Invoering basisschool proces van lange adem

De wet op het basisonderwijs, die op 1 augustus 1985 in werking trad, betekende een fusie tussen in totaal 17.000 kleuter- en lagere scholen tot 8.500 'Nieuwe Basisscholen'. De twee oude kleuterklassen en zes klassen van de lagere school werden de acht groepen van de basisschool. De Wet op het lager onderwijs uit 1920 en de Wet op het kleuteronderwijs uit 1955 vervielen. De leerplichtige leeftijd werd één jaar vervroegd: van zes naar vijf jaar. De leuze werd: 'Vijf jaar moet, vier jaar mag'.

De operatie past in de lange golf van systematisering en stroomlijning die al vele tientallen jaren door het Nederlandse onderwijs gaat. In totaal zijn er sinds de jaren vijftig vijf grote 'raamwetten' gemaakt.

De oude mms, mulo, hbs en gymnasium verdwenen in 1968 in het éne mavo/havo/vwo-systeem van de 'mammoetwet'.

In de jaren tachtig gingen honderden kleine heao's, kweekscholen, verpleegopleidingen, lerarenopleidingen, hts'en en sociale academies samen in een hondertal grote hogescholen, via de Wet op het hoger beroepsonderwijs van 1986.

Sinds 1993 vallen universiteiten en hogescholen onder één Wet hoger onderwijs.

In 1996 wordt de Wet educatie en beroepsonderwijs van kracht: alle vormen van beroeps- en volwassenonderwijs worden samengebracht in een vijftigtal reusachtige regionale opleidingscentra (ROC's).

De Wet op het basisonderwijs, waaraan in 1986 vijftien jaren van ambtelijke voorbereiding waren voorafgegaan, kent een groot aantal doelstellingen:

Een ononderbroken ontwikkelingsgang van kinderen van vier tot twaalf jaar.

Het nastreven van veelzijdige ontwikkeling.

Het ondersteunen van de 'multiculturele samenleving'.

Systematisering van het onderwijs via een 'schoolwerkplan'.

Onderwijskundige zorg aan leerlingen met achterstanden en leerproblemen.

Naast de oude vakken als taal, rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis komen nieuwe leergebieden: wiskunde, Engels, staatsinrichting, gezond gedrag, geestelijke stromingen.

Systematisering van de lesstof door landelijke 'kerndoelen' en 'eindtermen'.

Twee evaluaties, in 1990 met de nota van het ministerie 'Zo hard gelopen en toch nog zo ver te gaan' en in 1994 met het rapport 'Zicht op Kwaliteit' van de Commissie Evaluatie Basisvorming, wezen uit dat er van de doelstellingen nog niet veel terecht is gekomen. “De bevindingen illustreren mijns inziens vooral dat de invoering van de basisschool een proces van lange adem is”, schreef staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) in mei van dit jaar in haar nota 'Een impuls voor het basisonderwijs'.