Kind groeit alleen op tot vrij mens binnen de grenzen van het gezin

Het kabinet-Kok is in verlegenheid gebracht door het voorstel van CDA-fractieleider Heerma om een minister voor gezinszaken te benoemen, getuige de lacherige reacties. Maar is die gêne wel op haar plaats? Wim Peeters vindt van niet. De samenleving heeft er behoefte aan dat gezinszaken eindelijk weer eens serieus worden genomen.

Zoals alle levende wezens hebben ook kinderen een 'natuurlijk milieu'. De vraag is echter welke omgeving optimaal is, en of kinderen er ook werkelijk in opgroeien. Want de verkeerde omgeving leidt, precies als bij planten, tot scheefgroei.

Misschien een wat obligate uitspraak, maar de werkelijke betekenis ervan wordt de laatste tijd steeds duidelijker. Het is de verdienste van CDA-leider Heerma dat hij, op een cruciaal moment, het gezin tot thema maakte van het publieke debat. De vreemde reactie van verschillende bewindslieden (een wat geforceerd gelach) op zijn voorstel om een minister voor gezinszaken te benoemen maakte duidelijk dat zijn kabinet verlegen is met het gezin.

Uit de vele reacties die het voorstel van Heerma heeft ontlokt, blijkt dat er op dit punt een kloof gaapt tussen het kabinet en nogal wat burgers. Een artikel in weekblad HP De Tijd van enkele weken geleden suggereert dat de kinderen die opgroeiden in de hoogtijdagen van de seksuele revolutie en daarna, allesbehalve gelukkig zijn met hun anti-autoritaire opvoeding. Het schip van de maakbaarheid lijkt gekeerd door de wal van de natuur.

In het denken van heel wat mensen heerst nog steeds de opvatting dat onze overvloed-economie alles kan leveren wat het individu nodig heeft, en alles op bestelling, geheel naar wens: informatie, duurzame relaties of vluchtige, een carrière, geluk, welvaart, frequente, verre vakanties en één of meer uiteraard gezonde, liefst hoog-intelligente kinderen. Verschillende van die wensen kunnen zonder bezwaar vervuld worden, enkele gaan ten koste van de leefomgeving of het geluk van anderen, maar er is er minstens één waarbij de maakbaarheid slechts schijn is: en dat is de kinderwens.

De biotechnologie heeft weliswaar heel wat mogelijk gemaakt, maar ondanks alle vorderingen op dat gebied blijft de komst van een mensenkind een niet helemaal te plannen en in elk geval ingrijpende gebeurtenis in het leven van de ouders. Zij zijn niet meer met z'n tweeën, er is iemand bijgekomen, die liefde, zorg, geborgenheid en opvoeding eist - en daar recht op heeft.

Wie zijn of haar leven helemaal wil uitstippelen en daarbij óók kinderen wil, zal het hoe dan ook moeten bijstellen, sterker nog, het leven helemaal anders moeten inrichten, op straffe van verwaarlozing van het kind.

Het menselijk leven verloopt tussen polen van vrijheid en gemeenschap. En de paradox is dat het kind alleen maar tot een vrije volwassene kan opgroeien als het in de natuurlijke omgeving van het gezin die gemeenschap ervaart, met haar mogelijkheden èn beperkingen. Sleutelwoord in een evenwichtige ontwikkeling van een kind in een gezin is vanzelfsprekendheid: het kind is vanzelfsprekend welkom, het heeft zijn plaats, het hoeft niets bijzonders te doen om gewaardeerd te worden.

Die vanzelfsprekendheid maakt de sfeer in discussies over het gezin soms wat lacherig. Dat heeft alles te maken met een zekere gêne over het besef dat de aanwezigheid van het kind al lang niet meer vanzelfsprekend is, zoals ook zijn natuurlijke milieu, het gezin, dat al lang niet meer is. Er wordt veel energie gestoken in 'oplossingen' voor een haast dwingende combinatie van ongestoorde loopbaanuitbouw en opvang voor het kind. Want iedereen wil een kind, hoe hij of zij z'n leven ook heeft ingericht. D66-fractieleider Wolffensperger zei vorig jaar tijdens een symposium van de Nederlandse Gezinsraad zelfs: “Ieder mens heeft recht op een kind.” Een uitspraak die ongetwijfeld genuanceerder bedoeld zal zijn, maar die toch te denken geeft. In alle discussies en bijdragen in de media over het gezin wordt terecht als centraal thema de zorg voor het kind genoemd. De Nederlandse Gezinsvereniging (NGV) wil deze zorg vooral vanuit het belang en door de ogen van het kind zien. Ofschoon in onze optiek de logische invalshoek, wordt ze niet door iedereen gekozen. Vrijwel alle deelnemers aan de discussie voeren bijna verontwaardigd aan dat toch iedere volwassene (of groep van volwassenen - de leefeenheid), en dus niet alleen de 'traditionele' gezinnen, deze zorg kunnen bieden.

Natuurlijk kan dat, maar de serieuze afweging of een bewust gekozen alternatief leefpatroon als leefomgeving in het belang van het kind is, maakt men niet of nauwelijks. De eigen persoonlijke en professionele ontplooiingsmogelijkheden acht men veelal belangrijker: het gezin, de opvoeding van het kind als levensvervulling is niet meer in de mode. Het is nog niet zo lang geleden dat Hedy d'Ancona pleitte voor staatsopvoeding van jonge kinderen om hun moeders in de gelegenheid te stellen om uit werken (in al te veel gevallen: uit poetsen) te gaan. Maar inmiddels is de Muur gevallen en daarmee ook dit type idealen.

De NGV huldigt het standpunt dat de zorg voor het kind het beste toevertrouwd kan worden aan de natuurlijke ouders. Velen willen dat schoorvoetend nog wel toegeven, zonder er echter de consequentie aan te verbinden dat de overheid in haar gezinsbeleid dan ook een en ander dient uit te dragen, althans te bevorderen.

De emancipatie heeft de positie van de vrouw in veel opzichten verbeterd. Waar echter haar rol als participante in het economisch leven eenzijdig is benadrukt en gepropageerd, betekende deze ontwikkeling een degradatie van haar rol als moeder, opvoeder en verzorger. De NGV meent dat deze zorgfuncties - en die gelden uiteraard ook voor de man - zo belangrijk en 'professioneel' hoogstaand zijn, dat ze herwaardering verdienen, ook op materieel vlak. Praktisch gezegd: het is in het belang van het jonge en opgroeiende kind, en dus van de samenleving als geheel, dat er altijd een volwassene thuis is, man of vrouw. Het is een ervaringsgegeven dat man en vrouw zich in die taak volledig kunnen ontplooien: hun werk is zeker zo waardevol en levensvervullend als welke betaalde baan buitenshuis ook. Een regering die ernst maakt met de vrijheid van haar burgers zal zeker terughoudend moeten zijn waar het de concrete invulling van de opvoeding betreft, maar stimulerend in het scheppen van faciliteiten om die opvoeding mogelijk te maken.

'Marie wordt wijzer' was de slogan waarmee de overheid enige jaren geleden meisjes uitdaagde om zichzelf in het onderwijs verder te ontwikkelen. De vraag is nu: is Marie wijzer geworden? Die vraag staat centraal tijdens de studiedag die de Nederlandse Gezinsvereniging morgen in Den Bosch houdt. Wat is er op het gebied van de emancipatie in het gezin, in het onderwijs, in de media gebeurd? En die vraag wordt geplaatst tegen de achtergrond van de Vrouwenconferentie die in september in Peking plaatshad.

De vorig jaar overleden Franse geneticus Jérôme Lejeune deed enkele jaren geleden op een congres in Brussel de uitspraak: “De mensen die de toekomst van onze landen in handen hebben zijn niet in de eerste plaats de hoogbegaafden of de kinderen uit de betere milieus, maar de kinderen die nu opgroeien in gewone, degelijke gezinnen, waar vader en moeder zich in de eerste plaats met hun ontwikkeling bezighouden, met hun opvoeding: hen met liefde omringen en hun een weg wijzen naar die toekomst.”