Terug naar Paramaribo

Albert Helman: Zomaar wat kinderen. Uitg. In de Knipscheer, 92 blz. ƒ 25,-.

Vlak voor de twintigste verjaardag van Surinames onafhankelijkheid heeft de 93-jarige Albert Helman over zijn land van herkomst een curieus boek geschreven dat het midden houdt tussen een novelle, een kinderboek en een politiek pamflet. Je zou het ook een tendens-roman kunnen noemen, een genre dat eind vorige, begin deze eeuw populair was, maar dat tegenwoordig een zeldzaamheid is en vrijwel nooit grote literatuur opgelevert.

Het begin van Zomaar wat kinderen speelt zich af in Paramaribo rondom de elfjarige Surinaamse hoofdpersoon Richenel Reteig. Wie iets van Helmans geschiedenis weet, zou gemakkelijk kunnen denken dat de auteur diep in zijn herinneringen is gedoken om een autobiografisch verhaal te vertellen. Albert Helman (pseudoniem van Lou Lichtveld) werd in 1903 in Paramaribo geboren en verhuisde op zijn elfde naar Nederland. Hetzelfde overkomt Richenel, zij het in volstrekt andere omstandigheden in het heden. Met zijn ouders verblijft hij hier illegaal. Koud en armoedig leven ze op een paar huurkamertjes. De vader kan ondanks al zijn inspanningen geen werk vinden en het jongetje mist zijn moeder, omdat zij tot diep in de nacht zwart de kost verdient bij een horeca-bedrijf met een vogel als logo.

Gelukkig is er een basisschool met veel allochtone kinderen en idealistische leerkrachten waar Richenel terecht kan. De directeur van de school betoont zich een warm pleitbezorger van een multiculturele samenleving en verzet zich fel tegen elke vorm van discriminatie. Helman is het zo hartgrondig met hem eens, dat hij bij het beschrijven van deze directeur uit zijn vertellersrol valt en commentator wordt: 'Al was zijn administratie misschien niet optimaal, zijn denkbeelden waren wel uitstekend, zoals ook later zal blijken.'

Subtiliteit is niet de grootste verdienste van dit boek. Naar VVD-leider Bolkestein, die een paar jaar geleden zei dat kinderen van illegalen geen recht hebben op onderwijs, verwijst Helman als 'een balkende steenezel die niet wou dat illegale kinderen naar school gingen.' Helman, zelf ooit minister van onderwijs in Suriname, maakt zich duidelijk kwaad op Haagse politici die illegalen als criminelen willen laten opjagen.

Het loopt slecht af voor Richenel en zijn ouders. Ze worden door de vreemdelingenpolitie in het vliegtuig terug naar Paramaribo gezet. Daarna neemt Albert Helman de pen op om zich, zoals Multatuli in Max Havelaar, rechtsstreeks tot de lezer te wenden, met het verzoek om kinderen als Richenel niet uit het oog te verliezen.