Opvlamming in centrum van nabij sterrenstelsel

Een groep Europese en Amerikaanse astronomen heeft bij toeval een opvlamming ontdekt in het centrum van een vrij nabij sterrenstelsel. De ontdekking gebeurde tijdens het bestuderen van ultraviolet-opnamen die in de afgelopen jaren waren gemaakt met de Hubble Space Telescope. Het stelsel, aangeduid met het catalogusnummer NGC 4552 (of M89), bevindt zich op een afstand van ongeveer 55 miljoen lichtjaar in het sterrenbeeld Maagd. Het stelsel is een onopvallend object. De toevalligheid van de ontdekking zou er dus op kunnen wijzen dat zulke opvlammingen vaker voorkomen dan men denkt.

Op de opnamen die in november 1993 waren gemaakt is in het stelsel een zeer helder lichtpunt te zien. Het bevindt zich - binnen de meetgrenzen - precies in het centrum van het stelsel. Op opnamen die ruim twee jaar eerder waren gemaakt, in juli 1991, is op die plaats ook een lichtpunt te zien, maar dat is heel zwak. In het centrum van het stelsel heeft zich dus iets afgespeeld dat veel UV-straling produceerde. De astronomen hebben berekend dat de lichtproduktie in 1993 een miljoen maal zo groot was als die van onze zon (Nature 378, p. 39). De Britse astronoom Martin Rees voorspelde aan het einde van de jaren tachtig dat zulke opvlammingen in UV-licht vrij frequent zouden kunnen zijn. De UV-straling zou ontstaan doordat een zwart gat in het centrum van een sterrenstelsel een te dicht passerende ster uit elkaar trekt, of op zijn minst van zijn buitenlagen berooft. Maar dan zou zich in het centrum van de meeste sterrenstelsels wel zo'n zwart gat moeten bevinden: een vrij klein gebied in de ruimte dat een enorme aantrekkingskracht uitoefent en eenmaal aangezogen materie op een heel efficiënte manier omzet in straling.

Rees schatte dat in het centrum van een sterrenstelsel eens in de duizend tot tienduizend jaar een ster volledig uit elkaar wordt getrokken. Vaker zou het voorkomen dat - bij een wat ruimere passage - alleen de buitenlagen worden afgestroopt. Volgens de Hubble-astronomen zou met deze frequentie de nu waargenomen opvlamming kunnen worden verklaard. Het zou ook mogelijk zijn dat het slachtoffer geen ster was, maar een passerende wolk van waterstofgas. Hoe het ook zij, het opvlam-verschijnsel zou weer een nieuwe mogelijkheid bieden om na te gaan of zich in het centrum van sterrenstelsels inderdaad vaak een zwart gat bevindt.