Een demon in streepjespak; De rudimentaire rhythm 'n' blues van Dr Feelgood

De Britse groep Dr Feelgood begon in de jaren zeventig met het spelen van rhythm 'n' blues en rock 'n' roll, muzieksoorten die op dat moment uit de mode waren. Door de maniakale act van zanger Lee Brilleaux en het gejaagde geluid van gitarist Wilko Johnson werd de groep een voorbeeld voor veel punkbands. Onlangs verscheen een cd-box met een overzicht van het werk van de band.

Dr Feelgood: Looking Back. Box met vijf cd's met in totaal 104 nummers. EMI Records. Prijs ƒ 99,90

Een van de treurigste hoezen - of eigenlijk is het in dit tijdperk van de cd niet meer dan een inlegvel - uit de geschiedenis van de popmuziek is die van de laatste cd van Dr Feelgood. Met een uitgemergeld gezicht en met ziekelijk sprietig haar steekt Lee Brilleaux, ooit de door drank wat pafferige zanger van de Engelse rhythm 'n' bluesgroep, een sigaretje op. Hij houdt zijn lammy coat ervoor, zodat de wind de vlam niet dooft, terwijl de vier andere bandleden, die op de achtergrond voor de Dr Feelgood Music Bar staan, toekijken. Op het moment dat de foto werd gemaakt, begin 1994, had Brilleaux nog een maand of drie te leven. En dat wist hij. Hij leed al een jaar aan lymfklierkanker, had chemotherapie ondergaan en was niet meer in staat om op tournee te gaan. Op 24 en 25 januari gaf hij nog twee laatste concerten in zijn eigen pub op Canvey Island, de provincieplaats niet ver van Londen waar hij, in Zuid-Afrika geboren, was opgegroeid. De beste nummers van die optredens werden kort voor zijn overlijden uitgebracht op een cd met de titel Down At The Docters, naar een van de Dr Feelgood-nummers die de band op optredens nooit oversloeg.

Maar hoe treurig het inlegvel ook is, wie de foto de eerste keer ziet, schiet toch in de lach. Hier staat een man die weet dat hij binnenkort sterft en wat doet hij? Met een uitgestreken gezicht steekt hij er nog lekker eentje op. De hoes geeft de essentie weer van Dr Feelgood. “We zingen vaak over 'bad luck' ”, zegt Lee Brilleaux in een van de radio-interviews die staan op de extra, vijfde cd van de onlangs verschenen Dr Feelgood-cd-box Looking Back. “Pech met vrouwen, gebrek aan geld, het soort dingen waarover blueszangers ook zingen. Maar de meeste blueszangers hebben vaak hun tong stevig in hun wang. Zo is het ook bij ons: jazeker, we hebben weer pech vandaag, maar laten we nu lol hebben. Laten we drinken en 'let's forget about it'.”

Het lachen om pech komt al in de eerste single van Dr Feelgood naar voren. “I saw you out the other night / I saw somebody hold you tight / Roxette, I wonder who it could be / It was so dark I couldn't see / But I know it wasn't me / And when I tell you it ain't right / I know you got to agree,” zingt Lee Brilleaux met zijn ietwat afgeknepen, rauwe stem op 'Roxette' uit 1975. Ook in muzikaal opzicht zette het debuutnummer de toon voor een heel oeuvre: eerst spelen de bas en drums een paar maten, dan valt de gitarist in met enkele scherpe, afgebeten akkoorden en ten slotte begint Brilleaux te zingen. Coupletten en refreinen, een korte mondharmonica-solo of gitaarsolo in het midden en klaar is het liedje: veel langer dan drie minuten duurt het zelden bij Dr Feelgood.

Toen Dr Feelgood in de jaren zeventig begon met het spelen van rhythm 'n' blues en rock 'n' roll, waren deze muzieksoorten volstrekt uit de mode. De popmuziek werd beheerst door de glitter van David Bowie en zijn navolgers, de overvloedige klanken van Yes en andere symfonische rockgroepen en de bedaarde country-rock van bands als The Eagles. Ook in hun uiterlijk weken de Feelgoods af van wat toen gangbaar was in de popmuziek: ze hadden kort haar en droegen colberts, overhemden en stropdassen, alsof ze zo van hun werk kwamen. In de begintijd was dat ook vaak zo. “Ik werkte bij een notaris, bassist John B. Sparks was bouwvakker en we moesten ons vaak haasten om op tijd voor een optreden te komen”, vertelt Lee Brilleaux. Alleen gitarist Wilko Johnson had iets vreemds over zich: hij droeg vaak streepjespakken en zijn blik had iets demonisch. Maar hij had dan ook gestudeerd en was in India geweest.

Harkerig

De Feelgoods waren bijzonder omdat ze zo gewoon waren. Het waren provinciejongens die in de pubs van Canvay Island hun lievelingsmuziek speelden: bluesnummers van Muddy Waters, Howlin' Wolf en John Lee Hooker, afgewisseld met de snelle rock 'n' roll van Chuck Berry 'om het publiek in ieder geval de helft van de tijd te vermaken', zoals Brilleaux in een van de radio-interviews zei. Voor het optreden stonden ze aan de bar, met een pint in de hand, even later stonden ze op het podium. En dan waren ze niet meer zo heel gewoon. Wilko Johnson stuiterde van hoek naar hoek over het podium, en bewoog zich net zo harkerig als zijn spel klonk. Lee Brilleaux zong als een bezetene, met bolle ogen en een rood aanlopend gelaat, zodat je bijna vergat dat hij ons ook wilde laten lachen.

Het waren dit soort optredens die indruk maakten op toekomstige punkers, die moe waren van alle symfonische bombast. Zo vertelde Paul Weller, oprichter van The Jam, onlangs in een interview dat hij pas na het zien van Dr Feelgood begreep wat hem te doen stond: dit was precies zoals het moest. En zeker wie nu de eerste twee van de vier cd's van de box hoort, begrijpt dat: hard, snel, rauw, agressief en gejaagd - zo klonk Dr Feelgood. Dit rudimentaire, terug-naar-de-oorsprong effect werd nog versterkt doordat hun eerste plaat, Down by the Jetty uit 1975, in mono werd uitgebracht. Critici van toen zagen hierin een verzet tegen het streven naar technische perfectie van groepen die maanden in de studio zaten om een plaat op te nemen. Dat was natuurlijk ook zo, maar in een van de interviews op de vijfde cd vertelt Lee Brilleaux dat het besluit om een mono-plaat te maken toch toevallig tot stand kwam. “Onze producer wilde dat we overdubs maakte, maar dat weigerden we”, zegt Brilleaux. “Dat zou afbreuk doen aan de directheid en het live-geluid van de platen. Maar toen we de mix in stereo hoorden, klonk dat belachelijk: alle instrumenten waren strikt gescheiden. Toen besloten we de plaat maar in mono uit te brengen.”

Een paar jaar, in het tijdperk van de punk, is Dr Feelgood echt populair geweest. Hun live-lp Stupidity kwam in 1976 van niets op nummer één de Britse top veertig binnen, in Nederland was 'Milk and Alcohol' in 1980 hun grootste hit. De vier cd's in de box laten horen dat de jaren 1975-1982 ook hun hoogtijdagen waren - de wet dat de beste muziek ook het populairst is, doet zich weer eens gelden in dit geval.

Onovertroffen blijft de tijd dat Wilko Johnson naast Lee Brilleaux de steunpilaar van Dr Feelgood was. Met zijn staccato-gitaarspel bepaalde hij niet alleen het ongepolijste geluid van Dr Feelgood, hij schreef zelf ook nummers als 'She Does It Right' en 'Twenty Yards Behind', liedjes die zich kunnen meten met de rhythm & blues-klassiekers. Zijn opvolger in 1977, John 'Gypie' Mayo, klonk niet zo gemeen als Wilko Johnson, maar was eigenlijk een vaardigere gitarist. Pas toen in 1982 drummer 'The Big Figure' en John B. Sparks de band verlieten, bleek hoe belangrijk deze twee achtergrondfiguren voor Dr Feelgood waren. Hun vertrek betekende het einde van de glorietijd van Dr Feelgood. Dat wordt duidelijk uit de laatste twee cd's van Looking Back, waarop nummers uit de laatste twaalf jaar zijn samengebracht. Hier speelt gewoon een een goede rhythm & blues band, niet meer en niet minder.

Alleen live zorgde Lee Brilleaux nog voor de maniakale bezetenheid van de vroege Dr Feelgood. Dan zong hij weer tot de aderen in zijn nek opzwollen en liet hij het publiek, of dat nu uit 20 of 1000 mensen bestond, weten dat zij niet de enigen waren die pech hadden. En gelukkig was dat vaak: jaar in jaar uit trad Dr Feelgood minimaal 250 keer per jaar op. Lee Brilleaux nam het zijn vrienden niet kwalijk dat ze het voortdurende toeren niet volhielden en ten slotte kozen voor hun vrouw en gezin. “Het laat zien hoe groot de macht van vrouwen is”, zegt hij berustend op de vijfde cd, die naast interviews ook niet eerder uitgebrachte opnamen bevat. Zelf ging hij door tot hij er op 7 april 1994 op 45-jarige leeftijd bij neerviel.