Computer gaat na 2000 niet verder

Het duurt nog even voordat het jaar 2000 is aangebroken. Maar wat staat ons te wachten op maandag 3 januari van dat jaar? Veel computerprogramma's tellen niet verder na 31 december 1999. De gevolgen van dat kleine manco kunnen meevallen, maar er worden ook doomsday-verhalen over verteld.

Het probleem lijkt eenvoudig en overzichtelijk. In de beginjaren van de automatisering was er voor het opslaan van gegevens op ponskaarten weinig ruimte beschikbaar. Die beperkte capaciteit moest zo efficiënt mogelijk worden gebruikt. Uit die prille jaren, alweer zo'n dertig jaar geleden, stamt het 'slimme' idee om de jaartallen weer te geven met twee cijfers.

Peter de Jager, een Canadese computerdeskundige, geeft daarvoor psychologische en economische reden aan. Hij sprak gisteren op een symposium in Amsterdam, georganiseerd door het Nederlandse automatiseringsbedrijf BSO/Origin. De Jager: “Als iemand mij vraagt wanneer ik ben geboren, dan zeg ik: ik ben van '55. En we zijn ook gewend te spreken over de fifties en de seventies. We waren in de beginjaren van de automatisering “gewoon niet clever genoeg” om de jaartallen voluit, met vier cijfers, te schrijven”, aldus De Jager. “Het was ook economisch, je kon het programma uitbreiden door zo zuinig mogelijk om te gaan met de wijze van opslag, en het was toen nog geen probleem.” Hij wil zich niet opstellen als een Cassandra die de vreselijkste rampen voorspelt, maar hij vindt wel dat de problemen worden onderschat.

Zorgvuldig geprogrammeerde robots zetten de spullen op een verkeerde plaats in het magazijn, betalingen komen niet meer binnen, contracten worden op oneigenlijke gronden beëindigd, het zijn ingrediënten voor een science fiction-film die gedraaid kan worden in om het even welk modern kantoor. De eenvoudige oorzaak van dit alles is dat een computer nu eenmaal slecht kan rekenen met een jaar dat als twee nullen wordt aangegeven. De Jager: “Een computer is ongelooflijk snel, maar ook ongelooflijk stom.” Hij geeft een eenvoudig voorbeeld: “Een tegoed van honderd gulden tegen vijf procent rente is na een jaar toegenomen tot 105 gulden. Maar hoe gaat de bank rekenen als het bedrag voor vijf jaar uitstaat tot 1 januari 2000? Dan krijg je 00 min 95 = min 95. Maar dat komt tegen vijf procent rente, gerekend over 95 jaar, positief of negatief, uit op circa 10.300 gulden. Daarbij is het de vraag of de computer dat bedrag als een tegoed bijschrijft op je rekening, of het juist als een schuld aanmerkt. Dan kun je, met je tegoed op de bank, ineens blut zijn, of erger. Want als je saldo niet voldoende is, wordt je rekening geblokkeerd en wordt je credit-card ingetrokken.”

De Jager heeft een klemmende aanbeveling: elk bedrijf moet deze problemen zo spoedig mogelijk aanpakken, en bedenk wel dat dat geen kleinigheid is. Sommige bedrijven zullen zeker een jaar nodig hebben om uit te zoeken hoeveel computerprogramma's zij eigenlijk hebben. De Jager: “Er is geen magische oplossing, geen silver bullet.”

De programmeurs en systeembeheerders zullen op zoek moeten gaan naar de spelden in vele hooibergen, waarbij het probleem is dat niemand weet hoeveel spelden er eigenlijk zijn. Volgens een schatting van De Jager zal het totale Amerikaanse bedrijfsleven ruim vijftig miljard dollar moeten uittrekken om de software te onderzoeken en aan te passen, maar op dit moment is nog maar twintig procent van de bedrijven serieus met dit probleem bezig. Hij kent ook een Nederlandse bank die ongeveer 12,5 miljoen gulden zal moeten uitgeven om alle applicaties aan te passen. Naarmate de deadline van 1 januari 2000 nadert, zal het werk toenemen, en daarmee ook het tekort aan deskundige programmeurs. De Jager: “Zij zullen straks, als we niet meteen beginnen, hun eigen loonstrook kunnen invullen.”

Stuart Guthrie is senior manager van Nortel, een groot, internationaal telecommunicatiebedrijf uit Canada. Zijn bedrijf heeft al 500.000 dollar uitgegeven aan een eerste onderzoek. Van in totaal veertien computersystemen werden 6,5 miljoen code-regels geanalyseerd. De problemen kunnen diep in de software verscholen zitten, en in veel gevallen zullen de programma's regel voor regel moeten worden nagelopen. Bij 2,8 procent van die regels hadden de Nortel-onderzoekers een hit en 28 procent van die regels moesten ze aanpassen. Ook bleek dat elk van de veertien onderzochte systemen zou falen zonder die aampassingen. Guthrie hoopt de totale kosten van de omschakeling te kunnen beperken tot 50 miljoen dollar. Om problemen op het allerlaatste moment te voorkomen, heeft Nortel de deadline naar voren gehaald. Op 5 oktober 1998 moet het karwei geklaard zijn.

De situatie in Nederland is niet anders. Kees M. van Hee, hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven en directeur bij Bakkenist Management Consultants, heeft collega-deskundigen gevraagd hoe zij tegen dat probleem van het jaar 00 aankijken. Tot zijn verbazing vinden zij het maar een 'stom probleem'. Sporadisch zijn enkele grote bedrijven er al mee bezig, aldus Van Hee, maar middelgrote en kleine bedrijven zijn zich van de komende problemen nog helemaal niet bewust.

Het gebruik van de computer is zo algemeen en wijdverbreid dat we hier in grote getallen moeten rekenen. Van Hee gaf voor Nederland enkele cijfers, waarop hij zijn voorzichtige ramingen van de te maken kosten baseert. In 1994 werd voor twee miljard dollar geïnvesteerd in standaard software-pakketten. Voor externe diensten ten behoeve van de informatietechnologie werd ook twee miljard dollar uitgegeven, en voor dito externe diensten 4 miljard dollar. Voor het specifieke maatwerk is dat dus 6 miljard dollar. Uit diverse onderzoeken naar de kosten van het systeembeheer kan worden afgeleid dat het onderhoud per code-regel per jaar 3,40 dollar kost. Worden de standaard-pakketten buiten beschouwing gelaten, dan zijn er 1,2 miljard code-regels die moeten worden nagekeken. Stellen we de reparatiekosten op 40 dollarcent per regel, dan is de uitkomst voor heel Nederland 480 miljoen dollar. Aan werk komt dat neer op 3.000 manjaren. Maar Van Hee verwacht ook dat veel nieuwe software de oude kan vervangen. Van de nood wordt dan een deugd gemaakt, en de kosten zouden dan beperkt kunnen blijven tot 200 miljoen dollar, en aan werk tot 1250 manjaar.

Een consultant van BSO/Origin, Evert Hemmers, gaf aan hoe met een daartoe ontwikkeld rekenmodel een ruwe schatting kan worden gemaakt van de kosten van de hele operatie. In dat model kunnen diverse variabelen worden ingevoerd. Niet alle systemen zijn even complex noch even uitgebreid, het aantal code-regels per module kan verschillen evenals het aantal modules per applicatie. Maar een applicatie bestaat al gauw uit vijftig tot honderd modules (of programma's) en een programma bestaat over het algemeen uit 500 tot 2.000 regels. Op basis van kengetallen van het desbetreffende bedrijf rolt daar dan een eerste indicatie uit van de kosten.

Peter de Jager ten slotte had nog een praktische tip: vergeet vooral de programma's niet die de beveiliging en de toegang tot het bedrijf regelen. Want als de zaak op 3 januari 2000 helemaal in de soep is gedraaid, moeten de systeembeheerders met hun pasje wel naar binnen kunnen.