Rollen in SPD opnieuw verdeeld, strijd gaat door

MANNHEIM, 17 NOV. Twee weken geleden besloot het SPD-bestuur unaniem om Rudolf Scharping, de tobbende chef van een tobbende partij, aan te bevelen voor herverkiezing als voorzitter. Onder die aanbeveling stonden ook de namen van Oskar Lafontaine en Gerhard Schröder, deelstaatspremiers (in Saarland en in Nedersaksen), generatiegenoten en concurrenten van Scharping.

Dinsdag, twee weken later, houdt Scharping een toespraak van het vertrouwd-saaie type op het die dag begonnen vierdaagse partijcongres in Mannheim. Hij heeft zich kennelijk door een voordrachtsdeskundige laten adviseren. Soms spreekt hij heel luid, ja hij schreeuwt dan zo dat iemand met een niet-Duits oor ervan schrikt. Overigens mompelt hij als voorheen, de kin omlaag, het lijf voorover. Motto: ik heb fouten gemaakt, anderen ook, dat mag eigenlijk niet, we staan er bedonderd voor, herkiest u mij maar. Stijf loopt hij terug naar zijn plaats; het toch al niet zo hevige applaus wuift hij bescheiden weg.

Macher Schröder, een economische autodidact die Scharping de afgelopen maanden heel erg heeft getreiterd, mag niet aan de bestuurstafel zitten en maakt de hele dag grappen met vele gedelegeerden. Hij is een mooie, stevige man, het prototype van een ervaren captain uit de burgerluchtvaart. Lafontaine heeft al weken veelbetekenend gezwegen en doet dat ook deze dag.

De gedelegeerden gaan na een lange dag moe naar hun hotel, van hun partijafdelingen hebben ze, al is de stemming geheim, het mandaat gekregen om op Scharping te stemmen. De grote afdeling Noordrijn-Westfalen (een kwart van de gedelegeerden) is door premier Johannes Rau na enige bedenktijd vierkant achter Scharping gezet. “Broeder Johannes” heeft Scharping ostentatief gesteund door het uit zijn deelstaat afkomstige ex-Bondsdaglid Franz Müntefering te bewegen om politiek manager in het SPD-hoofdkwartier in Bonn te worden.

Woensdag volgt een rede van Oskar Lafontaine, de man die tegelijkertijd een enfant terrible en (bijna) ieders darling in de partij is. Alles wat Scharping mist heeft deze “Napoleon van de Saar”. Hij is niet bescheiden of houterig, spreekt makkelijk en snel, en als het moet ook nog hartstochtelijk. Als een kleine standwerker in een vreemd paarsig pak, het haar wegvallend van de kalende kruin, nu eens de armen krom vooruit, dan het hoofd scheef, pakt hij de zaal, scheldt op Kohl, spreekt over zijn enthousiasme “dat nodig is om anderen enthousiast te maken”, over milieu, milieutechnologie, milieubelasting. Over Duitsland als vredesvoorhoede van de wereld.

Mooie dingen. Iedereen lijkt te hebben vergeten dat Lafontaine eigenlijk alleen maar verslag zou doen als leider van de congrescommissie die de amendementen behandeld. De zaal gaat figuurlijk plat en letterlijk op de stoelen staan. Het wordt een uurtje met ontroering, geluk, applaus, ovaties. De arme Scharping schrikt zich een ongeluk. Hij hangt als een bleke etalagepop in zijn podiumstoel. Als Lafontaine uitgepraat is, duurt het tientallen seconden voor hij met een somber gezicht óók opstaat en zijn hand uitsteekt. Werktuigelijk haast, het is alsof hij al voelt dat het met hem als voorzitter gedaan is.

's Avonds is het feest in de Pfalzbau in Ludwigshafen, de woonplaats van Helmut Kohl, trouwens. De gedelegeerden hebben er na de verbale krachttoer van die middag zin in. Maar, terwijl de “gewone” SPD'ers plezier maken en het Duitse voetbalelftal op de tv-schermen naar 3-1 tegen Bulgarije loopt komt er een veelvormig lobby-gevecht van de zwaargewichten op gang. In alle hoeken en gangen wordt geboden en afgedongen. Rau's deputy Clement, minister in Noordrijn-Westfalen, staat bezwerend in te praten op de regionale SPD-chef uit Hamburg, Voscherau. Maurer, een SPD-topper uit Baden-Württemberg is in de weer met de SPD-premier van Rijnland-Palts, Back. Deze notities zijn noodgedwongen van horen-zeggen, want de Pfalzbau was verboden terrein voor journalisten. In de gangen leek het aardig op “Dallas”, zegt het Hamburgse SPD-Bondsdaglid Anke Fuchs voor de televisie.

Pas in de vroege nacht eindigt het lobbyen over de toekomst van Scharping, Lafontaine en de SPD. Niemand kent de afloop, de ontknoping moet de volgende ochtend komen. In het ochtendjournaal van donderdag zegt de nieuwe politieke SPD-manager Müntefering nog: “Niets aan de hand, Scharping wordt straks met ruime meerderheid gekozen.”

Maar een uurtje later, in de hal van het Congrescentrum Rosengarten, lijkt het komende drama al bezegeld. Zwermen camera's hangen om minister-president Rau, Clement, Müntefering en Bondsdagleden uit Noordrijn-Westfalen als Rudolf Dressler en Ingrid Matthäus. Ze staan zwaar aan sigaretten te trekken en zeggen verbeten dat zij niets te zeggen hebben. “Het gaat mis”, roept een van hun medewerkers, maar hij zegt niet wat er mis gaat.

Anderhalf uur later is duidelijk wat er misgaat. Scharping, hij speelt nu echt een tragische heldenrol, heeft Lafontaine gevraagd om óók te kandideren en wordt in de stemming weggevaagd. Daarna zegt Scharping dat het hem allemaal veel pijn heeft gedaan maar dat Lafontaine een eerbare man is met wie hij graag wil samenwerken. Dat mag van Lafontaine, zij het dan als ondervoorzitter. Als Caesar en Brutus eenmaal van plaats hebben geruild snelt Schröder toe om te verzekeren dat ook hij zich verheugt op de samenwerking met Lafontaine. Het Congres klapt zich de handen stuk bij dit nogal hypocriete toneelstukje van drie heren, van wie er ten minste twee een scheermes in de mouw hebben.

Even later zingt het door de gangen dat vele gedelegeerden uit Noordrijn-Westfalen alle disciplineringspogingen van hun regionale leiders aan hun laars hebben gelapt. Zij hebben voor zeker 40 procent op Lafontaine gestemd. Nu is ook duidelijk waarom Rau en de zijnen daar zo woedend in die Congreshal stonden.

Conclusies. Het overgrote gedeelte van de gedelegeerden had aan één rede van Lafontaine genoeg om het thuis afgesproken mandaat te vergeten. De grote 'kingmaker' Rau had de controle over zijn partijgewest gedeeltelijk verloren. In het partijbestuur wisselen Lafontaine en Scharping van plaats, Scharping blijft leider van een Bondsdagfractie die niet naar links maar naar het midden wil. Schröder blijft in zijn regionale hoofdstad Hannover verder hopen op de kanselierskandidaturen 1998 (waar Lafontaine vast ook op hoopt, en Scharping misschien ook nog wel).

Anders gezegd: in de SPD zijn de rollen nu iets anders verdeeld, maar dat het gevecht in de top doorgaat lijkt buiten twijfel. Met een Congres dat soms last heeft van een emotionele bui en dan in één dag omvalt, kan dat ook makkelijk. Optimisten noemen zulke beweeglijkheid partijdemocratie.