Steun voor EMU-plan van Waigel neemt toe

DEN HAAG, 17 NOV. Nederland steunt het Duitse voorstel om met strafmaatregelen te garanderen dat landen die deelnemen aan de toekomstige gemeenschappelijke Europese munt een strak begrotingsbeleid blijven voeren. Als het begrotingstekort van een EMU-land boven de norm van drie procent komt die is vastgelegd in het verdrag van Maastricht, moeten automatische strafheffingen in werking treden.

Dit zei minister Zalm (financiën) gisteren na afloop van een ontmoeting in Den Haag met zijn Duitse ambtenoot Waigel. Waigel verwelkomde de Nederlandse steun voor een 'stabiliteitspact' en hij prees omstandig de Nederlands-Duitse 'stabiliteits-as' in de Europese Unie. Tussen de Nederlandse en Duitse standpunten op financieel-economisch terrein bestaan nauwelijks verschillen van mening, beklemtoonde de Duitse minister.

Ook Frankrijk en de Europese commissaris voor monetaire zaken, Ives Thibault de Silguy hebben zich de afgelopen dagen voor het Duitse plan uitgesproken. De Belgische minister van financiën Philippe Maystadt, gaf gisteren steun aan Waigels plan.

Zalm noemde het stabiliteitspact “een oplossing voor iets dat niet is uitgewerkt in het Verdrag van Maastricht”. Het Verdrag stelt eisen voor de toetreding tot de slotfase van een gemeenschappelijke Europese munt en het bevat ook een procedure om 'excessieve overheidstekorten' te ontmoedigen. Maar deze procedure is omslachtig en tijdrovend. Ter versterking van de geloofwaardigheid van de monetaire unie en de hardheid van de gemeenschappelijke munt wil Duitsland dat een land, zodra het begrotingstekort boven de drie procent van het bruto nationale produkt uitkomt, een renteloos bedrag moet deponeren bij de toekomstige Europese centrale bank.

De aanvaarding van een dergelijke maatregele brengt met zich mee dat het begrotingstekort van een land dat in de groep met een gemeenschappelijke munt zit, onder normale economische omstandigheden aanzienlijk onder de drie procent moet liggen. Zalm noemde geen percentage, maar bevestigde dat een marge nodig is om te voorkomen dat het tekort in een recessie boven de drie procent uitkomt. Zowel Waigel als Zalm beklemtoonde dat het verdrag van Maastricht niet hoeft te worden aangepast. “Dit zijn geen nieuwe criteria van het verdrag, er is geen sprake van verharding of versoepeling van de huidige toetredingscriteria”, aldus Waigel.

Nederland kreeg van Duitsland steun bij het streven om de betalingen aan de Europese Unie evenwichtiger te maken. Nederland en Duitsland zijn de grootste 'netto-betalers' aan Brussel. De verdeling van de financiële lasten van het EU-lidmaatschap is uit balans geraakt en dit dreigt de publieke steun voor het proces van Europese integratie te ondermijnen, aldus beide ministers. Ze bepleitten strikte handhaving van de Europese begrotingsdiscipline. “We eisen dat in eigen land en dan is het onaanvaardbaar als in de EU geen strikte uitgavendiscipline bestaat”, zei Waigel. Op het gebied van energiebelasting zei Zalm dat Nederland en Duitsland voorlopig afzien van pogingen om in Europees verband een energieheffing in te voeren. De meningsverschillen tussen de lidstaten zijn hierover te groot. Daarom zullen beide landen in Brussel voorstellen om het minimaal toegestane niveau van de brandstofaccijnzen in Europa te verhogen. Dit heeft hetzelfde effect prijsopdrijvende effect als een energieheffing. Hiermee is de onlangs door het Nederlandse kabinet ingediende energieheffing voor kleinverbruikers niet van de baan, verzekerde Zalm. Binnen zijn partij, de VVD, bestaan grote bezwaren tegen de eenzijdige Nederlandse energieheffing.