Tommel wil voordeel gezinnen bij huursubsidie

DEN HAAG, 17 NOV. Het systeem van individuele huursubsidie wordt ingrijpend gewijzigd. Staatssecretaris Tommel (volkshuisvesting) heeft deze plannen vandaag met het kabinet besproken. De wijzigingen kunnen vooral voor gezinnen gunstig uitpakken. Daar staat tegenover dat andere groepen moeten inleveren.

De staatssecretaris was bij zijn plannen gebonden aan een bezuiniging op de huursubsidie van 200 miljoen gulden, die in het regeerakkoord van het kabinet was afgesproken. Wijzigingen in het systeem, waardoor huurverhogingen minder snel dan nu tot een lagere huursubsidie leiden, kosten bovendien 190 miljoen, zonder dat het budget ervoor wordt verhoogd.

De belangrijkste bezuinigingsmaatregel die Tommel doorvoert, is een strengere vermogenstoets. Huurders met een eigen vermogen van meer dan 60.000 gulden komen straks niet meer in aanmerking voor subsidie. Nu ligt deze grens op 150.000 gulden. Dit levert het rijk een besparing van 160 miljoen op.

De nieuwe huursubsidieregeling maakt onderscheid tussen een- en tweepersoonshoudens, gezinnen met een of twee kinderen en gezinnen met drie of meer kinderen. Hoe groter het gezin, hoe hoger de huur mag bedragen waarover nog huursubsidie wordt uitgekeerd. De huidige regeling kent alleen een onderscheid tussen alleenstaanden en huishoudens van twee of meer personen.

Uitgangspunt in de regeling blijft dat alle huurders, ook de minima, 310 gulden per maand in elk geval zelf moeten betalen. Binnen bepaalde inkomens- en huurgrenzen past de overheid het verschil met de werkelijke huur bij. Nu geldt daarbij dat zodra de huur hoger is dan 383 gulden een zogenoemde kwaliteitskorting op de huursubsidie wordt aangebracht. Deze grens gaat naar 533 gulden, zodat huurders minder snel met zo'n korting, die twintig procent bedraagt, op de subsidie te maken krijgen.

Verder wordt voor gezinnen met drie of meer kinderen een aparte regeling gemaakt, waardoor zij over huren van boven de 764 gulden meer subsidie dan nu kunnen krijgen. Nu ontvangen ze over het deel van de huur dat boven dit bedrag ligt geen subsidie; straks wordt deze grens voor hen op 819 gulden gelegd. Voor gezinnen met een of twee kinderen blijft de grens 764 gulden. Een- en tweepersoonshuishoudens daarentegen krijgen in de nieuwe regeling geen subsidie meer over het deel van de huur dat boven de 710 gulden ligt.

Pagina 3: Toewijzing van woningen afhankelijk van subsidie

Een- en tweepersoonshuishoudens moeten dus een groter deel van de huur voor eigen rekening nemen dan gezinnen.

Voor een aantal groeigemeenten met relatief veel dure huurwoningen komt verder een aparte regeling, die huurders een extra subsidie van 40 gulden per maand kan opleveren.

Tommel financiert deze wijzigingen gedeeltelijk door een andere regeling voor de minima, waardoor zij een extra compensatie voor huurverhogingen krijgen, eenmalig juist niet toe te passen. Dit levert hem 50 miljoen gulden op.

Hij gaat er verder vanuit dat hij 40 miljoen gulden kan besparen door afspraken met gemeenten over de toewijzing van woningen. Van gemeenten wordt al gevraagd een huurwoning in principe niet toe te wijzen aan een huurder als dat per maand meer dan 300 gulden aan huursubsidie zou kosten. Via prestatie-afspraken met gemeenten wil hij deze regeling aanscherpen. Het is niet uitgesloten dat gemeenten een deel van het budget voor individuele huursubsidie in eigen beheer krijgen, waardoor ze ook zelf aan dergelijke besparingen kunnen verdienen. Tommel ziet af van eerdere plannen om de regeling voor individuele huursubsidie in haar geheel naar gemeenten over te hevelen. Van fiscalisering, waarbij een hoge huur een aftrekpost voor de inkomstenbelasting zou worden, is evenmin sprake.

De staatssecretaris denkt verder dat de gunstiger ontwikkeling van de inkomens voor bejaarden hem op de huursubsidie een besparing van 40 miljoen gulden kan opleveren. Omdat de huren zelf de komende jaren bovendien minder snel stijgen dan voorzien - onder meer dank zij de lage inflatie - levert dat, blijkt uit becijferingen van het ministerie, nog eens een besparing van 15 miljoen op. Diverse andere maatregelen leiden verder tot een bezuiniging van 75 miljoen.

Overigens kent Tommel een meevaller bij de woningbouw. De woningnood blijkt de komende jaren veel lager uit te vallen dan eerder berekend en daarmee wordt het zoeken naar bouwlokaties minder urgent. Het woningtekort zal in het jaar 2000 1,1 procent bedragen en in 2005 0,8. Eerder dit jaar noemde Tommel het woningtekort nog “een voortdurend punt van aandacht”, waarbij zijn streven was dat het in 2000 niet hoger dan twee procent mocht zijn.