Van der Valken wars van kantoorwerk. (Kassabonnen werden weggegooid en miljoenen guldens aan omzet verzwegen); Bedrijfsleiders hebben het 'te druk' om goede administratie bij te houden'

DEN HAAG, 17 NOV. “Formaliteiten worden door de administratie afgehandeld, daar heb ik me nooit mee bemoeid. Wij zijn niet opgevoed om op kantoor te zitten. Daar verdien je het geld niet. Dat doe je tussen de klanten op de werkvloer. Dat is onze filosofie. Daar zijn we groot mee geworden. Alle aandacht was voor de klant en nauwelijks voor de administratie. Ik denk dat dit geldt voor alle Van der Valken.”

Deze ontboezeming van Gertjan van der Valk, beheerder van het Van der Valk-motel Tiel, tegenover de Haagse rechtbank sprak boekdelen over hoe er binnen de populaire maar in opspraak geraakte motel- en restaurantketen Van der Valk wordt gedacht over voorschriften en wettelijke verplichtingen waaraan werkgevers geacht worden te voldoen.

Bij Van der Valk hadden de bedrijfsleiders van de vestigingen het “te druk” voor het bijhouden van een deugdelijke administratie. Die papierwinkel interesseerde de managers ook allerminst. Kassabonnen, rekeningen en andere primaire bescheiden verdwenen vaak direct in de vuilnisbak. Een deel van de kassa's werd soms eenvoudig uitgeschakeld, volgens justitie met slechts één doel: het realiseren van een zwarte omzet. En met dat zwart verdiende geld werden dan weer zwarte betalingen gedaan aan niet geregistreerde werknemers.

Dit beeld rijst op na de eerste dag van het strafproces tegen zeven leden van de 'Toekan'-familie. De zeven, onder wie de voormalige financiële topman 'Ome Arie', worden beschuldigd van belastingfraude, uitbetaling van zwarte lonen, het werken met niet bij de bedrijfsvereniging aangemeld personeel en valsheid in geschrifte.

Als eerste voelde de rechtbank gisteren het echtpaar Ben en Marion Van der Valk aan de tand. Ben, zoon van Arie, beheert samen met zijn vrouw de Van der Valk-vestiging Akersloot, een restaurant met in totaal 1700 zitplaatsen. Het omvangrijke proces-verbaal - het totale dossier omvat een kleine 100 ordners met meer dan 1000 getuigenverklaringen - meldt dat al sinds 1985 tips waren binnengekomen over een zwart-geldcircuit in Akersloot. Het boekenonderzoek door de belastingdienst werd er evenwel ernstig tegengewerkt omdat veel administratieve bescheiden waren weggegooid. Daarom ging de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) zelf maar aan de slag om de 'goederenbeweging' in het bedrijf te analyseren.

Ben van der Valk bleek niet onder de indruk van de verwijten: “Meneer de president, als ik alles moest bewaren wat ze mij vroegen had ik deze zaal kunnen vullen met die papierwinkel.” Rechtbank-president mr. L. Verheij: “Dus gooide u massaal bescheiden weg?” Ben: “Daar zijn vuilnisbakken toch voor.” De president weer: “Ik krijg de indruk dat u alle voorschriften volstrekt aan uw laars lapt.”

De politie trof in de woning van Ben van der Valk bij de inval in februari 1994 circa één miljoen gulden aan contant geld aan. De rechtbank wilde graag weten waarvoor dat geld diende en waarom het niet bij de bank of in een kluis lag. Volgens Van der Valk ging het om kasgeld van het bedrijf. Dat had naar zijn zeggen “moeite met overleven vanwege schulden” en hield daarom continu een forse liquiditeit in huis. Zowel Ben als zijn vrouw kwam terug op eerder afgelegde verklaringen waarin ze het stelselmatig werken met een zwarte omzet en het betalen van zwarte lonen hadden toegegeven. Ze hadden onder druk van de situatie maar hun handtekening gezet onder verklaringen. “Ik heb maar wat verzonnen”, zei Marion. Bovendien waren ze op de dagen die in het proces-verbaal worden genoemd net “op vakantie”. Ook neef Gertjan en zijn vrouw Elfi uit Tiel waren op de bewuste dagen “niet op de zaak” geweest. De rechtbank leek niet erg onder de indruk. Die hechtte kennelijk meer geloof aan bewijsstukken die erop duiden dat in Akersloot in '91 en '92 35 tot 40 procent van de omzet is verzwegen. Dat komt voor die jaren neer op respectievelijk 4,6 en 4,2 miljoen gulden.

De belasting kan op die manier tientallen miljoenen guldens zijn misgelopen. Eerst werden kassabonnen stelselmatig weggegooid. “En toen er in 1992 computerkassa's kwamen, werd het er niet veel beter op”, stelde rechter M. Tan-de Sonneville. “Afslagen die werknemers per dag maakten, werden niet in het totaaloverzicht teruggevonden. Dat kan betekenen dat een van de kassa's steeds is uitgezet bij het uitdraaien van de dagomzet.”

Het waren vooral de echtgenotes die zich met de boekhouding en het personeel bezighielden. “Maar die rol was beperkt, want alles ging naar het centrale administratiekantoor van Van der Valk in Voorschoten.”

Hoewel de vele getuigenverklaringen zeer gedetailleerd waren, ontkenden de verdachten in alle toonaarden. Die mensen waren volgens hen in de war, of verrast door de FIOD, net als zijzelf ook waren. De meeste verdachten trokken op de zitting hun eerdere verklaringen bij de rechter-commissaris in of zwakten de genoemde bedragen af.

Het beeld dat de vier verdachten gisteren over de boekhouding schetsten, is onthutsend. “We werkten de hele dag en we deden de boekjes even snel in de avonduren. Daarbij zijn fouten gemaakt”, erkenden beide echtparen volmondig. “Maar u had toch gekwalificeerde administrateurs kunnen aannemen? Vooral na alle problemen die het bedrijf in de jaren tachtig al met de fiscus had”, opperde rechtbank-president Verheij. Maar dan kwamen de zoons op de proppen met de cultuur die er toen heerste. “Administratie baat niet.” Bescheiden werden niet geordend maar in dozen, kratten en plastic zakken in een kamertje gegooid, aldus Elfi van Motel Tiel. De verdediging verraste de rechtbank op de zitting met een grote hoeveelheid bonnen en bescheiden uit Tiel die bij de inval in 1994 over het hoofd was gezien. President Verheij toonde zich hoogst verbaasd dat men daar pas nu mee op de proppen kwam.

De rechtbank-president zette ferme vraagtekens bij de opleiding van de nakomelingen van Gerrit en Arie van der Valk. Ze doorliepen veel facetten van het horeca-bedrijf en kregen daarna een onderneming onder hun hoede. Dat het runnen van zo'n vestiging ook bepaalde verantwoordelijkheden en verplichtingen tegenover de overheid met zich brengt, wisten de zoons naar hun zeggen niet. Gertjan, die niet goed overweg kon met zijn oom Arie, bombardeerde zichzelf bij de Kamer van Koophandel tot “beheerder, directeur en enig aandeelhouder” van Motel Tiel, maar bekende dat hij pas voor het eerst een balans zag tijdens het Fiod-onderzoek.

Onduidelijk bleef voor de rechtbank vooralsnog wat de invloed was van topmannen Gerrit en Arie op de afzonderlijke vestigingen. Uit verklaringen van Arie's zoons Lucas en Ben, die in de zaak tegen Arie ook nog als getuigen werden opgeroepen, blijkt dat er nauwelijks onderling contact was. En als dat er was, was het privé en niet zakelijk. “Arie is een man van weinig woorden, net als ik”, zei Ben.

De tegenaanval die advocaat mr. L. Spigt gisteren namens de hele verdediging opende, maakte op de rechtbank geen indruk. De FIOD-berekeningen over fraude door het Van der Valk-concern zijn onzorgvuldig en onjuist, aldus Spigt. Volgens hem zijn op basis van getuigenverklaringen door de FIOD “met de natte vinger” interpretaties gemaakt over de totale omvang van de beweerde fraude. Alle verdachte topmensen van het miljoenenbedrijf ontkennen de beschuldigingen, zei de raadsman. Bovendien zijn de verdenkingen volgens hem zo ruim en algemeen gesteld, dat verweer hiertegen niet mogelijk is. Om steekproefsgewijs toch greep op de zaak te kunnen krijgen, werd het FIOD-onderzoek op verzoek van de verdediging opnieuw uitgevoerd door de accountants KPMG. De FIOD meldde aanvankelijk dat met de gehele affaire enkele honderden miljoenen guldens waren gemoeid. Volgens mr Spigt blijkt uit het zeer recent gereedgekomen rapport van KPMG dat van de oorspronkelijk berekende omzetcorrecties bij het Van der Valk-concern van 35 procent nog maar ruim 7 procent overblijft.

In het Van der Valk-motel in Tiel werden zestig van de in totaal ruim duizend belastende getuigen uit het dossier opnieuw gehoord en hun verklaringen getoetst aan de administratie, dit keer door de advocaten. “De conclusie was verrassend. Het bleek dat de FIOD-berekeningen van zwarte lonen niet veel realiteitswaarde hadden. Hun analyse van getuigenverklaringen was onzorgvuldig. Zo werd ervan uitgegaan dat contant betaalde lonen dús zwarte lonen waren. Er werd verhoord volgens een sjabloonmodel en buitenlandse werknemers kregen geen tolk. Die generale methodische fouten van de FIOD maken het onderzoek volstrekt onbetrouwbaar”, aldus Spigt.

Succes had de verdediger niet met zijn pleidooi om de dagvaardingen nietig of de officier niet ontvankelijk te verklaren. De rechtbank ging mee met officier van justitie mr. H. Verschuer-Plugge, die dagvaarding en dossier voldoende omschreven vond.