Nederland krijgt nu de 'Melkflex'

DEN HAAG, 17 NOV. Philips-topman Jan Timmer speelde woensdag in het Haagse Congresgebouw, waar de metaalwerkgevers hun jaarvergadering hielden, een thuiswedstrijd. Zijn fulmineren tegen de 36-urige werkweek spreekt veel werkgevers aan. Timmer voert echter een achterhoedegevecht. Bij het bankbedrijf, Akzo Nobel, de zorgverzekeraars, het overheids- en gemeentepersoneel en bij de spoorwegen zijn reeds afspraken gemaakt over een 36-urige werkweek, in combinatie met de mogelijkheid om personeel flexibeler in te zetten. Om dat laatste gaat de echte strijd tussen werkgevers en vakbonden en tussen liberale en sociaal-democratische bewindslieden.

Terwijl Timmer zich druk maakt over de 36-urige werkweek die de bonden volgend jaar bij de Nederlandse vestigingen van zijn concern gaan eisen, legt minister Melkert (sociale zaken) de laatste hand aan zijn nota Flexibiliteit en zekerheid. Behalve Melkertbanen krijgen we nu in Nederland de Melkflex, Melkerts variant op de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Zijn nota is defensief van aard, want er worden vooral grenzen gesteld aan de flexibilisering. “Tot hier en niet verder”.

Melkert laat zich daarbij in hoge mate beïnvloeden door de vakbeweging, die wel bereid is tot meer flexibilisering, maar grenzen wil stellen en er iets voor terug wil krijgen: de 36-urige werkweek. Dat Melkert überhaupt met een nota over flexibilisering komt, wordt door zowel werkgevers als liberale politici als winstpunt gezien. In het regeerakkoord zijn daar immers geen concrete afspraken over gemaakt. De verlenging van de wettelijke proeftijd van 2 tot maximaal 6 maanden die Melkert bepleit, is volgens voorstanders van liberalisering “een stap in de goede richting”. En dat Melkert binnen deze langere proeftijd wat rechtsbescherming wil inbouwen in de vorm van een opzegtermijn van 2 weken: soi! “Dat is logisch”, vinden zelfs de meest fervente voorstanders van liberalisering en flexibilisering.

Pag.18: Lobby van werkgevers bij minister Melkert voor liberaler beleid

Maar Melkert gaat niet ver genoeg, menen de werkgevers, die met een intensieve lobby trachten de minister nog wat meer hun kant uit te krijgen. Het werkgeversgeluid wordt binnen het kabinet verwoord door de liberale bewindslieden Zalm (financiën) en Wijers (economische zaken). Al meer dan twee weken is Melkerts nota onderwerp van gesprek in de zeshoek van meest betrokken ministers. En vandaag staat het onderwerp geagendeerd voor de Ministerraad. De meeste voorstellen van Melkert worden inmiddels onderschreven door zijn collega's. De strijd gaat met name om de contracten voor bepaalde tijd. Een strijd die veel fundamenteler is dan die over het principe van de 36-urige werkweek, dat al op grote schaal wordt toegepast.

De werkgevers willen afscheid nemen van de vaste baan. Zij willen zo weinig mogelijk wettelijke regels en belemmeringen en zoveel mogelijk vrijheid voor het afsluiten van arbeidscontracten. De voorstellen van Melkert over aanstellingen voor bepaalde tijd noemen ze “knoeiwerk”. Melkert heeft in zijn nog geheime nota gesteld dat arbeidscontracten voor bepaalde tijd weliswaar tweemaal moeten kunnen worden verlengd, maar dat contractanten in vaste dienst komen zodra de totale contracttijd langer duurt dan 2 jaar.

“Onnodig ingewikkelde wetgeving”, vinden zowel de werkgevers als de liberale bewindslieden Zalm (VVD), Wijers en Sorgdrager (beide D66).

Hoe is het op dit moment geregeld? Werkgevers en individuele werknemers kunnen een arbeidscontract voor een bepaalde periode sluiten. De keuze van de periode is vrij. Zo zijn er contracten van één jaar, maar ook van vijf of tien jaar. Als een werkgever aansluitend zo'n langlopend contract nog een keer wil verlengen, dan mag dat, maar dan valt die baan wel onder het normale ontslagrecht. Wil hij van de betreffende werknemer af, dan moet hij naar het arbeidsbureau voor een ontslagvergunning en ook moet hij de wettelijke opzegtermijn in acht nemen. Melkert wil nu invoeren dat contracten voor bepaalde tijd tweemaal verlengd kunnen worden zonder dat opzegging van de arbeidsverhouding is vereist. Als werkgevers echter een aantal contracten voor bepaalde tijd achter elkaar afsluiten en die contracten duren samen langer dan twee jaar, dan is er volgens de wet sprake van een contract voor onbepaalde tijd (een vaste aanstelling).

Volgens de Melkflex mogen contracten voor 3 maanden dus tweemaal worden verlengd, zonder dat werkgevers de arbeidsverhouding hoeven op te zeggen. Ze mogen ook vier keer worden verlengd, maar dan moet na tweemaal verlengen de arbeidsverhouding wèl worden opgezegd. En als de contracten bij elkaar ook nog een langere periode dan 2 jaar duren, dan is volgens Melkert sprake van een vaste baan en geldt het ontslagrecht dat daarop betrekking heeft. Ook dit ontslagrecht wil Melkert wel wat versoepelen, door het terugbrengen van de ontslagtermijn, maar ook op dit punt gaat hij lang niet zo ver als de werkgevers willen. Ontslagen blijven getoetst worden door de directeur van het Arbeidsbureau.

De werkgevers zijn furieus tegenstander van dit soort beperkingen. Via de binnenkamer proberen ze Melkert nog op andere gedachten te brengen. Lukt dat niet, dan zullen ze zelf de aanval zoeken. Daarbij zullen ze pleiten voor “volledige contractvrijheid”. Minder relevante schermutselingen zijn nog gaande over het uitzendwezen. Uitzendbureaus krijgen, als het aan Melkert ligt, net als gewone werkgevers een verplichting tot doorbetaling van het loon. Op dit moment moeten werkgevers hun personeel doorbetalen, ook als de betreffende werknemers geen werkzaamheden verrichten. Ze kunnen echter schriftelijk overeenkomen dat deze verplichting niet geldt. Melkert wil deze ontheffingsmogelijkheid beperken tot 6 maanden, hetgeen met name uitzendbureau's niet erg zint. Maar omdat daar versoepelingen tegenover staan (de maximale uitzendtermijn van 6 maanden vervalt en er is geen uitzendvergunning meer nodig) willen de werkgevers daar niet al te zwaar aan tillen.

De maatschappelijke en politieke strijd gaat echter om de contracten voor bepaalde tijd. Hoe groter de contractvrijheid is, hoe makkelijker werkgevers akkoord kunnen gaan met een 36-urige werkweek voor CAO-personeel. Het staat hen immers vrij om contracten voor bepaalde tijd met individuele werknemers af te sluiten die veel langer duren. Voor ingenieurs en andere hoger opgeleiden bij Philips kunnen contracten op maat worden gemaakt. En Timmer hoeft zich dan helemaal niet meer druk te maken om de 36-urige werkweek. De meeste werknemers zullen immers langer werken. En daar waar CAO-personeel korter werkt en simpel repeterend werk doet, kunnen de gaten makkelijk worden opgevuld met uitzendkrachten en andere flexwerkers. De vakbonden zullen er niet blij mee zijn, want het ondermijnt hun mogelijkheden om per CAO arbeidsvoorwaarden voor grote groepen leden (en niet-leden) overeen te komen. De bonden hebben hun hoop dan ook gevestigd op Melkert. De strijd tussen Zalm, Wijers en Sorgdrager aan de ene kant en Melkert aan de andere kant is in feite een strijd tussen werkgevers en werknemers.