klein donker kamertje in mijn huis in Eindhoven en heb slechts één lampje aan en dan concentreer ik mij totdat mij iets te binnen schiet. En als ik niets kan bedenken, knip ik mijn snor.”

Na de festiviteiten loopt De Boer met Van Viersen mee naar de lerarenkamer waar hij een fles wijn krijgt. “Het is raar dat ik hier nooit eerder ben geweest. Het is allemaal anders. Kinderen weten meer. Vroeger maakten de jongens flauwe grappen met elkaar. Weet je wat RL is? Rode lap. Maandverband. Dat soort dingen.”