Jurassic Park gekloond

Michael Crichton: The Lost World. Uitg. Century Books, 395 blz. ƒ 33,55.

Voordat Steven Spielberg (of een andere filmregisseur) een Jurassic Park II heeft kunnen maken, komt Michael Crichton met een geschreven vervolg op zijn bestseller uit 1991. The Lost World heet het, misschien als verlaat eerbetoon aan Sir Arthur Conan Doyle die al in 1912 onder dezelfde titel een technothriller schreef over een vallei waarin dinosaurussen de eeuwen hadden getrotseerd. In Crichtons roman is de Verloren Wereld het Costaricaanse eiland waarop zich aan het eind van de jaren tachtig de geheim gehouden ramp rondom een dinopretpark in oprichting heeft afgespeeld. Zes jaar later is er spontaan een nieuwe generatie dino's opgegroeid, en gaan er twee expedities naar het eiland: de ene onder leiding van de schurkachtige biogeneticus Lewis Dodgson (die een bijrol vervulde in Jurassic Park), de ander bestaande uit evolutiewetenschappers, van wie de mathematicus Ian Malcolm al eerder kennismaakte met de vernietigende kracht van gekloonde velociraptors en tyrannosaurussen rex.

Een van de grote attracties van Jurassic Park was de originaliteit van onderwerp en plot. Als een twintigste-eeuwse Jules Verne gebruikte Crichton zijn niet geringe technologische en wetenschappelijke kennis voor een science-fictiongruwelverhaal over biotechnologie en chaostheorie dat even leerzaam als spannend was. Die oorspronkelijkheid is in The Lost World ver te zoeken: het boek lijkt zoveel op zijn voorganger - wéér twee kinderen achtervolgd door raptors, wéér didactische exposés van Malcolm, wéér een boef gruwelijk vermoord door een tyrannosaurus - dat het in je geheugen al na een week geen eigen leven meer leidt. Daarbij komt dat Crichtons stijl, die toch al niet uitblinkt in beeldende kracht, in The Lost World regelmatig onzorgvuldig en lelijk is. Vooral de gewoonte om door middel van witregels en eenregelige alinea's cliffhangers in de tekst te genereren, gaat vervelen.

The Lost World is net spannend genoeg om te zorgen dat je het uitleest. Maar als achtste boek van een schrijver die sinds zijn debuut The Andromeda Strain (1972) bekend staat om zijn inventiviteit en perfecte gevoel voor hot subjects als moorddadige virussen en ongewenste intimiteiten (Disclosure, 1994) is het beneden de maat.