Schizofrenie

Het boeiende en duidelijk artikel 'Het zelfbeeld van de schizofreen' in de wetenschaps- en onderwijsbijlage van 2 november j.l. heb ik met veel belangstelling en genoegen gelezen. Desondanks hecht ik eraan op één concreet punt commentaar te leveren, te weten de genoemde kansen (percentages) voor het optreden van deze vreselijke ziekte. Niet zozeer om precies te willen zijn, maar in de eerste plaats omdat juist bij de genoemde kleine percentages een incorrektheid zich sterk vertaalt, waarbij zeker niet de individuele gevoeligheid voor dit onderwerp uit het oog verloren mag worden. Daarnaast, in de tweede plaats, omdat uit conceptueel oogpunt t.a.v. het begrip kans een onzorgvuldigheid blijkt tenzij een typefout heeft plaatsgevonden dan wel van een onzorgvuldige (maar kwalijke) beschrijving sprake is, verduidelijking behoeft.

Er wordt gesteld: 'Acht op de duizend mensen lijden aan schizofrenie'. Oftewel, een percentage van 0,8% van de bestaande Nederlandse bevolking lijdt aan deze ziekte. Tegelijkertijd wordt in hetzelfde artikel vermeld: 'De kans om als Nederlander ooit in je leven schizofrenie te krijgen is 0,8 procent'. In eerste instantie lijkt dit in overeenstemming. Bij nader inzien echter kunnen deze percentages alleen gelijk zijn als de verwachte levensduur voor een willekeurige persoon en voor een schizofrenie patiënt min of meer gelijk is.

Hier wringt de schoen. Is de verwachte levensduur voor een willekeurige Nederlander thans (afgerond) 79 jaar (77 voor mannen en 82 voor vrouwen), voor een schizofrenie patiënt, niet in de laatste plaats door het sterk verhoogde suicide percentage, ligt deze verwachting beduidend lager. Als gevolg hiervan kunnen de beide percentages niet gelijk zijn.

Puur ter illustratie en omdat de exacte cijfers mij onbekend zijn stel ik fictief dat de verwachte levensduur van een willekeurig persoon 75 jaar en voor een schizofrenie patiënt 50 jaar bedraagt en dat inderdaad 8 onder 1000 personen aan de ziekte lijden. Bij een gelijke verwachte levensduur van 75 jaar ook voor schizofrenie patiënten zou dit betekenen dat 12 onder 1000 personen aan de ziekte zouden lijden. Derhalve is dus in dit fictieve geval de kans deze ziekte ooit op de lopen niet 0,8 maar 1,2 procent (een verschil van 50%). Moge dit verschil in meer of mindere mate van (praktisch) belang zijn, uit oogpunt van het begrip kans is het wezenlijk.