Onderzoek wijst op rechtsongelijkheid werkende moeders

NIJMEGEN, 17 NOV. De rechtspositie van werkende vrouwen die pas zijn bevallen of zwanger zijn, is in Nederland niet goed geregeld. De regelgeving voor zwangerschapsverlof, voeden van het kind onder werktijd, aanpassing van de werktijden en -omstandigheden is verbrokkeld, en daardoor bestaat er rechtsongelijkheid tussen vrouwen met verschillende soorten dienstverbanden.

Dit concludeert W.C. Monster in haar proefschrift over 'de bescherming van het moederschap' waarop ze vandaag aan de Nijmeegse universiteit promoveert. Bepalingen met betrekking tot zwangerschap en werkende moeders zijn in Nederland ondergebracht bij verschillende wetten, zoals de Arbeidswet uit 1898, de Ziektewet uit 1930, het ontslagverbod voor vrouwen uit 1978. Omdat al die regels gefaseerd tot stand zijn gekomen, vormen ze een “gespreid rommeltje”, aldus Monster. “Bovendien zijn er te veel gevallen die buiten de regels vallen.”

Vooral vrouwen die zelfstandig een beroep uitoefenen, zoals artsen en advocaten, worden door de huidige regels benadeeld, zegt Monster. Zij zijn aangewezen op particuliere verzekeringen voor arbeidsongeschiktheid, waarvan sommige zwangerschapsverlof uitsluiten. “Al begint er een omslag te komen omdat volgens de Wet Gelijke Behandeling een aanbieder van diensten, zoals een verzekering, geen onderscheid mag maken op grond van sexe”, aldus Monster. “Maar dan eisen ze bijvoorbeeld weer dat je al een bepaalde tijd verzekerd moet zijn.” Ook voor vrouwen die in het bedrijf van hun echtgenoot meewerken, is het vaak erg moeilijk om zwangerschapsverlof op te nemen.

Vrouwen die in dienst zijn bij de overheid komen er het beste van af. In de Ambtenarenwet is opgenomen dat een ambtenaar recht heeft op zwangerschapsverlof. Voor andere werknemers is dat recht nergens officieel vastgelegd. Het is alleen te baseren op een bepaling in het Burgerlijk Wetboek dat een werkgever 'goed werkgeverschap' moet hebben. Monster: “Al heb ik nog nooit gehoord dat een werkgever geen zwangerschapsverlof wil geven.”

De bestaande regels voor zwangere vrouwen en werkende moeders zijn volgens Monster in strijd met het uitgangspunt dat elke vrouw economisch zelfstandig moet zijn. Bovendien stroken de regels niet met de grondwet waarin het recht op arbeid en het recht op zelfbeschikking zijn opgenomen, en met internationale verdragen waarin de bescherming van het moederschap als een van de rechten van de mens is erkend.

Monster pleit voor één algemene wet waarin alle regels worden opgenomen die van toepassing zijn op zwangere vrouwen en vrouwen die net zijn bevallen. Uitgangspunt van die wet zou het recht op bescherming van de moeder moeten zijn, die haar economische positie moeten kunnen blijven houden. Volgens haar heeft dat geen financiële gevolgen. “Het kost de staat nu ook al geld, alleen komt dat uit verschillende potten. Het is juist goedkoper om alles centraal te regelen, al die verschillende instanties kosten ook geld.”

Volgens Monster zal zo'n nieuwe wet niet leiden tot meer werkende moeders. “Uit literatuuronderzoek blijkt dat andere factoren, zoals de invloed van de omgeving en de cultuur, veel bepalender zijn bij de beslissing om kinderen te krijgen. Zowel in de Verenigde Staten als in Duitsland zijn er betere voorzieningen voor werkende moeders, maar het eerste land heeft een laag geboortecijfer, het tweede een hoog.”