Scherpe kritiek SER op plannen hoger onderwijs

DEN HAAG, 16 NOV. De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft scherpe kritiek op de hoger-onderwijsplannen van het kabinet. De raad schrijft dit in een advies dat morgen naar het kabinet wordt gestuurd.

De SER vreest dat de plannen van de bewindslieden Ritzen en Nuis (onderwijs) om studenten in de toekomst sneller af te laten studeren ten koste zullen gaan van het opleidingsniveau van de bevolking. In de ingekorte studies zullen studenten vermoedelijk eerder studievertraging oplopen. Omdat studievertraging door de tempo- en de nieuwe prestatiebeurs snel kunnen leiden tot grote studieschulden zullen potentiële studenten eerder afzien van deelname aan het hoger onderwijs, zo vreest de SER. Volgens de raad heeft het kabinet te weinig aandacht besteed aan een “mogelijke strijdigheid” tussen het hoger-onderwijsbeleid en de recente kabinetsnota 'Kennis in beweging', waarin juist de economische noodzaak van goed opgeleide mensen wordt onderstreept. De SER heeft het advies over het in september gepresenteerde Hoger-onderwijs- en onderzoeksplan (Hoop) op eigen initiatief uitgebracht.

De SER betreurt het dat bezuinigingen het uitgangspunt vormen voor het beleid, en niet “kwaliteit, toegankelijkheid en verbetering van effectiviteit”. Hij wijst deze benadering “ten principale” af. Ritzen en Nuis hebben overigens nooit ontkent dat de maatregelen noodzakelijk waren door de in het regeerakkoord afgesproken bezuinigingen. Maar zij menen dat de maatregelen desalniettemin tot een 'compacter' hoger onderwijs zullen leiden, van hogere kwaliteit. De SER noemt het onterecht dat de altijd onzekere ramingen van studentenaantallen een sleutelrol spelen in het bezuinigingsbedrag van 200 miljoen gulden vanaf het jaar 2004. Zo wordt het Hoger onderwijs verantwoordelijk voor een ontwikkeling die het slechts gedeeltelijk zelf kan beïnvloeden, aldus de SER.

De SER, waarin onafhankelijke kroonleden en de organisaties van werkgevers en werknemers zitting hebben, wijst de verplicht driejarige HBO-opleiding voor studenten met een vwo- of mbo-diploma af als “een starre, uniforme cursusduurverkorting ten einde te bezuinigen op de bekostiging, maar vooral op de studiefinanciering”. De raad vreest dat vooral de doorstroom van mbo'ers naar het hbo bemoeilijkt zal worden. Voor een driejarige academische opleiding, waarvoor in de kabinetsplannen universiteiten vrijwillig kunnen kiezen, is volgens de SER geen “draagvlak”.

Een ander punt van kritiek is de grotere vrijheid die universiteiten en hogescholen krijgen om zelf de capaciteit van hun opleidingen te bepalen. De SER vreest dat zonder landelijke coördinatie van al deze lokale afwegingen gemakkelijk ongewenste en ondoelmatige effecten kunnen ontstaan.