Veel scholen hebben een te lage dunk van hun leerlingen

Een deel van de niveauverschillen tussen basisscholen ontstaat doordat veel scholen te lage verwachtingen hebben van 'kansarme' leerlingen. Het onderwijs wordt te veel op die lage verwachtingen afgestemd. Dit blijkt uit het 'PRIMA-cohortonderzoek' naar resultaten van achthonderd basisscholen van het Nijmeegs Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS) en het SCO-Kohnstamminstituut in Amsterdam. De resultaten van het onderzoek worden vanmiddag gepresenteerd.

“Het onderwijs heeft nog steeds een standenkarakter”, zegt ITS-onderzoeker P. Jungbluth in het tijdschrift Didaktief dat vandaag verschijnt. “Van gelijke kansen in het basisonderwijs is geen sprake.” Leerkrachten laten zich volgens de onderzoeker bij de inschatting van de capaciteiten van leerlingen deels leiden door het opleidingsniveau van de ouders. Er gaan daarom minder allochtone leerlingen naar het havo en vwo dan op grond van hun cognitieve capaciteiten kan worden verwacht, aldus Jungbluth.

Vorig jaar zijn voor het onderzoek 80.000 leerlingen getoetst op hun vaardigheid in taal en rekenen. In 1996 worden dezelfde leerlingen opnieuw getest, en daarna elke twee jaar opnieuw. Uit het onderzoek blijkt op een zogenoemde 'effectieve' basisschool alle categorieën leerlingen beter presteren.

De prestaties van leerlingen in het basisonderwijs lopen per klas èn per school flink uiteen, zo blijkt ook uit het onderzoek. Soms doen de slechtste leerlingen uit groep 8 het niet beter dan de beste leerlingen in groep 6 van dezelfde school. En de beste leerlingen van sommige scholen presteren net zo goed als de zwakste leerlingen van andere scholen. Uit de resultaten van de Nationale onderwijsenquête, die vanmiddag ook worden gepresenteerd, blijkt dat de meeste ouders tevreden zijn over de basisschool van hun kind. Van de ruim 27.000 ondervraagde ouders zei 91 procent dat hun kind zich prettig voelt op school. Eén procent beantwoordde die vraag ontkennend, 9 procent was neutraal. De meerderheid, 86 procent, vond dat hun kind onderwijs krijgt dat het nodig heeft. Eén procent was het niet met deze stelling eens, de rest was neutraal. Vijftien procent van de ouders wil dat hun kind naar het speciaal onderwijs gaat als het leermoeilijkheden heeft, de meerderheid heeft liever dat hun kind op de gewone basisschool blijft.