Vliegevrouwtje in mierenkolonie heeft geen vleugels en poten

De Phoridae vormen een vliegenfamilie die zich het meest thuis voelt in donkere, vaak bizarre omgevingen. Er zijn soorten die leven in de larven van honingbijen, andere leven in doodskisten omdat ze lijken nodig hebben om zich te vermeerderen, sommige leven onder paddestoelen of zelfs in de verterende kelkjes van vleesetende planten. De Phoridae hebben zeer uiteenlopende vormen en gedragingen ontwikkeld om zich in die vreemde omgevingen te kunnen handhaven.

Onlangs is een familielid gevonden die wel erg ver is gegaan in het zich aanpassen aan een bijzondere omgeving. Onderzoekers van de Goethe-Universität van Frankfurt, van de universiteit van Cambridge en van het Museum für Naturkunde in Karlsruhe vonden een nieuwe soort in een mierenkolonie die leeft in boomtoppen, in het regenwoud van Maleisië (Nature 8 november).

De mieren van de familie van de Aenictus vormen tijdelijk een nestachtige struktuur door hun pootjes met elkaar te verbinden. Daarbinnen lagen larfachtige insekten, sterk lijkend op mierelarven. Nadere beschouwing van de antennes en het achterstuk, leerden echter dat het geen mierelarven waren maar vliegevrouwtjes. De vliegevrouwtjes hebben slechts rudimentaire vleugels en poten. Bovendien is het lijf zo uitgerekt, dat ze sprekend lijken op een larf. Opmerkelijk is dat ook hun eitjes meer lijken op miere-eitjes dan op vliege-eitjes.

Dat vrouwtjesvliegen van de familie Phoridae geen vleugels hebben, komt ook voor bij Phoridae die leven in termietenheuvels. Zij hebben in plaats van vleugels twee hengelvormige restanten en ze worden door de mannetjes naar een nieuwe heuvel vervoerd. De soort gevonden in Maleisië is echter de eerste waarbij de vrouwtjesvliegen ook geen echte poten hebben. De onderzoekers hebben geen mannetjes gevonden. Maar omdat er wel sperma zat in het vrouwenlijf, nemen ze aan dat de soort wel mannetjes heeft.

De vliegen en hun larven zijn volledig geïntegreerd in de mierenkolonie, concluderen de onderzoekers. Ze vermoeden dat de vrouwtjes ook dezelfde feromonen uitscheiden als de vrouwtjesmieren, en dat die feromonen de mierenkolonie aanzet tot het verstrekken van voedsel en verzorging.