Duitse video's

Video-Skulptur in Deutschland seit 1963. O.a. Nam Jun Paik, Wolf Vostell, Marcel Odenbach, Ulrike Rütenberg, Jeffrey Shaw en Franziska Megert. Atrium Stadhuis, Spui 70, Den Haag. T/m 2 dec. Ma t/m za 9-18u.

Het Atrium van het nieuwe Haagse Gemeentehuis houdt het midden tussen een ziekenhuis en een winkelpassage. Bezoekers kuieren er bedaard rond, kinderen hollen er gillend over de stenen en een enkele zwerver drinkt er zijn frambozenwijn. Geen plaats om lang te blijven staan, laat staan rustig naar een aantal videowerken te kijken.

Videokunst worstelt al sinds haar ontstaan in de jaren zestig met het probleem dat het op een televisie gepresenteerd dient te worden, een medium dat je toch al snel associeert met de huiskamer. Maar videokunstwerken worden daar zelden vertoond. Dat gebeurt altijd in musea of galeries waar je als toeschouwer gedwongen wordt te blijven staan, wippend van het ene been op het andere, wat iemand zelden langer dan tien minuten volhoudt. In zulke omstandigheden is het niet vreemd dat de meeste videokunstwerken (die al snel een half uur duren) in een museum zelden worden uitgekeken.

Op de tentoonstelling Video-skulptur in Deutschland seit 1963 in het Atrium van het Haagse stadhuis lijkt door de samenstellers enigszins rekening gehouden met die vluchtige belangstelling van het publiek. De meeste van de hier vertoonde video's vertellen geen verhaal, maar zijn letterlijk 'bewegende beelden' - al dan niet met een verwijzing naar televisie. Zo is er een van de vele televisie-boeddha's van Nam June Paik te zien, de Koreaanse video-pionier die aan de tentoonstelling deelneemt op grond van zijn residentie in Duitsland. In zijn Buddha looking at old candle TV tuurt een wat vadsige godheid naar een lege, houten televisie waarin een kaarsje brandt. Ook de installatie Requiem for an Oak van Ulrike Rütenberg bestaat uit vier rechthoekige kasten waarop aan de onderkant vier verschillende silhouetten van boomtakken zijn te zien; daarboven is op vier televisieschermen een dun, brandend vlammetje te zien - associaties met 'rustgevende' videobanden van aquariums en brandende open haarden zijn onvermijdelijk.

De pretentieuze titel van de tentoonstelling wordt maar gedeeltelijk waargemaakt. De belangrijkste Duitse video-kunstenaars zijn aanwezig, de meesten, op Paik na, met slechts één werk. En ook hier blijkt weer dat bij videokunst nog al te vaak the medium the message is - de beelden mogen dan wel allerlei bewegende voorwerpen, zoals vlammen, laten zien, maar waarom dat in videovorm gebeurt blijft maar al te vaak onduidelijk.