Salarissen ambtenaren lopen steeds verder uiteen

Politie- en onderwijsbonden voeren deze week actie om hun eisen voor een nieuwe cao te ondersteunen. Een leraar in het basisonderwijs begint met 3.640 gulden bruto per maand. Een politie-agent krijgt als beginsalaris 3.090 gulden, inclusief toeslag. “En als Dijkstal de toeslag afpikt, wordt het oorlog”, waarschuwt een Amsterdamse agent.

DEN HAAG, 16 NOV. “We hebben nog geen Amerikaanse toestanden”, verzucht een protesterende Amsterdamse politie-agent. “Helaas niet”, vult zijn collega aan. “Dan zaten we thuis.” Honderdduizendenden Amerikaanse ambtenaren zijn dinsdag naar huis gestuurd omdat de federale overheid hun salaris niet meer kan betalen. “President Clinton heeft helemaal geen geld, minister Dijkstal geeft te weinig geld”, nuanceert een collega.

Het gesprek vindt plaats op het moment dat de Amsterdamse hoofdcommissaris Nordholt de 'actie-fakkel' in ontvangst nam. “Ik ben niet alleen hoofdcommissaris, maar ook politieman”, zei Nordholt bij die gelegenheid. “Het bod van minister Dijkstal betekent een achteruitgang voor de Nederlandse politie.”

Na negen uur onderhandelen liepen maandag de onderhandelingen tussen minister Dijkstal (binnenlandse zaken en werkgever van de politie) en de bonden over een nieuwe cao voor de 40.000 agenten vast. Het belangrijkste geschilpunt is dat Dijkstal de inconveniëntie-toeslag wil schrappen. Iedere agent krijgt, of hij nu onregelmatig werkt of niet, een vaste toelage voor onregelmatigheid. Dijkstal wil deze toeslag alleen geven wanneer een agent onregelmatig werkt. De bonden keren zich fel tegen dit voorstel.

De onregelmatigheidstoeslag voor een agent bedraagt 12,5 procent van het loon. Een agent begint met een salaris van 2.749 gulden plus een toeslag van 344 gulden. Wanneer een agent geen carrière maakt, heeft hij na dertien jaar zijn top bereikt: 4.322 gulden, inclusief toeslag. Volgens de politiebonden en Binnenlandse Zaken zijn de partijen elkaar maandag na negen uur overleg “zeer dicht” genaderd over de verhoging van het salaris. Dijkstal bood een verhoging van 1,5 procent en twee éénmalige uitkeringen van 0,2 en 0,4 procent. De bonden, die de onderhandelingen begonnen met een eis van 2,0 procent en 'incidenteel' 0,3 procent, nemen genoegen met dit bod, al moet de salarisverhoging eerder ingaan dan Dijkstal voorstelt. Ook over de verhoging van het functionele leeftijdsontslag met één jaar tot 61 jaar en de invoering van een 36-urige werkweek, was men dichtbij een compromis.

De minister van binnenlandse zaken maakt meer tempo dan zijn collega van onderwijs. Minister Ritzen onderhandelt op dit moment met de onderwijsbonden over een nieuwe arbeidsovereenkomst voor de 350.000 werknemers in het onderwijs. En ook hij wordt geconfronteerd met acties.

Ritzen had gehoopt dat Dijkstal hem de hand zou reiken. Wat is het geval? Sinds twee jaar wordt er in acht sectoren (rijk, provincies, gemeenten, onderwijs, defensie, politie, rechterlijke macht en waterschappen) gesproken over de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren. Over een paar onderwerpen (vut, pensioenen en ziektekosten) praat Dijkstal op centraal niveau met de bonden.

Die onderhandelingen verlopen moeizaam. Ritzen hoopte dat Dijkstal een akkoord zou hebben bereikt voordat de cao-onderhandelingen met de onderwijsbonden zouden beginnen. Een versobering van de vut zou werkgever Ritzen extra financiële ruimte hebben geven.

Eind maart dienden de onderwijsbonden een eisenpakket in met onder meer een salarisverhoging in 1995 van drie procent. Ritzen weigerde een cao-bod te doen met als redenering dat hij niet kan onderhandelen zolang onduidelijk is of de vut-problemen in de cao-onderwijs moeten worden opgelost. Maar het motief van Ritzen verloor aan kracht toen in zes van de acht sectoren een cao werd afgesloten.

Begin deze week liepen de gesprekken tussen Ritzen en de bonden vast. De bonden weigerden in te gaan op het bod van een structurele verhoging van 1,6 procent. Maar het belangrijkste breekpunt is dat Ritzen pas volgend jaar afspraken wil maken over zaken als arbeidsduurverkorting, taakverlichting en werkdruk.

Met jaloerse blikken kijken de onderwijzers naar de cao die is afgesloten voor de 112.000 rijksambtenaren. Die gaan vanaf 1 januari 1997 36 uur per week werken. De lonen gaan de komende twee jaar met 1,25 procent omhoog. Wanneer de arbeidstijdverkorting zou worden vertaald in geld, stijgt het salaris met ruim vijf procent extra. Het verschil in salaris tussen een rijksambtenaar en een onderwijzer wordt steeds groter. Vorig jaar bedroeg dit verschil volgens de AbvaKabo ruim twaalf procent.

Een onderwijzer in het basisonderwijs begint met 3.638 gulden bruto per maand, zijn collega in het voortgezet onderwijs krijgt een aanvangssalaris dat 191 gulden hoger ligt. Na een onderwijscarrière van ruim een kwart eeuw verdient een leraar op een basisschool 5.452 gulden per maand. Zijn collega in het hoger onderwijs eindigt op een salaris van 5.989 gulden.

In de acht verschillende sectoren gaan de arbeidsvoorwaarden steeds meer uit elkaar lopen. Minister Voorhoeve kon met de militairen relatief snel een cao afsluiten omdat afstand werd gedaan van een aantal verworven rechten. De opbrengst vertaalde zich in een hoger loon. De wachtgeldregeling (de ww voor ambtenaren) frustreert de onderhandelingen bij het onderwijs. In het verleden werd het probleem over alle ambtenaren uitgesmeerd, nu moet Ritzen binnen de onderwijssector zelf een oplossing vinden. En de minister heeft nog drie weken voor de landelijke stakingsdag.