Westen kan de Nigeriaanse aardolie niet missen

ROTTERDAM, 16 NOV. Bonny Light heet de beste oliesoort die het Westafrikaanse land Nigeria, dat sterk in opspraak is wegens zijn mensenrechtenbeleid, heeft te bieden. Het is een van de beste en meest geliefde oliesoorten ter wereld, zeggen kenners, en tevens de meest kostbare grondstof die het regime van generaal Abachi de middelen oplevert om zijn gezag te handhaven.

Meer dan een derde van de circa 1,9 miljoen vaten olie (159 liter per stuk) die elke dag in Nigeria worden geproduceerd, is Bonny Light, vernoemd naar een haven in het Zuidoosten van het land, niet ver van Ogoniland waar de schrijver Ken Saro-Wiwa en zijn acht medestanders die vorige week zijn geëxecuteerd, vandaan kwamen.

Volgens het jaarverslag-1994 van de Organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) was de waarde van de Nigeriaanse olie-export dat jaar zo'n 10 miljard dollar. Nigeria is voor 90 procent van zijn export-inkomsten afhankelijk van olie en aardgas, terwijl de inkomsten van de overheid voor ruim 80 procent van olie en gas afkomstig zijn. Een olie-boycot, zoals de laatste week door actiegroepen en politici bepleit, zou vooral de overheidsuitgaven en dus de bevolking, die van gemiddeld 300 dollar per hoofd per jaar moet rondkomen, sterk treffen. Zowel de povere salarissen als de werkgelegenheid zouden er ernstig onder lijden. De boycot tegen Irak heeft laten zien dat een militair regime zich goed staande kan houden al lijdt de bevolking aan ondervoeding, tekort aan medicijnen en behoorlijke medische zorg. De internationale gemeenschap stelt zich nu behoedzaam op. Een wisselwerking van druk op het regime-Abachi door een strikt wapenembargo en overleg, om te bereiken dat de Nigeriaanse bevolking mee profiteert van de olie-inkomsten, wordt effectiever geacht dan complete isolering van het land.

De Nigeriaanse olie is niet alleen voor het land zelf een levensader, maar wordt ook door de olie-industrie gekoesterd, vooral in landen met strenge milieu-eisen als de Verenigde Staten en West-Europa. Bonny Light is in het vakjargon 'sweet' (een zeer laag gehalte aan zwavel) en zeer licht en schoon, met een hoge opbrengst van benzine per vat. Ook Bonny Medium en Forcados uit Nigeria zijn prima oliesoorten. Medium is bijvoorbeeld vergelijkbaar met Noordzee-olie uit het Ekofisk-veld in Noorwegen. De Nigeriaanse olie is makkelijk raffineerbaar en leent zich ook goed voor het aanlengen ('blending') met zwaardere oliesoorten, om er allerlei lichte brandstoffen van te maken: benzines, kerosine, laagzwavelige dieselolie, huisbrandolie.

Dat grote olie-importerende landen zoals de Verenigde Staten en in West-Europa niets voor een boycot van Nigeria voelen, is dus zeer wel verklaarbaar. Tegen een van de rijkste olielanden ter wereld, Irak, geldt nu al vijf jaar een internationaal embargo, en de Verenigde Staten hebben ook de olie uit Iran en Libië in de ban gedaan. Amerikaanse olieconcerns beginnen zich bezorgd af te vragen waar ze nog voldoende olie vandaan moeten halen als ook Nigeria als producent zou uitvallen. Marktdeskundigen voorspellen dat de olieprijs 4 tot 5 dollar zou oplopen als generaal Abachi wordt gedwongen de kranen dicht te draaien.

Honderdduizenden mensen werken er in de Nigeriaanse olie-industrie, op de meer dan 90 olievelden in het land, bij de aannemers en andere toeleveranciers, de raffinaderijen, het transport en de verkoop en distributie van brandstoffen. Op Libië na heeft Nigeria de grootste bewezen oliereserves van heel Afrika: circa 20 miljard vaten. Op basis van die reserve en de huidige produktie kan de oliestroom nog ruim 26 jaar blijven vloeien. Maar die periode kan veel langer worden als de exploratie (het zoeken naar nieuwe reserves) krachtig wordt voortgezet. Daarvoor heeft de Nigeriaanse regering wel de grote Westerse olieconcerns zoals Shell nodig, die hun kapitaal, deskundigheid en expertise inzetten omdat ze graag meeprofiteren van de bodemrijkdommen in zo'n gebied.

Het land zit momenteel met 1,9 miljoen vaten per dag dicht tegen zijn produktiecapaciteit aan, maar de Nigeriaande olieminister schreef in maart vorig jaar in het maandblad van OPEC dat hij die capaciteit binnen twee jaar wil opvoeren tot 2,5 miljoen vaten per dag. Meer exploratie-activiteiten moeten bovendien de bewezen oliereserves in 1997 met meer dan een vijfde opvoeren tot 25 miljard vaten.

Zoals in de meeste olielanden probeert Nigeria ook zijn aardgasreserves als een nieuwe, aanvullende inkomstenbron te benutten. Tot nu toe wordt verreweg het meeste gas dat met de oliewinning naar boven komt, 'afgefakkeld': op schoorstenen of aan de grond verbrand. Shell heeft samen met andere buitenlandse concerns en de Nigeriaanse staatsoliemaatschappij een plan gemaakt voor een groot LNG-project (liquefied natural gas). Een groot deel van het gas dat nu verloren gaat en veel milieuvervuiling veroorzaakt (kooldioxyde en andere emissies), kan vloeibaar gemaakt worden, met pijpleidingen naar de kust getransporteerd en vervolgens in speciale tankers naar markten in Noord-Amerika en West-Europa worden geëxporteerd.

Sinds de Britse premier Major het zondag voor de BBC aan de orde stelde, is het LNG-project meer omstreden dan het verdient. Want de Nigeriaanse staatsoliemaatschappij krijgt er een minderheidsbelang van 49 procent in en moet daarvoor bijna 2 miljard dollar op tafel leggen. Gezien de lange bouwtijd beginnen pas in 2002 de inkomsten uit de gasexport te lopen, die de eerste jaren nodig zijn voor het aflossen van leningen. Het generaalsbewind wordt dus niet op korte termijn aan meer geld geholpen. Integendeel. Zoals de directeur Afrika van Shell ir. Dirk van den Broek het dinsdag zei: “Als het project niet doorgaat houdt het Nigeriaanse bewind juist veel geld in kas dat ze misschien anders gaan aanwenden.” Gisteren is in Lagos door het consortium besloten dat het LNG-project gewoon doorgaat.