Judith Joy Ross

Judith Joy Ross: Portraits at The Vietnam Veterans Memorial, Washington D.C. 1984. Galerie Paul Andriesse, achterzaal. Prinsengracht 116, Amsterdam. T/m 30 nov. Ma t/m vr 10-12.30u en 14-18.30u, za 14-18u. Prijzen 2.200 tot 11.000 gulden. Verder in de galerie werk van James Welling, Marlene Dumas, John Riddy en Anne-Marie Schneider.

De portretterende fotokunst maakt een ware revival door. In de ene galerie na het andere museum kun je als toeschouwer allerlei medemensen in het gezicht staren - waar je in het dagelijks leven niet snel de gelegenheid voor krijgt. Ondanks de museale kwaliteiten die aan deze foto's worden toegedicht ligt de spanning van zulk werk meestal in de interpretatie die je er als de toeschouwer aan geeft. Een fotograaf als de Duitser Thomas Ruff weet daar goed mee om te gaan door subtiel zijn eigen afwezigheid te suggereren. De - op zichzelf verre van volmaakte - hoofden die hij laat zien zijn technisch prachtig gefotografeerd en uitvergroot, waardoor die gewone mensen als goden langs je heen staren.

De 17 portretten die Judith Joy Ross bij galerie Paul Andriesse in Amsterdam exposeert zijn in vergelijking met het werk van bijvoorbeeld Ruff tamelijk gewoontjes. Twee dingen vallen onmiddellijk op: dat de foto's zo grijs zijn, en dat bijna alle gefotografeerden zo verwrongen kijken. Dat eerste is al snel te verklaren: Ross drukt haar werk af op een laag goud-bromide, waardoor alle foto's een grijze waas krijgen en alle zwart en wit afwezig is, wat de mistroostige uitstraling van deze mensen nog benadrukt.

Bij deze tentoonstelling blijkt de manier waarop je er binnenloopt essentieel. Wie onbevangen binnenkomt kan de meest uiteenlopende gedachten en visies op de personen projecteren. Waarom lacht er niemand? Waarom kijken de meesten of ze een tic hebben en loensen ze zo vaak? Hebben ze soms psychische problemen? Als anonieme portretten kun je er op projecteren wat je wilt, wat ze een zekere spanning verleent.

Maar dat is in de visie van Ross niet de bedoeling. De tentoonstelling kreeg namelijk een titel mee: Portraits at The Vietnam Veterans Memorial, Washington D.C. 1984. Daarmee valt alles precies op zijn plaats, maar is ook alle dubbelzinnigheid verdwenen. Ross suggereert neutraliteit en afstand door haar onderwerpen langs de camera heen te laten staren, maar appelleert tegelijkertijd aan alle clichés van de getraumatiseerde veteraan en hun familie. Dat maakt de portretten weliswaar schrijnend, maar tegelijkertijd een saaie bevestiging van alle clichés die je van zo'n groep in je hoofd hebt.