LIAMINE ZEROUAL; Moedig man met schone handen

Liamine Zéroual, tot niemands verbazing de grote overwinnaar bij de eerste presidentsverkiezingen in de geschiedenis van Algerije, werd 54 jaar geleden geboren. Gelukkig voor hem: in Batna in Oost-Algerije. Want uit dat gebied komen sinds de onafhankelijkheid vrijwel alle militaire machthebbers. Op 16-jarige leeftijd sloot hij zich aan bij het Nationale Bevrijdingsleger, later omgedoopt tot het Nationale Volksleger. Het zijn de kolonels van dàt leger, in de jaren '80 tot generaals gepromoveerd, die sinds 1963 onafgebroken de gang van zaken in het land bepaalden. Tot op de dag van vandaag.

Na de onafhankelijkheidsoorlog kreeg Zéroual een militaire opleiding in Rusland en Frankrijk. In 1988 werd hij tot adjunct benoemd door de chef-staf van de strijdkrachten, zijn stadgenoot generaal Khaled Nezzar, toen en nu een van de Mannen van 'De Macht'. Met die schimmige benaming definieert de Algerijnse bevolking de altijd achter de gordijnen opererende uiteindelijke beslissers van 's lands heden en toekomst.

Maar na de broodopstand van oktober 1988, die - ten koste van 500 levens - het democratische experiment in Algerije op gang bracht, kreeg Zéroual ruzie met president Chadli Benjedid. Chadli maakte gebruik van die smartelijke gebeurtenis, die in Algerije met het discrete begrip les événements wordt aangeduid, om zich te ontdoen van een groep antiliberale FLN-functionarissen en de met hen gelieerde officieren. Zoals gewoonlijk gingen ideologie en machtsstrijd tussen de verschillende politieke clans hierbij hand in hand. Want de toen nog apolitieke Liamine Zéroual was verbonden met een aantal officieren die Chadli wilde verwijderen. Hij vertelde de president dat hij niet langer met hem wilde samenwerken.

Na zijn ontslag was binnen het leger zijn naam gevestigd als die van een moedig man. Nòg belangrijker was dat hij schone handen hield. Want toen in januari 1992 de top van het leger een 'fluwelen staatsgreep' pleegde en president Chadli tot ontslag dwong om diens door hem gewettigde radicaal-islamitische politieke partij FIS van een zekere verkiezingsoverwinning af te houden, behoorde Zéroual niet tot de kleine kring van hen die dit besluit hadden genomen. Het maakte hem een ideale figuur om in een later stadium namens de strijdkrachten onderhandelingen te beginnen met het FIS, dat de oorlog maar niet opgaf.

In juli 1993 werd hij door zijn oude baas, generaal Nezzar, teruggeroepen om als minister van defensie te dienen. Een halfjaar later - in januari 1994 - benoemde 'De Macht' hem tot overgangspresident voor een periode van maximaal drie jaar. Hij probeerde onmiddelijk tot een dialoog te komen met de gevangen leiders van het FIS, en stelde zelfs een paar van hen op vrije voeten. Maar de dialoog mislukte omdat Abassi Madani, de hoogste leider van het FIS, die wel degelijk tot concessies bereid was teneinde uit de gevangenis te komen, zich in feite in dezelfde positie bevond als president Liamine Zéroual. Beiden werden keer op keer teruggefloten door hun radicalere metgezellen.

In oktober 1994 was het duidelijk dat de dialoog op niets was uitgelopen. Onder druk van de éradicateurs, de mensen in en buiten het leger die voor eens en altijd met de radicaal-islamitische groepen willen afrekenen, kondigde Zéroual dan ook een maand later aan dat de strijd tegen de terroristen zou worden opgevoerd. Dat was intussen al gebeurd onder leiding van generaal Mohammed Lamari, de huidige chef-staf en de belangrijkste éradicateur in de legertop.

De strijders van de radicale moslim-groepen kregen zware klappen, maar werden niet voorgoed verslagen. Dus probeerde Zéroual in mei en juni van dit jaar opnieuw tot een dialoog te komen met de FIS-leiders. Die pogingen liepen wederom op niets uit, waarna de presidentsverkiezingen werden aangekondigd.