Pop-belcanto in Louis Seize-pak

Voorstelling: De Omval, door Montezuma's Revenge (Rob Veldhuijsen, Paul Klooté, Jeffrey Zuhdy, Floris Nielsen en Andy Tjin). Regie: Bart Stuyf. Gezien: 16 nov in de Schouwburg, Leiden. Tournee t/m 11 mei. Inl 018-3623155.

Het nieuwe theaterprogramma van de zanggroep Montezuma's Revenge begint verrassend: de heren verschijnen in Louis Seize-kostumering, bepruikt en bepoederd, nemen plaats achter hun muziekstandaards en barsten zoetgevooisd uit in een rijk geschakeerde versie van Bridge over troubled water, voor vijf stemmen gearrangeerd met sierlijke frutsels en krullen die bij hun uitdossing passen. Het is een grappig effect. En ook daarna blijft het nog wel even vermakelijk, want die aankleding leent zich uitstekend voor koddige dansjes en gebaartjes en elegante pasjes - de ene voet schuin voor de andere.

Maar als vervolgens blijkt dat ze die pakken de hele avond zullen aanhouden, en het door rozen omrankte prieelpoortje ook blijft staan, begint mij dat te hinderen. Het is per slot van rekening niet méér dan een gimmick, een loze aardigheid die niets te maken heeft met het zuivere, veelgelaagde pop-belcanto van deze wonderbaarlijk veelzijdige a capella-groep. Het gaat hier immers vooral om de vocale geluidspatronen zonder instrumentale begeleiding, om de donzen dekens die ze onder elkanders soli leggen en om hun ongemeen krachtige samenzang.

Het repertoire bestaat, als voorheen, vooral uit ijle pop ballads van eigen en andermans makelij. Soms zijn ze iets te eenvormig; ook dat is bij Montezuma's Revenge gebruikelijk. Maar gelukkig worden ze weer afgewisseld met onverwacht materiaal, zoals het geestige Visit to God van counter-tenor Rob Veldhuijsen, een spetterend stukje Tijuana Brass inclusief een vocale vertaling van de tegen elkaar opbiedende trompetpartijen, en het pathetische Zonder jou van de diepgestemde Paul Klooté, die in andere nummers de ritme-sectie kan zingen alsof hij aan de snaren van een staande bas staat te plukken. En ronduit verbazingwekkend is het dreunend hedendaagse Animal nightlife, waarin wordt bewezen dat ook een meedogenloos computerritme kan worden gezongen. Het is uitgesproken stuntwerk, maar even vanzelfsprekend ten gehore gebracht als de welluidende rest.