Bange Russen

Glas. New Russian Writing. Nr.9, The Scared Generation, 230 blz. Prijs ƒ29,65. Glas is in Nederland bij Pegasus in Amsterdam los te koop: Singel 367. Tel. 020-6231138. De Augiasstal 12, 32 blz. ƒ5,90. Postbus 70135, 9704 AC Groningen.

Het Engelstalige tijdschrift Glas uit Rusland, twee jaar geleden een nog wat obscuur blad, is inmiddels uitgegroeid tot een bij een kleine groep lezers zeer gewaardeerd Europees literaire tijdschrift. Het werd juichend besproken in The New Yorker, TLS en andere periodieken. Glas verdient ook in Nederland een breder publiek. Het blad is de schatkamer van de hedendaagse Russische literatuur. Glas, natuurlijk afgeleid van glasnost, werd door Natasha Perova, gestimuleerd door de Engelse verslaggever Michael Glenny, opgericht om de dissidentenliteratuur uit de decennia voor de perestroika eindelijk in de openbaarheid te brengen.

De verleiding van de gistende actuele literatuur bleek echter al snel onweerstaanbaar groot, zodat Perova en haar mederedacteur Arch Tait uit Birmingham besloten ook die op de voet te volgen. Dat leidde tot fascinerende themanummers over vrouwen, liefde en angst, joden, en groteske literatuur. Om het Gouden Tijdperk van de Russische letteren niet helemaal te veronachtzamen werd nu en dan werk opgenomen van Daniil Charms, Marina Tsvetajeva, Boelgakov en Osip Mandelstam, maar de jongeren gaan voor. De jongste ontwikkelingen zijn te interessant voor Perova en Tait om er aan voorbij te gaan: van de razendsnelle opkomst van erotisch drukwerk tot de geleidelijker groei van de feministische beweging.

In het nieuwste nummer, 'The Scared Generation', keren de makers van Glas terug naar hun eerste plannen. Het 'Zilveren Tijdperk', de jaren van stiekem en Samizdat onder Russische schrijvers, heeft nog steeds veel onbekende verrassingen te bieden. Bovendien blijkt, nu al, uitleg nodig te zijn. Aan Westerlingen, maar ook aan de jongere generatie. De generatie van 1960 is nu, net als in de Westerse wereld, in Rusland actief in de politiek en de rest van de maatschappij, en ligt daar onder vuur van zowel links als rechts. De 'bangerds' van '60 moeten zich verantwoorden voor hun door onderdrukking, indoctrinatie en structurele intimidatie veroorzaakte acceptatie van het Sovjetsysteem. Twee verhalen in dit 'Scared Generation'-nummer moeten verklaren waarom opstandigheid en verzet ondenkbaar waren. 'The Old Arbat' van Boris Yampolski (1912-1972) is een bekorte versie van zijn ondergronds gepubliceerde roman uit de jaren zestig. Wat werd geschrapt? Karakteristieke maar vaak beschreven scènes uit de kommoenalka, de overvolle en gehorige staatsappartementen; flashbacks naar het revolutionair elan van de jaren dertig en de 'moeilijke maar heldhaftige' oorlogstijd. De panisch geworden held prefereert, net als de auteur en oorlogsveteraan zelf, de direkte angst van de Tweede Wereldoorlog boven de geniepige, paranoïde en verlammende van daarna. 'Come to think of it, the feeling of fear was the main, predominant element in your whole life when all was said and done. There was more of it than all the rest put together - anger, grief, or joy.' Het verhaal leest als het scenario van een adembenemende griezelfilm, compleet met sluipende voetstappen, krakende traptreden, wegschietende schaduwen, tikkende telefoonlijnen en vooral veel angst en vertwijfeling in de verbeelding.

'The Manhunt' van oorlogsschrijver Vasil Bykov (1924) speelt op het platteland in de jaren dertig. Een kleine zelfstandige en dus foute boer komt na jaren dwangarbeid in een werkkamp waar hij vrouw en kind verloor terug naar zijn oude dorp waar hij niet in durft uit angst opnieuw verraden en gedeporteerd te worden. Vergeleken met Yampolsky's proza is dat van Bykov nadrukkelijker en realistischer; Yampolsky suggereert meer en laat de lezer beter meevrezen. Koelak Khvedor vindt zijn einde in een net niet bevroren moeras, als hij zijn halm loslaat wanneer blijkt dat zijn achtervolgers aangevoerd worden door zijn eigen zoon.

Lev Anninsky van de Bange Generatie, de gelovers in het 'socialisme met een menselijk gezicht', legt in Glas uit hoe hij als jood en als schrijver de jaren van angst overleefde. Spijt heeft hij niet, en gebrek aan moed vindt hij een te gemakkelijk verwijt. 'I agree that we were naive, ignorant and weak, but those who were not naive were outright scoundrels.'

Wie speciale belangstelling heeft voor Russische literatuur kan behalve in Glas en in het universitaire Tijdschrift voor Slavische Literatuur ook goed terecht in het kleine maar alerte Groningse blaadje De Augiasstal van Valery Poesjkin, dat 5 maal per jaar verschijnt en 'spiegel van een tijdperk' als ondertitel draagt. Poesjkin neemt in zijn inleidingen steeds duidelijk stelling in recente politieke kwesties en vult de rest van zijn blaadje met literatuur. Jaargang 1995 staat vol verwijten aan de Russische en Westerse regeringen over Tsjetsjenië; en met stukken over oude en jongere Russische auteurs. Aardig zijn ook de bijdragen van de hoofdredacteur over westerse auteurs en hun belang voor Rusland, zoals Sartre en Gerald Durrell, wiens dierenboeken miljoenenoplagen kenden in Rusland. 'In Rusland waren mensen verslingerd aan Durrell omdat zij bij hem datgene eruit haalden dat bij andere nationaliteiten niet zou opkomen: zijn a-politiek zijn. In zijn boeken was niet alleen geen rechts of links, maar zelfs geen gelijke of ongelijke.'

Het nieuwe nummer van De Augiasstal bevat een dwars stuk van Poesjkin over de in 1980 overleden (protest)zanger Vladimir Vysotski. Hij voelde als het ware in 1980 de omwentelingen van tien jaar later al aankomen: 'Vysotski hield op te klinken omdat het Russische leven ophield een gevangenis te zijn.'