Grote ommezwaai laat Jorritsma aan opvolger over

DEN HAAG, 17 NOV. Het probleem van de files was niet opgelost, toen Kamervoorzitter Deetman gistermiddag tegen vier uur de begrotingsbehandeling van minister Jorritsma afhamerde. De noodklok was geluid, dat was eigenlijk alles. Onder het motto dat er een 'noodplan' moest komen voor het op gang houden van de mobiliteit, hadden VVD en CDA voor meer wegen gepleit. Onder hetzelfde motto hadden de andere fracties juist minder autogebruik gepropageerd. Maar dat was vorig jaar ook zo. Ook toen al vielen er termen als 'deltaplan' en 'dweilen met de kraan open'.

Is er dan niks veranderd, sinds Jorritsma de scepter over het ministerie van verkeer en waterstaat zwaait? De files zijn langer geworden, dat is zeker, en zeker is ook dat de kritiek harder aankwam, nu Jorritsma niet meer de beginnende minister is die een vrijwel kant-en-klare begroting van haar voorgangster overnam. Maar al even zeker is dat de Tweede Kamer het recht van amendement op de begroting gisteren nauwelijks gebruikte. Ja, er ligt een amendement om een oude bezuiniging op het stads- en streekvervoer voor een deel terug te draaien. Maar dat zet weinig zoden aan de dijk.

Het was de afgelopen dagen dan ook vooral het bespelen van de media, wat het parlement deed. Het file-genererende ongeluk van woensdagmorgen, hoe tragisch ook, hielp daarbij een handje mee. Want net zo goed als de minister, weet de Tweede Kamer dat er al heel wat wordt gedaan in de strijd tegen de files. Als het parlement tenminste niet morgen nog wil overgaan tot een impopulaire maatregel als het drastisch verhogen van de accijnzen, wat wegens de afspraken in het regeerakkoord overigens moeilijk zou zijn. Ook het snel aanleggen van extra rijstroken is, zo er al geld voor was, vanwege de langdurige procedures die daarmee gemoeid zijn niet goed mogelijk. Die procedures zijn trouwens onlangs, in de nieuwe Tracéwet, nog bekort.

Geen wonder dus dat Jorritsma de Tweede Kamer gisteren vrij ontspannen te woord stond - en dat zij afgelopen zaterdag in een interview met de Volkskrant liever dan over de files, over het belang van een luxe ministersauto sprak. Zelf autoliefhebster, draagt de minister de automobilist een warm hart toe, was ook in de Tweede Kamer de boodschap. Er zijn het afgelopen jaar twee 'file-brieven' verschenen, waarin precies staat hoe het ministerie de komende tijd de strijd tegen het dichtslibben van de wegen gaat aanpakken. Zelf vond Jorritsma het gisteren niet eens de moeite waard daaraan nog te refereren, ervan overtuigd als zij is dat ze binnen de grenzen van haar budget het onderste uit de kan haalt.

De wegen, is Jorritsma's filosofie, moeten beter 'benut' worden. Daartoe worden nu middelen ingezet als gedetailleerde verkeersinformatie, meer spreiding van het onderhoud van de weg en het sneller opruimen van wrakken. Een aantal weguitbreidingen wordt eerder uitgevoerd dan gepland. Er zijn al proeven aan de gang met vrachtautostroken en een inhaalverbod voor vrachtwagens. Volgend jaar komt er een experiment met het openstellen van de vluchtstrook voor verkeer.

Centraal in Jorritsma's aanpak staat de samenwerking met bedrijven, organisaties en lagere overheden, volgens de minister onontbeerlijk om het 'draagvlak' voor bepaalde maatregelen te vergroten. Voor de proef met de vluchtstrook bijvoorbeeld, is intensief overlegd met de ANWB, die er eerst mordicus tegen was. Daarnaast gelooft Jorritsma oprecht in de voordelen van decentralisatie, zoals van het parkeerbeleid, het verkeersveiligheidsbeleid en het fietsbeleid.

Gisteren haalde ze nog het voorbeeld van Rotterdam aan, waar woensdagmorgen het verkeer zo vast kwam te zitten. Dat was “een incident”, want juist bij Rotterdam worden “samen met de regio” allemaal maatregelen genomen om verstopping van het verkeer rond de stad tegen te gaan. Volgend jaar krijgen gemeenten en provincies de zeggenschap over kleinere investeringen in infrastructuur. Ook komt er een 'planwet' om te regelen dat zij meer bevoegdheden op het gebied van verkeer en vervoer krijgen. Voor het stimuleren van 'vervoersmanagement' bij bedrijven is een bedrag van bijna veertig miljoen gulden uitgetrokken.

Maar het zijn, dat is waar, allemaal relatief kleine maatregelen. Geen drastische wijziging van het beleid, maar roeien met de riemen die je hebt. De vraag is of een dergelijke omslag zou passen bij Jorritsma, een minister die opgewekt de handen uit de mouwen steekt, maar niet echt visionair genoemd kan worden. Ook zoiets als een 'bekering' tot het openbaar vervoer, zoals eerder gebeurde met haar voorgangster Smit-Kroes, zit er niet in. Met de miljardeninvesteringen in het spoor vormt het openbaar vervoer sinds die tijd al een belangrijke pijler van het mobiliteitsbeleid, waarbij de komst van 'light rail' verbindingen in de Randstad de laatste loot aan de stam is.

Zelf doet Jorritsma er niet moeilijk over. De grote ommezwaai, zegt ze eerlijk, laat zij liever aan haar opvolgers over. “Hoe ik denk over de toekomst”, vroeg ze zich twee weken geleden hardop af, tijdens een feestelijke bijeenkomst ter gelegenheid van vijftig jaar directoraat-generaal voor het vervoer. Ze bekende een “toekomstscenario in twee fasen” te hebben. “Tot 2005 een fase met alle hens aan dek, om de huidige programma's daadwerkelijk uit te voeren, en met extra programma's de ernstigste problemen aan te pakken. Daarna moet er een periode van innovatie komen, onder leiding van creatieve bestuurlijke managers die alle talenten bundelen.” Dat is nog even wachten.