Jim Courier lijkt terug van verkeerde pad

FRANKFURT, 17 NOV. Het sarcasme bleef achterwege. De Amerikaanse tennisser Jim Courier won gisteren in Frankfurt zijn tweede groepswedstrijd van Thomas Muster (6-4, 4-6 en 6-4) en was na afloop niet te betrappen op de absurdistische uitspraken die meestal na een nederlaag uit zijn mond komen rollen.

Wat heeft je het meest geholpen dit jaar een comeback te maken, werd er eerder deze week gevraagd. “Sinaasappelsap en veel seks.” Wat verwacht je over twee weken in Moskou bij de finale van de Davis Cup? “Een hoop ijs.”

Twee jaar geleden werd Courier in Frankfurt bij het ATP-wereldkampioenschap het symbool van wat er mis was met tennis. Tijdens zijn partij tegen Andrei Medvedev las hij in de pauzes tussen de games een boek - Maybe the Moon van Armistead Maupin - alsof de wedstrijd hem niets meer interesseerde. Courier was de verwende en verpeste blaaskaak die te vroeg te veel had verdiend.

Hij ontkende destijds dat hij zijn gevoel voor verhoudingen was kwijtgeraakt, maar zijn prestaties spraken boekdelen. In 1993 had hij binnen een maand op pijnlijke wijze de finales van Roland Garros (van Bruguera) en Wimbledon (van Sampras) verloren. Het bracht hem zo uit zijn evenwicht dat de voormalige nummer één in 1994 uit de top-tien zakte en het jaar beëindigde als veertiende op de ranglijst.

Dit jaar vocht hij zich terug naar een zevende stek. Indien hij vandaag wint van zijn landgenoot Michael Chang plaatst hij zich zelfs voor de halve finale. Gisteren behaalde hij met zijn vertrouwde wapen, zijn krachtige forehand, een zwaarbevochten zege op Muster. Als twee boksers probeerden de tennissers elkaar met harde klappen van de baan te slaan, waarbij in iedere set één service-doorbraak de doorslag gaf. Muster miste bij 4-5 in de eerste set een return van Courier die op de lijn stuitte en sloeg bij dezelfde stand in de derde set op matchpoint een backhand in het net.

“Het draaide om een paar punten en ik was degene die de fouten maakte”, zei Muster na afloop. “Je kan het je tegen Courier niet permitteren om vier forehands op rij uit te slaan, zoals ik deed in de laatste game.” Muster vertelde, als verkapt excuus, dat hij al twee weken geleden is begonnen aan zijn winter-training als voorbereiding op het jaar 1996 en daarom nu zeven tot acht uur per dag traint. “Ik heb nog wat tennis te spelen in 1995”, reageerde Courier droogjes. “Dit toernooi vind ik belangrijk en we spelen met de Verenigde Staten om de Davis Cup tegen Rusland. Pas daarna neem ik rust.”

Direct na de Davis Cup keert James Spencer Courier Junior terug naar Dade City, het dorpje met vijfduizend inwoners in Florida waar hij is geboren. Als enige topspeler weigert hij al jaren mee te doen aan de Grand-Slamcup in München. Daar is veel geld te verdienen, maar de resultaten tellen niet mee voor de ranglijst.

“Het seizoen duurt te lang”, zei Courier gisteren. “Het zou voor de spelers beter zijn als het seizoen drie weken wordt ingekort, zodat we een vrije periode hebben van zes volledige weken en onze gezondheid op peil kunnen houden. Als mijn collega's dan om de Grand-Slamcup willen spelen, mij best. Als ze opdraven voor demonstratie-toernooien, ook goed. Als er in die periode maar geen evenementen zijn die meetellen voor de ranglijst.”

Couriers wens wordt in ieder geval volgend jaar geen werkelijkheid. “Het programma is al vastgesteld. En het is ook geen eenvoudige kwestie. Je kan moeilijk simpelweg drie weken met toernooien schrappen, want dan staan er een aantal toernooidirecteuren op straat. Ach, het is allemaal een kwestie van geld.”

De 25-jarige Courier dankt zijn comeback dit jaar niet alleen aan de glazen jus d'orange van de sinaasappelplantage waar zijn vader werkt als manager of aan het hervonden geluk met zijn Franse vriendin. Hij heeft ook de oplossing gevonden voor tennis-technische en mentale problemen die met elkaar samenhingen.

Zijn spel berust bovenal op de loeiharde forehand. Toen hij eerste werd op de ranglijst, in februari 1992, verlegde hij zijn ambities. Hij begon te trainen op zijn backhand, op volley's en op drop-shots. Hij varieerde zoveel dat de eenvoud uit zijn spel verdween en hij zichzelf onnodig in verwarring bracht met een veelvoud aan keuzes tijdens rally's. “Ik probeerde beter te worden dan nummer één”, zei Courier deze week. “Ik wilde nummer nul zijn.”

Eenmaal teruggekeerd op het rechte pad, bleek hij de angel van oude wapen, de forehand, kwijt te zijn. Pas vlak voor de US Open van dit jaar vond hij de oplossing. Hij verwijderde tien gram verzwaringslood van de top van zijn blad. “We wisten niet wat het was, tot ik dat lood er af haalde. Na drie ballen wist ik dat ik had gevonden waar we naar hadden gezocht.”

Opvallend was dat Courier dit jaar successen boekte in de tweede helft van het seizoen, terwijl hij in zijn topjaren vooral op dreef was in de eerste zes maanden van het jaar. Hij bereikte de halve finale op de US Open, waar hij verloor van Sampras. Hij won het toernooi van Basel, met een finale tegen Jan Siemerink, haalde de finale in Toulouse en werd in Essen en Parijs pas uitgeschakeld toen hij op Pete Sampras stuitte. “Wat een klasse-tennisser”, was zijn droge commentaar.