Tand weg en terug

Het is de schrik van alle ouders: hun kind valt en raakt een tand kwijt. Wat nu? Naar de tandarts? De tand er weer in stoppen? Gewoon zo laten? Tandregulatie door de orthodontist? Of misschien een brug of implantaat? Al deze mogelijkheden en ook de problemen die zich daarbij kunnen voordoen, komen ter sprake in het oktobernummer van het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde. Het heeft als thema de vervanging van voortanden bij jeugdigen.

Tandletsel bij kinderen komt veel voor. De Nijmeegse professor dr. N.H.J. Creugers schat dat 10 tot zelfs 20 procent van de kinderen ooit letsel oploopt aan de tanden; vaak gaat dat gepaard met tandverlies. Daarbij verdient herimplantatie van de tand (replantatie) altijd de voorkeur - dan blijft het kaakbot intact en wordt voorkomen dat buurtanden van plaats gaan veranderen. Een probleem is dat zo'n replantatie, wil die kans van slagen hebben, binnen 30 minuten moet gebeuren. Dat komt omdat het wortelvlies (de periodontiumvezeltjes) waarmee de tand normaal gesproken verend vastzit aan de kaak, binnen korte tijd uitdroogt. Bijna niemand haalt het binnen die tijd - dit soort ongelukjes doet zich zelden voor op de stoep van de tandarts. De kans van slagen van replantaties is daarom beperkt.

In mei dit jaar pleitten twee Amerikaanse onderzoekers in het tijdschrift Oral Surgery, Oral Medicine, Oral Pathology (1995;79:616-23) voor een andere aanpak van replantaties. Volgens hen is er bij replantaties teveel aandacht voor de tijd die verstreken is na het verlies van de tand. Dat is niet nodig: het slagen van een replantatie wordt voornamelijk bepaald door de levensvatbaarheid van het wortelvlies. Zelfs vele uren eerder verloren tanden kunnen nog levensvatbaar zijn, als ze maar op de juiste manier worden bewaard, in een speciale fysiologische oplossing (bijvoorbeeld 'Hank's solution') of in gekoelde melk. Maar ook voor tanden die al uren droog, buiten de mond, bewaard zijn, zien de twee Amerikanen mogelijkheden. In dat geval zou, voordat de tand wordt gereplanteerd, het wortelvlies voorzichtig moeten worden weggeschraapt.

Geweld

Dr. J. Hovinga, kaakchirurg in het Kennemer Gasthuis, heeft zich sinds de jaren zestig verdiept in replantaties van tanden. Hij vindt het advies om het wortelvlies van verloren tanden weg te schrapen onzin: 'Bij op die manier behandelde tanden lost de tandwortel op en dan gaat na enige tijd de tand alsnog verloren. Men moet nooit geweld op een tand toepassen. Ik adviseer altijd de tand in de mond onder de tong te bewaren. Melk is weliswaar beter, maar die moet je wel bij de hand hebben. Het allerbeste zou eigenlijk zijn, als de ouders de tand gewoon weer terugstoppen in de tandkas, maar dat kun je nauwelijks verwachten.'

Hovinga heeft geen ervaringen met de speciale oplossingen waar de Amerikanen naar verwijzen. Het advies lijkt hem echter nauwelijks reeël, omdat de afdeling Eerste hulp van een ziekenhuis een dergelijke oplossing dan wel bij de hand moet hebben op het moment dat iemand met een uitgeslagen tand binnenkomt en zelfs in zijn kliniek kan het soms wel 2 à 3 maanden duren voor een dergelijke patiënt weer binnenkomt. Voor tandartsen geldt dat volgens hem in nog sterkere mate.

Kinderen met een enigszins vooruitstaand gebit zijn extra kwetsbaar. Als daar een tand wordt uitgeslagen, is dat eigenlijk niet zo'n ramp, want ze hebben vaak ruimtegebrek in hun kaak. Orthodontisten zeggen dan al snel: 'Laat die tand er maar uit, wij reguleren de bovenkaak wel zo dat het weer een keurig rijtje tanden wordt.' Soms resulteert dat wel in een wat asymmetrisch gebit - één tand die een beetje groter is dan de beide buurtanden - maar dat kun je volgens Hovinga oplossen door er later een kroon op te zetten.

Als bij kinderen met iets vooruitstaande tanden en te weinig ruimte in de kaak tóch een tand gereplanteerd is, is dat voor de orthodontist vaak alleen maar lastig. Hij moet het gebit reguleren en daarvoor kiezen trekken. Maar stel dat na 2 jaar de wortel van de gereplanteerde tand gaat oplossen, dan is de hele tandregulatie voor niets geweest. Daarom is er veel voor te zeggen om een kindertand die er al een uur uit is, er maar uit te laten. Dan kunnen de andere tanden in de komende jaren alvast wat naar elkaar toeschuiven en zit de tandregulatie meteen op het goede spoor.

Als een kind met een regelmatig gebit op de mond valt, gebeurt er vaak niet zoveel. De tanden worden misschien wel losgeslagen en een stukje naar achteren geduwd, maar ze zitten nog altijd in de kaak. Het enige wat de tandarts dan hoeft te doen, is de tanden weer in het gelid duwen onder plaatselijke verdoving en fixeren met tandcement. Maar als bij zo'n kind onverhoopt toch een tand verloren gaat, kan men een transplantatie van een eigen, nog niet doorgebroken kleine kies overwegen, een zogenoemde autotransplantatie. Onder optimale omstandigheden is de kans van slagen daarbij hoog. Voorwaarde is wel dat de wortel nog niet volgroeid is. Bij kinderen hebben tanden en kiezen namelijk een wijd open wortelkanaal, waardoor een nieuwe vaat-zenuwbundel kan ingroeien.

Tot slot: bij volwassenen worden natuurlijk ook weleens tanden uitgeslagen. Die worden in principe altijd teruggeplaatst, overeenkomstig het adagium 'nee heb je, ja kun je krijgen'. Als de tandwortel dan na tien jaar oplost, is iemand die jaren toch met zijn eigen gebit doorgekomen en kan men altijd nog een implantaat aanbrengen. Wel wordt er in dergelijke gevallen 1 à 2 weken na de replantatie een wortelkanaalbehandeling gedaan, want de zenuw in de tand gaat bij volwassenen onherroepelijk dood.

'Ik adviseer altijd de tand onder de tong te bewaren'