De tijd steekt geen vinger uit; Alle dierenverhalen van Toon Tellegen gebundeld

Toon Tellegen: Misschien wisten zij alles. Alle verhalen over de eekhoorn en de andere dieren. Met prenten van Mance Post. Uitg. Querido, 440 blz. Prijs ƒ 49,90. Toon Tellegen: De verjaardag van de eekhoorn. Met tekeningen van Geerten Ten Bosch. Uitg. Querido, 36 blz. Prijs ƒ 24,90.

De boktor zat in een stoel voor zijn raam en zuchtte. Hij was moe en wilde juist een uurtje gaan slapen, toen er op zijn deur werd geklopt.

'Wie is daar?' vroeg hij.

'Ik,' zei de stem. 'De krekel.' De deur ging open, maar er kwam niets zichtbaars binnen.

'Waar bent u?' vroeg de boktor.

'Ik ben alleen maar de stem van de krekel,' zei de stem. 'De rest komt zo.'

De boktor zuchtte diep. Werk, dacht hij.

Even later kringelde de geur van de krekel door de open deur naar binnen, terwijl de wind zijn voelsprieten, kaken en lijf op het vloerkleed blies.

Kort daarna werd het plotseling onrustig in de kamer. Het waren de gedachten van de krekel, die een voor een naar binnen vlogen.

'Ik ben ontploft,' zei de stem.

'Wel ja,' zei de boktor.

'Kunt u mij maken?'

'Zeker,' zei de boktor.

Ik ben er altijd wel weer goed voor, dacht hij, als er iemand ontploft.

UIT: TOON TELLEGEN, MISSCHIEN WISTEN ZIJ ALLES In een gedicht uit zijn debuut, De zin van een liguster, denkt Toon Tellegen terug aan de dag dat hij als kleine jongen naar de duinen fietste, in een sloot reed en zijn ketting brak. Hij zou die jongen willen strelen, schrijft hij, hij zou troostend door die natte haren willen gaan. Maar hij vergeet iets. (-) ik ben schuwer dan ik dacht en weet niet wie ik ben. Ik loop voor mijzelf weg en verdwijn door een deur. Ik zie die jongen niet meer terug.De tijd verandert mensen, in het werk van Tellegen, en zelden in hun voordeel. De volwassenheid is een beklagenswaardige staat. Je weet teveel. Je weet dat je alleen bent, dat je anderen gaat missen als ze er niet zijn maar niet bereikt als ze er wel zijn. Je weet dat taal maar zelden zegt wat je bedoelt, je weet ook vaak niet wat je denkt of voelt, de zin van je bewegingen is hoogst onduidelijk. Je koestert allerlei verlangens en belooft jezelf een ander lot, maar ondertussen tikt de klok en wordt je weg bij elke stap een streepje smaller. Het is groeiende benauwenis, het leven, met aan het eind de dood - 'de tijd steekt geen vinger voor je uit'.

Maar een schrijver hoeft zich nergens bij neer te leggen.

Naast zijn poëzie schrijft Tellegen sinds jaar en dag verhalen, in een pagina of twee, de lengte wisselt amper, uit een heel andere wereld. Ze vertellen van een eekhoorn en zijn mededieren in een dierenbos, die aangename dagen maken. Ze slapen, kijken naar de wolken, eten beukenootjestaart en honing, kopen als het nodig is een hoedje voor de kou en vieren om de haverklap een feest dat als het 'grootste aller tijden' aangekondigd wordt. Ze vormen met elkaar een Tellegense variant op de Fabeltjeskrant.

Ook in dit dierenbos blijken de dingen weinig zin te hebben. Voor de eekhoorn is vaak raadselachtig wat er op een feestje valt te vieren, en bijzonder veel gesprek blijkt er ook niet te zijn. Men eet, men danst, men gaat zijns weegs. Hij neemt zich wel eens voor de banden aan te halen met een hartelijke brief, maar die komt zelden verder dan de constatering dat het leuk is om een brief te krijgen. Lege vormen vullen zijn dagen, lege rituelen, en van binnen is hij niet veel voller. Als hij na een hazeslaapje op de vraag stuit hoe het met hem gaat, dat overkomt hem soms, valt in zijn binnenste een diepe stilte. Hij zou naar 'de verte' willen, zucht hij, en dan lijkt het even of hij in het ongeluk van Tellegens gedichten deelt. Maar het ontbreekt hem aan een cruciaal besef voor ongeluk.

Hij heeft geen flauw idee van tijd.

Zalig is zijn onschuld. Hij heeft geen geheugen. Neemt hij het besluit op reis te gaan, een dutje later schijnt de zon weer op zijn beukeboom en zet hij zich tevreden aan een nootje. Hij vergeet zijn vorige verhaal, weet niets van vroeger en gelooft al helemaal niet in een later. ('Hij had het er wel eens met de mier over gehad, maar die had zijn schouders opgehaald en gezegd dat hij nooit van later had gehoord en dat het dus wel niks zou zijn.') Al wordt er wel gezegd dat 'wij ooit afgelopen' zullen zijn, zoals een feest soms afgelopen is, hij vindt dat net zo onwaarschijnlijk als 'voorgoed vertrekken'. Dat bestaat toch ook niet?

Zonder tijd, kortom, is er geen dood en is er nooit iets onherroepelijk. Wanneer de vis wordt opgegeten door de reiger zwemt hij later evengoed weer rond. Wanneer de pad zich in een poging het heelal met zijn aanwezigheid te vullen opblaast tot hij knapt, hoeft hij maar even naar de boktor (de dokter) en hij is weer boven jan. Wanneer de olifant zich om onduidelijke reden uit een boom laat vallen, of het hele bos ineens omhoog valt, of de zon in de rivier stort, of de maan gestolen wordt of de wereld spoorloos blijkt - het is als met de kat uit Tom & Jerry die geplet wordt door een wals, zichzelf weer van het asfalt krabt en doioiing, uitgedeukt, de achtervolging voortzet. Niets aan de hand.

Zo tekent Tellegen een wereld die vrij is van benauwenis, waar alles met verwachting tegemoet gezien kan worden omdat niets beslissend is en elke zijweg dus een invitatie lijkt om even in te lopen, zomaar, zonder doel. De wereld misschien wel van de jongen die hij was. Dat ben ik, die jongen in een grijze plus-four op een Franse fiets op weg naar de duinen, met kortgeknipt haar en pratend met mijzelf. Dat is een leeuwerik, en dat zijn boterbloemen. Ik heb het warm. Ik weet niet goed of ik wel weet wat ik daar zoeken moet.Als het je eenmaal opvalt, zie je het aan alles: Tellegens dieren zijn vermomde kinderen. Ze vinden het volkomen logisch dat de mier een kilo suiker uit zijn zak haalt of de olifant, gesmolten in de middagzon, niet meer trompettert maar blubblubt. Ze hechten nauwelijks aan het verschil tussen verbeelding en werkelijkheid, figuurlijke en letterlijke betekenissen. Als de krekel op een dag zijn reuk breekt is het duidelijk dat die gespalkt moet worden en bekent de kraai dat hij zo'n 'argwaan' heeft, dan stelt de eekhoorn zich daar zwarte soep bij voor, 'met hompen van het een of ander erin'. De dieren demonteren de volwassen feiten van de wereld, net als kinderen, tot onbegrensde mogelijkheden.

Dat maakt hun verhalen onmiskenbare kinderverhalen - en zo werden ze tot nog toe ook gepubliceerd, met De verjaardag van de eekhoorn als nieuwste, zesde bundel. Maar verborgen in die kinderwereld vind je steeds weer de volwassen drijfveer van de schrijver om de tijd opzij te zetten en zijn oude wereld terug te roepen. Tussen de regels wordt de pijn bezworen van volwassen zijn - en daarom is het mooi dat er nu een verzamelbundel van de oudere verhalen ligt, Misschien wisten zij alles, die aan de lezer overlaat hoe oud hij dient te zijn. Lees er iedere dag een, het zijn er al met al tweehonderd, en je kunt het leven minstens weer een half jaar lijden.