Werkgevers in metaal: geen 36 urige werkweek

DEN HAAG, 16 NOV. De metaalwerkgevers zullen niet meewerken aan de invoering van een 36-urige werkweek. Dat maakte voorzitter Van den Akker van de vereniging FME gisteren duidelijk tijdens jaarvergadering van de metaalwerkgeversvereniging.

“Niet nu, niet volgende week en ook niet volgend jaar”, aldus Van den Akker. Met die uitspraak riep hij irritatie op bij de bonden. “De FME zoekt onnodig ruzie”, aldus de Industriebond FNV. Onderhandelaar Hagen van de Industriebond spreekt van een “erg frontale aanval”. De FNV-bond voelt zich “moreel verplicht” te ijveren voor een 36-urige werkweek. Volgens Hagen is de terughoudende opstelling van de werkgevers niet van deze tijd. In de metaalindustrie in Duitsland is al sprake van een 35-urige werkweek.

De Industriebond CNV meent dat de metaalwerkgevers bang zijn voor “heden, verleden en toekomst”. De CNV-bond noemt de aanval op de 36-urige werkweek ongenuanceerd en onterecht. “De FME lijkt de lasten van verstandig ondernemerschap voortdurend af te wentelen op anderen: de belastingen zijn te hoog, de vakopleiding niet goed, de werknemers willen te veel en de telefoon is te duur”, aldus de Industriebond CNV.

De voorzitter van de werkgevers in de metalektro-industrie meent dat de industrie een 36-urige werkweek niet kan verdragen. Wie streeft naar een dergelijke verkorting, legt volgens Van den Akker de strop om de nek van de bedrijfstak. Ook Philips-topman Timmer toonde zich bij de FME-bijeenkomst opnieuw geen voorstander van een kortere werkweek. In drukke tijden moet meer dan 38-uur worden gewerkt. Compensatie kan plaatvinden in stille tijden. Verder moeten overwerk en werken op zaterdag niet gepaard gaan met extra kosten. Volgens Timmer wordt de tijdgeest niet goed verstaan. Volgens hem wordt elders in de wereld nu al niet begrepen waarom zijn medewerkers zo lang afwezig zijn vanwege vakantie of ATV.

“Een multinational past zich altijd aan aan de cultuur van een land. Dus ik begrijp de opstelling van de heer Timmer niet zo goed”, zegt het Tweede Kamerlid Vreeman (PvdA). “Philips kon een grote reorganisatie nagenoeg geruisloos doorvoeren door ons sociaal zekerheidsstelsel. Dus een toontje minder mag wel.” “Ik houd meneer Timmer voor dat er ook maatschappelijke behoeften zijn, zoals het opvoeden door man en vrouw van kinderen”, zegt het Tweede Kamerlid Schimmel (D66). “Wij zijn niet voor een generieke verkorting van de werkweek. Het moet per bedrijf of bedrijfstak worden bekeken.” Dit standpunt wordt gedeeld door de VVD-fractie. “Het is in eerste instantie een kwestie van werkgevers en werknemers.” De VVD plaatst de kanttekening dat een 36-urige werkweek in een wereld waar de concurrentie toeneemt geen top-prioriteit heeft. “Als je de flexibilisering wil bevorderen moet je niet met generieke maatregelen komen, maar met maatwerk”, aldus het CDA.

Van den Akker verwacht verder geen positief werkgelegenheidseffect van arbeidsduurverkorting. De invoering van dertien ATV-dagen begin jaren tachtig hebben volgens hem bijgedragen aan vernietiging van menselijk kapitaal en van produktie-capaciteit. “Van die dertien dagen willen wij liever vandaag dan morgen af”, zo verklaarde hij tegenover zijn achterban.

Philips-topman Timmer bepleitte gisteren in Den Haag een nieuw globaliseringsdebat. Werkgevers, werknemers en overheid moeten dan bezien wat er sinds het eerste debat in 1994 over het behoud van de concurrentiekracht in Nederland is gebeurd.