Dirigent Lazarjev maakt debuut bij Concertgebouworkest; Vitale en robuuste Brahms

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Alexander Lazarjev m.m.v. George Pieterson, klarinet. Programma: J. Brahms: Akademische Festouvertüre; Klarinetsonate op. 120 (bew. L. Berio) en Symfonie nr. 4. Gehoord: 16/11 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 17/11.

Eerst was Nikolaus Harnoncourt ziek en toen kreeg zijn vervanger Claus Peter Flor rugpijn, zodat nu Alexander Lazarjev zijn debuut maakt bij het Concertgebouworkest. De joviale Rus, ex-artistiek leider en chef-dirigent van het Bolsjoitheater maakte al bij zijn eerste entree duidelijk hoe de avond zou verlopen: hij nam een aanloop en buitelde als een haas van de trap af. Dat zou een vroegertje worden en inderdaad: vlak na tienen was dit Brahmsconcert alweer voorbij.

Lazarjev dirigeert zoals men dat wel in oude films ziet: één en al monumentaal aangrijpende beweging, bijna karikaturaal. Subtiliteit kent hij niet - als de muziek af en toe wat zachter klinkt, is dat om daarna weer des te sterker te kunnen uithalen. Het resultaat in de Akademische Festouvertüre en de Vierde symfonie kan nog het vriendelijkst worden omschreven als vitaal, energiek en robuust.

De bewerking voor klarinet en orkest die Luciano Berio in de jaren 1984-'86 maakte van de Klarinetsonate kan Lazarjev niet voor verrasingen hebben gesteld. Behalve enkele extra inleidende lyrische maten is er niets anders gebeurd dan het orkesteren van de pianopartij, waarbij het jammer is dat de klarinetpartij, prachtig vertolkt door George Pieterson, soms wordt overschaduwd door zijn blazende collegae. Het mooiste is natuurlijk het Andante un poco adagio: vervoerend welluidend.

Over de waarde van Berio's werk kan men twisten. Berio heeft niet zozeer aan het beperkte repertoire voor klarinettisten een extra klarinetconcert toegevoegd, maar eerder het toch al zo omvangrijke orkestrepertoire uitgebreid met een stuk met een fraaie obligaatpartij voor klarinet. De Japanse gitarist Kazuhito Yamashita was voortvarender bezig toen hij het beperkte repertoire voor zijn instrument uitbreidde met een transcriptie van Dvoráks Negende symfonie 'Uit de nieuwe wereld' voor één gitaar. Maar Berio mag best wat met Brahms, die zelf in zijn Akademische Festouvertüre al citeerde uit Hup Holland Hup.