Positie van zeescheepvaart wordt drastisch versterkt

AMSTERDAM, 17 NOV. De concurrentiepositie van de Nederlandse zeescheepvaart wordt drastisch versterkt, nu kabinet en parlement het eens zijn over een nieuw beleid voor de koopvaardij. Tijdens ledenvergadering van de Koninklijke Vereniging van Reders (KNVR), gisteren in de RAI, waren louter positieve geluiden te beluisteren over de Nota Zeescheepvaartbeleid van minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) en staatssecretaris Vermeend (financiën).

Zo kunnen reders hun fiscale winst in het vervolg vaststellen aan de hand van het scheepstonnage. Of, zoals mr. J. de Vroe van de NIB het formuleerde: “De winst vóór belasting wordt voor de reders dezelfde als winst na belasting.” Door deze maatregel wordt voor Nederlandse bedrijven de noodzaak weggenomen om uit fiscale overwegingen buitenlandse vestigingen aan te houden of het gehele bedrijf naar het buitenland te verplaatsen. Tevens wordt Nederland als vestigingsplaats interessant voor buitenlandse rederijen. “Ik heb al gehoord dat enkele grote Noorse rederijen zich in Rotterdam wilen vestigen”, bevestigt prof.dr.ir. Nico Wijnolst, onder meer hoogleraar rederijkunde in Delft, die met zijn Belgische collega prof. dr. C. Peeters de voorbereidende studie heeft verricht voor de zeescheepvaartnota.

Een tweede verlichtende maatregel voor de reders is dat de vermindering op af te dragen loonbelasting en premie volksverzekeringen van 19 procent, een voordeel dat al bestond, wordt verhoogd tot 38 procent. In Den Haag wordt geschat dat beide maatregelen de overheid op jaarbasis meer dan 100 miljoen gulden gaan kosten.

Grote Nederlandse reders als Piet Vroon uit Breskens en Gerard Bos (Spliethoff) kregen de handen van de aanwezigen op elkaar toen zij constateerden dat het voor een Nederlandse reder in de nieuwe opzet nauwelijks interessant is om nog uit te wijken naar 'goedkope-vlaglanden' als Panama, Liberia of Cyprus. Spliethoff heeft altijd al onder Nederlandse vlag gevaren, maar zelfs Bos moest toegeven dat hij de afgelopen tijd “stilletjesaan om zich heen aan het kijken was naar de mogelijkheden Nederland te verlaten.”

Vroon uit Breskens heeft de walactiviteiten voor zijn vloot van 60 tankers en schepen voor ondermeer het vervoer van vee, fruit en ingevroren produkten al geruime tijd ondergebracht in Curaçcao en België. Een groot deel van zijn vloot vaart bovendien onder buitenlandse vlag. “Maar wij zijn van plan terug te keren naar Nederland”, verklaarde hij onder donderend applaus.

De omvang van de vloot onder Nederlandse vlag is sinds 1985 gedaald van 548 schepen tot 371 in 1993. “Maar het wordt pas echt griezelig als de Nederlandse bedrijven waartoe die schepen behoren weglopen”, constateert dr. J. van Tiel, directeur-generaal van het dictoraat-generaal scheepvaart en maritieme zaken van verkeer en waterstaat. “Dan wordt de hele maritieme infrastructuur aangetast.”

Namens de federatie voor zeevarend personeel gaf E. Sarton blijk van bezorgdheid over de werkgelegenheid. Van Tiel waarschuwde de reders niet van twee walletjes te willen eten. “Dit kabinet staat voor werk, werk, werk. Wanneer met goedkope gezellen wordt gevaren dan is dit feestje snel afgelopen.” Maar directeur Bos van Spliethoff stelde hem gerust. “Wanneer wij in Scandinavië hoogwaardig papier laden heb ik niks aan een Filippijnse stuurman die staat vastgevroren aan het dek. Wij beschouwen de Nederlandse vlag als een kwaliteitsvlag. Het buitenland trouwens ook.”

Namens het gemeentelijk havenbedrijf Rotterdam verklaarde directeur mr. W. Scholten dat in principe iedere vlag hem even lief is. Het gaat Rotterdam om de lading. “Maar met deze nieuwe maatregelen kun je een agressief beleid in het buitenland voeren om nieuwe klanten te werven.” Zo heeft Scholten recent de Chinese staatsrederij gestrikt om zich ook in Rotterdam te vestigen. “We geven ze airmiles ”, zo verluchtigde hij zijn betoog.