Russische Doema keurt begroting uiteindelijk goed

MOSKOU, 16 NOV. De Doema, het Lagerhuis van het Russische parlement, heeft gisteren de begroting van Rusland voor 1996 uiteindelijk toch nog aangenomen. In drie voorafgaande stemmingen wees de Doema de begroting af. Pas bij een vierde stemming werd met 237 stemmen de noodzakelijke meerderheid behaald.

Een voorstel van plaatsvervangend regeringsleider Anatoli Tsjoebais om de begroting voor landbouw, defensie en sociale uitkeringen met 4,5 biljoen roebel te verhogen, gaf uiteindelijk de doorslag.

De goedkeuring van de begroting vergemakkelijkt de gesprekken van Rusland met financiers, zoals het Internationaal Monetair Fonds (IMF), en met schuldeisers van de voormalige Sovjet-Unie, over nieuwe leningen en het herfinancieren van oude schulden. “Het is van belang dat we elementaire orde hebben in de staatsfinanciën voor gesprekken met crediteuren”, zei een opgeluchte Tsjoebais gisteren. Het IMF is dezer dagen op bezoek in Moskou voor een eventuele nieuwe lening ter waarde van 12 tot 15 miljard dollar. Afgelopen week verleende de Club van Parijs, waarin de landen die geld tegoed hebben van Rusland zijn verenigd, uitstel voor de aflossing van de buitenlandse schuld.

Tegenover 431,1 biljoen roebel (151 miljard gulden) aan uitgaven staan inkomsten ter hoogte van 342,6 biljoen roebel (120 miljard gulden). Het begrotingstekort komt daardoor uit op 88,5 miljard roebel (31 miljard gulden), minder dan 4 procent van het bruto binnenlands produkt. Daarmee voldoet Rusland aan de voorwaarden die internationale financiële organisaties aan verdere kredietverlening hebben gesteld. Het voorstel gaat uit van een verdere stijging van de maandelijkse inflatie met 0,7 procent naar 1,9 procent, maar dat is volgens velen een te optimistisch scenario.

Het parlement ging gisteren ook akkoord met de benoeming van Sergei Doebinin tot nieuwe president van de centrale bank. President Jeltsin had de oud-minister van financiën dinsdag voorgedragen als opvolger van Tatjana Paramonova, die vorige week is ontslagen. Of Doebinin ook werkelijk centrale bank-president wordt, is onzeker. Veel parlementsleden hebben hem niet hoog zitten wegens zijn banden met het Russische gasconcern Gazprom. Bovendien was hij minister van financiën toen de koers van de roebel in oktober 1994 ineenstortte. Doebinin heeft gisteren al gezegd dat volgens hem geen “revolutionaire” veranderingen nodig zijn. (AP, Reuter, DPA)